De waterschappen pleiten voor strengere regelgeving voor biociden, die bijvoorbeeld worden aangetroffen in mierenlokdoosjes, insectensprays en aangroeiwerende verf. Deze stoffen vervuilen regelmatig het oppervlaktewater. Om de waterkwaliteitsdoelen te behalen, zijn volgens de waterschappen strengere regels en betere monitoring nodig.
Dat staat te lezen in het position paper ‘Werkzame stoffen van biociden: meer regels en beter inzicht nodig voor schoon water’ dat de Unie van Waterschappen onlangs heeft gepubliceerd.
Groeiend probleem
Biociden zijn stoffen die worden gebruikt om schadelijke organismen te bestrijden, maar niet onder de gewasbeschermingsmiddelenwetgeving vallen. Ze zitten in talloze producten, van huis-tuin-en-keukenmiddelen tot industriële toepassingen. Volgens de waterschappen vormen ze een groeiend probleem voor de waterkwaliteit: in oppervlaktewater worden regelmatig te hoge concentraties van stoffen als DEET, permethrin en imidacloprid aangetroffen.
“Waar gewasbeschermingsmiddelen onder strikte regels vallen, is dat bij biociden nauwelijks het geval,” stelt de Unie. Daardoor belanden ook verboden stoffen via andere routes in het milieu. Zo is het gebruik van imidacloprid in de landbouw niet langer toegestaan, maar mag de stof nog wel worden toegepast in mierenlokdoosjes of vlooienmiddelen.
Moeilijk te traceren bronnen
Een groot deel van de verontreiniging is afkomstig van diffuse bronnen, zoals huishoudens en bedrijven. Daarnaast komen biociden via het riool bij rioolwaterzuiveringsinstallaties terecht, waar ze vaak niet volledig worden verwijderd en uiteindelijk in het oppervlaktewater belanden.
De overlap met andere stoffen maakt het probleem complexer. Veel werkzame stoffen uit biociden komen ook voor in diergeneesmiddelen of gewasbeschermingsmiddelen. Dat maakt het moeilijk om te achterhalen waar de vervuiling precies vandaan komt en hoe groot de bijdrage van biociden is.
‘Eén stof, één beoordeling’
Om de waterkwaliteit te verbeteren, pleiten de waterschappen voor een fundamentele aanpassing van het toelatings- en beoordelingssysteem. Hun belangrijkste voorstel: het principe ‘één stof, één beoordeling’. Elke werkzame stof moet volgens de waterschappen slechts één keer worden beoordeeld, ongeacht of deze in biociden, gewasbeschermingsmiddelen of diergeneesmiddelen wordt toegepast.
Mogelijke maatregelen
Wanneer stoffen structureel de normen overschrijden, zou het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) bovendien sneller moeten ingrijpen, stellen de opstellers van het position paper. Mogelijke maatregelen zijn herbeoordeling, het aanscherpen van gebruiksvoorschriften of het intrekken van toelatingen. Ook pleiten de waterschappen ervoor dat provincies en gemeenten de mogelijkheid krijgen om lokaal aanvullende beperkingen op te leggen, bijvoorbeeld in gebieden met kwetsbare waterkwaliteit. Daarnaast vragen zij het Rijk om, net als bij gewasbeschermingsmiddelen, te werken aan een ambitieus emissiereductiedoel voor biociden richting 2030.
Gebrek aan inzicht
Een belangrijke hobbel is dat er nog weinig bekend is over het daadwerkelijke gebruik van biociden. Er is geen centraal afzetregister en er zijn onvoldoende data beschikbaar om trends en emissies goed in kaart te brengen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een register, maar dat proces verloopt traag, vindt de Unie. Ze dringt aan op versnelling, zeker voor risicovolle stoffen.
Monitoring
Ook op het gebied van monitoring is er volgens de waterschappen veel winst te boeken. Slechts een beperkt aantal werkzame stoffen wordt nu structureel gemeten. Voor veel andere stoffen ontbreken geschikte analysemethoden of zijn de kosten te hoog. Bovendien liggen de rapportagegrenzen bij sommige stoffen hoger dan de wettelijke normen, waardoor overschrijdingen onder de radar blijven. De waterschappen pleiten daarom voor een landelijke meetstrategie en een uitgebreider meetnet voor biociden, vergelijkbaar met het bestaande Landelijk Meetnet Gewasbeschermingsmiddelen.
Bewustwording
Naast strengere regels en betere monitoring vragen de waterschappen ook aandacht voor bewustwording. Veel gebruikers weten niet dat biociden schadelijk kunnen zijn voor het milieu en uiteindelijk ook de drinkwaterkwaliteit kunnen aantasten. Voorlichting en campagnes moeten die kennis vergroten.
Oproep aan het Rijk en parlement
Tot slot roepen de waterschappen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Eerste en Tweede Kamer en andere overheden op om het beleid voor biociden en diergeneesmiddelen op hetzelfde niveau te brengen als het beleid voor gewasbeschermingsmiddelen. Alleen met een gezamenlijke aanpak van overheid, waterbeheerders, producenten en gebruikers kunnen de waterkwaliteitsdoelen worden gehaald, benadrukt de Unie. “Het verbeteren van de waterkwaliteit vraagt om heldere regels, goed inzicht in emissies en een stevige inzet op monitoring,” aldus de waterschappen. “Alleen dan kunnen we onze ecologie, drinkwatervoorziening en leefomgeving effectief beschermen.”










