Rijkswaterstaat gaat op de schop. Directeur-generaal Martin Wijnen maakte op 15 april zijn toekomstperspectief bekend: hij wil met hetzelfde personeelsbestand fors meer projecten afleveren door processen te vereenvoudigen, lagen in de organisatie af te slanken en ruim 750 fte rechtstreeks naar aanleg, beheer en onderhoud te verschuiven. De implementatie start in het derde kwartaal van 2025 en moet uiterlijk 1 januari 2028 voltooid zijn.
Wie op de Waterbouwdag van 17 oktober 2024 luisterde, had de koerswijziging al kunnen vermoeden. Daar stelde Wijnen dat er “meer accountants en juristen op de bouwplaats staan dan ingenieurs” en pleitte hij voor eenvoudige werkprocessen. “We zijn te ingewikkeld geworden en moeten onze werkprocessen vereenvoudigen,” aldus Wijnen op het congres in Utrecht. Zijn boodschap sloot aan bij het thema van die dag – productie verhogen door ‘simplicity’ – en vormde de opmaat voor het reorganisatieplan dat nu is gepresenteerd.
Van eilandjes naar één assetmanagementorganisatie
Nederland staat voor een historische instandhoudingsopgave: duizenden bruggen, viaducten, sluizen en dijken naderen het einde van hun levensduur, terwijl budgetten, stikstofruimte en technisch personeel schaars zijn. Volgens Wijnen kan Rijkswaterstaat die veelheid aan uitdagingen alleen aan door alle activiteiten te ordenen rond één kernproces: assetmanagement. Daarmee kiest het agentschap nadrukkelijk voor de rol van beheerder en vervanger van civiele kunstwerken in plaats van opdrachtgever, dienstverlener én kennisinstituut tegelijk. “We kiezen er nadrukkelijk voor om een assetmanagementorganisatie te zijn; kortweg het beheren, onderhouden en vervangen van onze assets,” zei Wijnen deze week in Cobouw.
Slankere top, bredere basis
De aangekondigde reorganisatie verkleint de topstructuur en bundelt uitvoeringsteams interdisciplinair. Wijnen lichtte in Cobouw toe wat dat betekent: “De top moet smaller en de productie moet met een factor vier omhoog.” Bestaande functies blijven behouden, maar worden soms herschikt of omgeschoold via de RWS-academie. Tegelijkertijd wil hij het aantal besluitvormingslagen verminderen, zodat medewerkers buiten “minder worden afgeleid door ruis en vergaderingen” en hun tijd kunnen steken in projecten.
Minder praten, buiten meer doen
Tijdens de interne presentatie onderstreepte Wijnen het belang van daadkracht: “Minder praten, buiten meer doen.” Dat is nodig voor wat hij een ‘systeemsprong’ noemt: de stap van vijftig grote projecten in 2023 naar honderd dit jaar én het wegwerken van de onderhoudsachterstand. “Iedereen ziet dat de spullenboel buiten veroudert,” waarschuwde hij. De reorganisatie moet daarom leiden tot eenduidige sturing, minder dubbel werk en hogere output, zonder de werkdruk onnodig te verhogen.
Reacties uit de sector
De plannen worden in de infrasector overwegend positief ontvangen. Op LinkedIn reageerden oud-Rijkswaterstaters met ‘Eindelijk!’, zo meldde Cobouw, terwijl sommigen ook wijzen op de onzekerheid die een grote herstructurering met zich meebrengt. Bouw- en ingenieursbureaus zien vooral kansen als Rijkswaterstaat sneller kan beslissen en projecten eenvoudiger in de markt zet. Tegelijk erkennen zij dat het succes valt of staat met het behoud van technische kennis binnen de dienst – het punt dat Wijnen zelf vorig jaar al aansneed toen hij op de Waterbouwdag opriep tot méér ingenieurs op de bouwplaats.
Strakke planning, open winkel
De implementatiefase start komende herfst. Rijkswaterstaat belooft een ‘snel maar uiterst zorgvuldig’ traject: de organisatie blijft open terwijl de verbouwing plaatsvindt. Volgens Wijnen is uitstel geen optie. Het agentschap moet in zijn ogen klaarstaan om bruggen, sluizen, dijken en wegen toekomstbestendig te maken in een tijd dat veroudering en klimaatstress zich tegelijk aandienen.
Aantrekkelijker voor ingenieurs
Met de gekozen koers – eenvoud in processen, duidelijk eigenaarschap en een brede basis in de uitvoering – wil Rijkswaterstaat de grootste onderhoudsoperatie uit zijn tweehonderdjarige geschiedenis versneld oppakken. Als de aanpak slaagt, moet de dienst in 2028 niet alleen efficiënter zijn, maar ook aantrekkelijker voor de ingenieurs die Wijnen zo hard nodig heeft om de ‘systeemsprong’ waar te maken.










