Door grondwaterwinning, zware bebouwing en waterpeilverlagingen voor landbouw en steden klinkt de bodem in, met schade aan gewassen, bebouwing en infrastructuur als gevolg (foto: Platform Slappe Bodem).

Een breed nationaal consortium onder leiding van de Universiteit Utrecht krijgt miljoenen vanuit de Nationale Wetenschapsagenda om de bodemdaling in Nederland te onderzoeken. Deze heeft grote maatschappelijke gevolgen en economische impact. Uiteenlopende disciplines als fysische geografie, satellietgeodesie, biologie, bodemchemie, agro-economie, civiele techniek, milieubeleidswetenschappen en rechtsgeleerdheid gaan in het consortium samenwerken om Nederland toekomstbestendig te maken.

Door grondwaterwinning, zware bebouwing en waterpeilverlagingen voor landbouw en steden klinkt de bodem in, met schade aan gewassen, bebouwing en infrastructuur als gevolg. Lage grondwaterstanden door waterpeilverlagingen die leiden tot bodemdaling, kunnen ook bijdragen aan een warmer wordend klimaat, door de omzetting van drooggevallen veen in broeikasgassen. Bovendien is een wegzakkend land onder een stijgende zeespiegel steeds moeilijker droog te houden. Ook in de dichtbevolkte Nederlandse rivierdelta zijn de effecten van bodemdaling duidelijk zichtbaar.

Hoe kan Nederland het beste met de bodemdaling omgaan?
Een groot onderzoeksteam heeft nu 5 miljoen euro gekregen – waarvan 4,3 miljoen uit fondsen van de Nationale Wetenschapsagenda – om in de volle breedte te onderzoeken hoe Nederland het beste met de bodemdaling kan omgaan. Bewoners, bedrijven, gemeenten en waterschappen krijgen daarmee handelingsperspectieven. Het overkoepelende doel van het programma is het integreren van het onderzoek naar fundamentele oorzaken met dat naar beleidsbeslissingen. Bodemdaling heeft namelijk meerdere oorzaken, die samen de totale daling verklaren. Het uiteindelijke effect van al die oorzaken is van plek tot plek verschillend, evenals de beste aanpak van bodemdaling. De grote vraag is hoe we onze huidige omgang met bodemdaling kunnen ombuigen als de schade te groot wordt. Voor een antwoord op die vraag moeten de oorzaken op onderbouwde wijze kunnen worden uitgesplitst.

In de dichtbevolkte Nederlandse rivierdelta zijn de effecten van bodemdaling duidelijk zichtbaar (foto: Platform Slappe Bodem).

‘Een basis voor nieuw te vormen beleid en nieuwe oplossingen’
“Om dat allemaal te kunnen bereiken, willen we allereerst kunnen beschikken over nauwkeuriger gegevens”, zegt dr. Esther Stouthamer, fysisch geograaf aan de Universiteit Utrecht, initiatiefnemer en leider van het project. “We gaan die gegevens samenbrengen uit verschillende bronnen en dan op meerdere manieren bepalen hoe snel de Nederlandse bodem zakt. Door bodemdalingsmetingen met satellieten te combineren met grondmetingen op proefvelden en met 3D-kaarten van de opbouw van de ondergrond, kunnen we met computermodellen voor het hele land de oorzaken voor bodemdaling analyseren. Dat is nodig om per locatie uit te splitsen wat de precieze oorzaken zijn – natuurlijke en die door menselijk handelen – en welke combinaties nu tot snelle en langdurige bodemdaling leiden. Met dezelfde computermodellen zullen we ook voorspellen hoeveel de bodem in de toekomst gaat dalen en wat daarvan de kosten gaan worden. Dit doen we voor meerdere toekomstscenario’s, met en zonder veranderingen in landgebruik en waterbeheer. Dit vormt een basis voor nieuw te vormen beleid. En voor het bedenken van nieuwe oplossingen om er als maatschappij mee om te gaan.”

Intensieve samenwerking tussen maatschappelijke partners en kennisinstellingen
Het transdisciplinaire karakter van dit onderzoeksprogramma vraagt om intensieve samenwerking tussen maatschappelijke partners en kennisinstellingen. Naast de Universiteit Utrecht zijn TU Delft en Wageningen University & Research universitaire initiatiefnemers. Zij dekken de fundamentele kennisbasis op het gebied van de satellietgeodesie en civiele techniek (TU Delft), ruimtelijke kosten-batenanalyse en bodemfysische en -biochemische processen (WUR) en fysische geografie, biologie, ruimtelijk beleid en juridische aspecten (Universiteit Utrecht). Verdere initiatiefnemers zijn de kennisinstituten Deltares Research Institute, TNO Geologische Dienst van Nederland en Wageningen Environmental Research. Zij spelen een belangrijke rol bij het beheer van landelijke gegevens, advisering van overheden en praktijktoepassing van bodemdalingskennis. Ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen vertegenwoordigen de maatschappelijke partners in het programma. Verdere stakeholders zijn onder andere het bedrijfsleven, zoals ingenieurs- en adviesbureaus.

Grotendeels gefinancierd door de Nationale Wetenschapsagenda
De omvang van het project is 5 miljoen euro. Ruim 4,3 miljoen euro daarvan is afkomstig uit fondsen van de Nationale Wetenschapsagenda. De niet-universitaire consortiumpartners tekenden voor het resterende bedrag.