effluent

Bij warm, maar vooral aanhoudend droog weer, kunnen teeltomstandigheden veranderen. Bestaande waterbronnen zijn dan soms niet meer beschikbaar. Telers zijn dan soms genoodzaakt over te gaan tot het gebruik van alternatieve waterbronnen, bijvoorbeeld oppervlaktewater in plaats van bassinwater. De beregening, het spoelen en wassen van gewassen voor menselijke consumptie stelt eisen aan de waterkwaliteit. Om de voedselveiligheid te garanderen is dan vaak opnieuw een risico-inventarisatie nodig.

Risico-inventarisatie

Met een risico-inventarisatie kan de teler de waterkwaliteit van een alternatieve bron meten door te controleren op microben en verontreinigingen. Teelt- en handelsbedrijven moeten daarvoor de wereldwijd erkende standaard Global GAP (Good Agricultural Practices), tot 2007 EuropGAP genoemd, gebruiken. Deze standaard maakt het voor producenten in deze sector mogelijk hun inspanningen op het gebied van voedselveiligheid, duurzaamheid en kwaliteit te certificeren. Specifiek geeft de GLOBAL-GAP richtlijnen voor verse groenten en vers fruit.

Sectorale watermonitoring

Met medewerking van de waterschappen is een sectorale watermonitoring opgezet om hiermee de teel- en handelsbedrijven tegemoet te komen in de handhaving van de waterkwaliteit. Bij deelname aan de sectorale monitoring hoeft de teler zelf de watermonsters niet te nemen, maar regelt initiatiefnemer Food Compass dit. Bewijs van deelname aan de sectorale monitoring is voldoende om aan de GLOBAL G.A.P. eisen op dit gebied te voldoen. De certificerende instanties in Nederland zijn hiervan op de hoogte.

Risico’s bij droogte

Bij aanhoudende droogte is het ook nodig het water te laten bemonsteren om te testen op de bacterie E.coli. Zeker met de eerste grotere buien na een lange droogteperiode kunnen er ziekteverwekkers afspoelen van de droge grond en in het oppervlaktewater terechtkomen. Na regen worden verhoogde gehaltes aan E.coli (> 1000 kolonievormende eenheden per 100 ml) gemeten, blijkt uit de sectorale watermonitoringsdata van Food Compass. Dat water is dan niet geschikt voor direct contact met gewassen die rauw gegeten worden.
Verder kan er bij warm weer en verminderde stroming sneller blauwalg ontstaan. Water met blauwalg mag niet worden gebruikt op gewassen die bedoeld zijn menselijke consumptie.

Ook de gebruikte meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen hebben invloed op de waterkwaliteit en moet de teler registreren. De herkomst en de productiewijze van de producten zijn door deze registraties sneller te herleiden.