column

Na de zomer stop ik een halfjaar met Socraties. Nog twee columns te gaan. Hierbij de eerste, met een brede visie op Nederland waterland.

Een visie staat op twee poten. Ten eerste, hoe je zou willen dat de toekomst er uit zou zien, gebaseerd op je waarden. Ten tweede hoe je denkt dat de toekomst er uit zal zien, gebaseerd op een analyse.

Als het aan mij lag, zou de watersector ambitieus en creatief inzetten op het ruim van te voren vóór zijn van rampen. Én in blijven spelen op de immer toenemende wensen uit de maatschappij naar comfort, duurzaamheid en natuur. We doen dit voor de lange termijn met als basis aanpassingen aan de ‘ruggengraat’ van het watersysteem, de grote nationale structuren: de kustlijn, de afvoerverdeling van de grote rivieren, de waterhuishouding van de grote meren en de complexe zuidwestelijke delta. We gaan de hoofdstructuur niet optimaliseren of oprekken, zoals we veel horen. We gaan doorontwikkelen.

Willen de passagiers van een oceaanstomer een degelijk schip, of zwemvesten en zwemles?

Zijn we daartoe in staat? Ik betwijfel het. Ik meen juist een beweging waar te nemen weg van technische structuren op het nationale niveau, naar de lagere schaalniveaus. Ook in het kersverse advies van de Wetenschappelijke Klimaatraad lees ik weinig concrete ideeën op de schaal van het nationale systeem. Iedereen moet transformeren. Verandering van bedrijfsvoering. Niet bouwen. Risicolabels. Verzekeren. Nieuwbouw moet eigenstandig klimaatbestendig zijn. Hogere vloerpeilen. Waterresistente vloerbedekking. Regenton in tuin, balkon of kelder.

Er zijn problemen die op de lagere schaalniveaus thuis horen, zoals het terugdringen van watervervuiling bij de bron, en tegelwippen voor regenwaterinfiltratie. Het gaat er mij om, dat ik een tendens meen te zien om waterproblemen op lagere schaalniveaus te willen oplossen (geheel of gedeeltelijk) als alternatief voor de hogere schaalniveaus.

Regentonhypothese

Laten we mijn theorie de regentonhypothese noemen. Ik heb daar vervolgens drie vragen bij: 1) klopt de hypothese? Zo ja, 2) hoe valt het te verklaren? En 3) is het erg?
Deze vragen vergen een systematische analyse. Naar waar over gepraat wordt, naar wat er gedaan wordt, en naar wat er door gebruikers van het watersysteem gevraagd wordt. En een kwantitatief model waarin problemen en oplossingen netjes worden geordend. Elke keer als er een rapport van een gezaghebbende rekenkamer, adviesorgaan of raad uitkomt, ben ik weer teleurgesteld dat de analyse vooral gebaseerd is op interviews onder professionals, dus naar waar over gepraat wordt. En niet systematisch en kwantitatief uitvlooit hoe het systeem in elkaar zit, naar hoe het geld daadwerkelijk uitgegeven wordt, en naar wat gewone mensen wensen. Zo blijven we elkaar napraten.

Ik neig vooral naar mijn regentonhypothese omdat er zulke duidelijke verklaringen voor zijn. Ik zie een sterk verlangen in de maatschappij naar vraagreductie: consuminderen. Vooral onder hoogopgeleiden. Minder technologie, meer bewustzijnsverandering. Heel nobel, ik doe het zelf ook. In een sfeer van consuminderen voelt een regenton beter dan een nieuw megadrinkwaterspaarbekken. Ten tweede vraagt nieuwe, integrale infrastructuur op nationale schaal een sterke overheid. En die is er momenteel niet, door fragmentatie en instabiliteit in de politiek, en bureaucratisering en privatisering bij de overheidsorganisaties (proces boven inhoud). We mogen al blij zijn als beheer en onderhoud van de bestaande structuren overeind blijven. Ten derde zwaaien mondige burgers en belangenorganisaties bij elke potentiele benadeling luidkeels met rode NIMBY-vlaggetjes.

Dit alles maakt het voor een bestuurder of ambtenaar veel aantrekkelijker om te geloven in mooie verhalen over bewustzijnsverandering bij bedrijven en burgers, dan in de zware arbeid van integrale infrastructuurprojecten.

Hoe kwalijk is de regentonhypothese?

Dan vraag 3: hoe erg is dit? Mij moet je niet vertrouwen. Ik heb sinds 2008 heel rebels mijn zinnen gezet op grote infrastructuren, juist omdat ik houd van moeilijke dingen. Maar los van mijn eigen hobby´s, vrees ik een toenemende spanning tussen de maatschappij en de waterwereld, omdat de verschuiving naar het lagere schaalniveau twee grote tekortkomingen kent. Ten eerste spreekt het de eigen duurzaamheidsambitie tegen en ten tweede mag je als individu vinden wat je wil, maar moet je als overheid leveren waar de meerderheid om vraagt.

Nederland staat, ondanks alle huidige problemen, nog altijd in vele top tien-lijstjes van best presterende landen ter wereld. Eén van de fundamenten daaronder is dat wij een aangenaam, platte en vruchtbare, maar onhandig moerassige delta uiterst leefbaar hebben gemaakt. En dat hebben we gedaan met grootschalige waterinfrastructuur. Als klimaat en samenleving blijven veranderen kan ik mij niet voorstellen dat de hoofdstructuur anno 2025 eeuwenlang de meest optimale zal blijven.

Grootschalige structuren zijn effectief, en daarom duurzaam. Met hetzelfde grondverzet verlaagt een dijkversterking het overstromingsrisico 100 maal effectiever dan verhoogd bouwen. Eén megadrinkwaterspaarbekken kost per kuub opslag 100 maal minder dan een regenton.

Gaan we oprekken, optimaliseren,
of gaan we doorontwikkelen?

 

Arbeidsdeling

Een andere pijler onder onze welvaart is arbeidsdeling. Het is een sympathiek idee dat een ziekenhuis eigenstandig regenwater op gaat slaan in de ziekenhuiskelders. Er stroomt dan een minimale fractie van de neerslag minder naar de polder, en het drinkwaterbedrijf hoeft een minimale fractie minder drinkwater naar het ziekenhuis te sturen. Maar het ziekenhuis krijgt er investerings-, onderhouds- en risicobeheersingstaken bij. Weten we zeker dat een ziekenhuis zich niet volledig zou moeten richten op ziekenzorg, en voor hun waterzaken zou moeten kunnen vertrouwen op waterschap en drinkwaterbedrijf? Dit geldt ook voor projectontwikkelaars die tegenwoordig waterberging en waternatuur moeten realiseren. Dat kan een waterschap in samenwerking met provincie en natuurorganisaties veel beter.

Laat iedereen doen waar ze voor opgericht zijn.

Wat willen de passagiers van Oceaanstomer Nederland?

Op het allerlaagste schaalniveau bevindt zich het bijstellen van de wensen van de eindgebruikers. De nationale structuren zouden vaker moeten mogen falen, vindt bijvoorbeeld het College voor Rijksadviseurs. Af en toe in het donker zitten, vaker de laarzen aan.

Op dit punt ben ik de laatste jaren mijn vrienden, familie en collega’s gaan bevragen. In hoeverre zijn ze in staat om in te leveren? Mijn schatting is een procent of 10. Hooguit een kwart, voor de echte milieufreaks. Maar ik zie de meest zelfgroenverklaarde personen nog altijd volop shoppen, vliegen, verwarmen en verkoelen. We proberen onze consumptie af te zwakken. Tuurlijk. Heus. Maar binnen de grenzen van onze levenslust en verlangen naar comfort. Dat is wat we collectief aan het doen zijn. Vaker stroomuitval en wateroverlast in berusting accepteren? Daar zijn we veel te verwend voor.

Bekijk Nederland eens als een grote oceaanstomer die de wereldzeeën bevaart. Het gaat zwaarder stormen en regenen. Wat doet de bemanning? Lezingen geven over de gevaren. Zwemvesten uitdelen en zwemles geven. De cabines op het schip herschikken, de laagst gelegen cabines opgeven en risicolabels op de cabines plakken. En natuurlijk een nieuwe reisverzekering en scheepsverzekering. Misschien terug naar de haven en het schip in zijn geheel verlaten? Alle opties open.

Maar wat willen de passagiers?

Die willen hun eigen ding doen. En dat vraagt een bemanning, rederij en scheepsbouwers die niet de passagiers proberen te veranderen, maar het schip verbeteren. Zwaarder materiaal, energiezuinige motoren, gestroomlijnde scheepsrompen en de nieuwste detectiesystemen. Zodat ijsschotsen en ander gevaar al vele kilometers vooruit scherp in beeld zijn. En worden vermeden.

Ties Rijcken is ingenieur en publicist, verbonden aan de Technische Universiteit Delft.