De deelnemers aan het debat (screenshot).

“We moeten ophouden woningen te bouwen op 4-5 m beneden ANP. Er moet een centraal plan komen voor woningbouw waar de watertoets onderdeel van uitmaakt”, reageerde Willem Moorlag (PvdA) op de stelling dat waterbeheerders een veto mogen uitbrengen op nieuwbouwplannen. De stelling kwam aan de orde op het BNR Verkiezingsdebat over water op 1 maart. Van de aanwezige partijen was niemand voor een vetorecht. Roelof Bisschop (SGP) kwam er nog het dichtste bij met het voorstel van een ‘stempel’ van goedkeuring, net als van de brandweer.

Evenals bij andere verkiezingsdebatten over landschapsbeheer kwam ook in dit debat telkens de roep terug voor de terugkeer van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het gemis aan een Rijksregie bij de inrichting van Nederland wordt door veel politici gemist. Zo ook bij de politici die deelnamen vaan het BNR waterdebat. De bouwopgave voor 1 miljoen nieuwe huizen, de mobiliteit, het moeilijke stikstofdebat dat de verhouding tussen landbouw en natuur op scherp zet, de toegenomen vraag naar grote overslagcentra bij het bedrijfsleven, de energietransitie met windmolens en zonneweiden. Allemaal dringen ze om voorrang bij de verdeling van de schaarse ruimte. Daartussen door bewegen zich de waterbeheerders met hun dijken, beheer van waterpeilen en waterbergingen. Herin past wat de aanwezige politieke partijen een grotere regie door Rijk. Maar een veto voor waterbeheerders gaat te ver.

Aangepast bouwen

Laura Bromet (GroenLinks) is zich bewust dat er ook nieuwbouw moet komen in de Randstad. Ze stelde om daar de bouwmethoden aan te passen. “Bijvoorbeeld door de meterkast op de eerste verdieping te plaatsen of riolen aan te leggen die bij hoogwater niet meteen overstromen’, stelde ze voor. “Het kan wel eens mis gaan en dan moeten we ons meer focussen op maatregelen waarbij je het een paar dagen kunt uithouden bij een overstroming. Daarmoeten we ons veel meer op gaan focussen.”
Ook Marcel Beukeboom (D66) haalde het voorbeeld aan van het programma Ruimte voor de Rivier als goed voorbeeld van regie op Rijksniveau met een lokale uitvoering. “Water is een uitstekend ordenend principe”. Wat hem betreft moeten er bij ruimtelijke ordening vraagstukken altijd een waterdeskundige aan tafel zitten. Zeker met het oog op de klimaatveranderingen. “Die waterbeheerders kunnen het langetermijnperspectief inbrengen.”

Langere termijnplanning

Pieter Grinwis (CU) deelde die mening. “Bij waterveiligheid is het heel gewoon om 50 tot 100 jaar vooruit te kijken. Maar dat doen we niet bij de woningbouw. Terwijl die, net als dijken, voor 100 jaar worden gebouwd. Als je dan ziet wat er op ons afkomen: zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, verzilting, verdorging en juist ook de vernatting.”
Eva van Esch (Partij voor de Dieren) hekelde de eenzijdige roep in Den Haag voor meer woningen. “Neem Rijnenburg bij Utrecht. Het is een polder en toch zegt iedereen dat daar tienduizenden woningen in kunnen. Maar laten we realistisch zijn, je kunt niet overal zoveel huizen bouwen. Wat onze partij betreft wordt Rijnenburg natuurgebied. Wat ons betreft geven we de polder terug aan de natuur. Maar als je dan toch daar wilt gaan bouwen, lijk dan naar het hele plaatje. Bouw op zijn minst anders”, aldus Van Esch.

Niet bang zijn voor veto

Roelof Bisschop (SGP) vroeg zich af waarom we zo kopschuw zijn voor zo’n verbod. “Bij een bouwplan moet je de goedkeuring hebben van de brandweer’, stelde hij. “Als die zijn stempel niet zet, gaat het plan niet door. Het gevaar van water wordt bij bouwplannen zwaar onderschat. Daarom zou ik er wel voor zijn om in de wet- en regelgeving vast te leggen dat er een stempeltje van de waterbeheerder op moet staan.”
William Moorlag (PvdA) vond het idee van een ‘brandweerstempel’ wel sympathiek maar dan wel aan de voorkant. “Er moet een groot plan komen om het urgente probleem van de woningnood op te lossen. We moeten op zoek naar goede locaties. Met goede ontsluitingen. Geschikt voor betaalbare woningen. Dan moeten we die watertoets doen. Maar niet meer het einde als het plan af is”, aldus Moorlag.

Toekomst veenweiden

De verkiesbare politici waren eensgezind voorstander van een grotere rol voor de watertoets in de ruimtelijke ordening. Minder eensgezind waren ze het over de toekomst van de veenweidegebieden. Roelof Bisschop (SGP) zag zich als enige pleitbezorger voor de boeren, geplaatst tegenover de andere politici van de links partijen die pleitten voor hogere waterstanden en een andere – meer natte – teelt voor de boeren.
Bisschop stond er op het onderwerp van de veenweidegebieden alleen voor omdat andere rechtse partijen, zoals het CDA, bij het debat ontbraken. “Er zijn ook andere oplossingen denkbaar dan alleen het peil hoger zetten”, zo hield hij de andere politici voor. Als voorbeelden noemde hij een flexibel peilbeheer, het veen afdekken met klei en onderwaterdrainage.
De andere politici geloven niet meer in dit soort oplossingen om de intensieve landbouw overeind te houden. “Zo kunnen we niet doorgaan”, zei Beukeboom (D66), “We zinken weg. De functies moeten het peil volgen. Dat betekent andere functies.” Waarop Bisschop waarschuwde voor het ontstaan van moerassen die een grote impact zullen hebben op de lokale leefgemeenschappen.

Kleine verhoging drinkwaterprijs

De derde stelling ging over de vraag of de prijs voor drinkwater omhoog mag als de opvatting dat een paar euro verhoging geen probleem mag zijn. “Maar andere oplossingen zijn belangrijker, zoals een grotere investeringsruimte voor de drinkwaterbedrijven en het stimuleren van de plaatsing van nog meer regentonnen”.
Willem Moorlag (PvdA) was de enige die expliciet tegen een hogere drinkwaterprijs was en op voor hand de oplossingen zoekt in vermindering van vervuiling van de drinkwaterbronnen en besparingscampagnes. Laura Bromet (Groen Links) pleitte voor hogere tarieven voor de industriële grootwatergebruikers. Marcel Beukeboom (D66) riep op de waardering voor schoon water te vergroten. “Je moet de prijs vertienvoudigen om tot een ander gedrag te komen bij de consument. Dat is niet reëel. Wat niet omhoog moet, is niet de prijs, maar de waarde. Niet meer met drinkwater je auto wassen. Het inzetten van oppervlaktewater voor bepaalde functies. Daar zitten de echte oplossingen. In een gedifferentieerd gebruik.”

Het hele BNR-verkiezingsdebat ‘Een waterdebat tot op de bodem” is hier terug te zien.