goede voornemens

Een nieuw jaar, een nieuw begin. Een mooi moment om oude ideeën achter ons te laten en te vervangen door nieuwe – of andersom?

De bekende nieuwjaarsvraag naar goede voornemens zou ik het liefst het hele jaar door stellen. Het voornemen voor iets nieuws gaat goed samen met het loslaten van iets ouds. Welke concepten in de waterwereld zijn mijns inziens het overwegen waard om te vervangen?

Een populair idee is dat we tegen ‘de grenzen van de maakbaarheid’ van de huidige technische watersystemen aanlopen. Wat ik daarbij mis, is antwoord op twee vragen: waarom zou dat eigenlijk zo zijn? En zitten niet-waterprofessionals daar wel op te wachten? Stel dat Tennet of Heijmans zou aankondigen dat zij tegen de grenzen van hun systemen aanlopen, en dat we daarom ons gedrag moeten aanpassen. Zouden we daarin meegaan? Hoe zou het zijn om dit idee te vervangen door het idee dat we met elegante duurzame technologie onze ruimtelijke systemen doorontwikkelen en daarmee juist grenzen verleggen?

Ik hoor ook vaak dat we technische maatregelen (die altijd ook ruimtelijk zijn) moeten vermijden om niet in een ‘lock-in’ terecht te komen. Als we met technische maatregelen woongebieden tegen wateroverlast beschermen, leidt dat tot nog meer woningen, die weer nog meer bescherming vragen. Gevangen in een negatieve spiraal… Maar waarom is deze spiraal eigenlijk niet positief? Overweeg eens om de weerzin tegen lock-ins te vervangen door de bereidheid tot een keuze voor een commitment.

Lock-ins zouden te vermijden zijn met eveneens populaire ‘geen-spijt maatregelen’. Sla lokaal enkele duizenden kuubs water op, in plaats van een ingreep in het hoofdwatersysteem om miljoenen kuubs vrij te maken. Los van de vraag wat bij de waterbergingsproblematiek slimmer zou zijn: bestaat geen-spijt eigenlijk wel? Of is het een valse belofte in een onzekere wereld? Stel dat er toch ooit voor de grote maatregel gekozen wordt. Dan krijg je met de kleine maatregel toch spijt? Getrainde psychonauten geven de emotie spijt weinig aandacht. We kunnen beter bewust een gokje wagen en verantwoordelijkheid nemen voor de onzekere gevolgen.

Andere woorden geven ander onderzoek en ander beleid

Het huidige denken over de zeespiegelstijging, mijn favoriete onderwerp, gaat zo: de bestaande systemen hebben een houdbaarheid, tot we tegen knikpunten aanlopen. Tot het zo ver is verkennen we extreme oplossingen in een verre toekomst: de hoekpunten van het speelveld. Vervolgens schetsen we in dit speelveld gelijkwaardige adaptatiepaden, waartussen we ooit overspringen – maar nu nog niet. Deze woorden structureren de onderzoeksinspanning, en daaruit volgen beleid en maatregelen. Je krijgt ander onderzoek en ander beleid als je bijvoorbeeld redeneert vanuit maatschappelijke waarden, vervolgens maatregelen die rondom die waarden problemen oplossen en kansen pakken. Geen extreme hoekpunten in een verre toekomst, maar concrete potentieel haalbare maatregelpakketten in het nu, waarmee we, bewust, de kansrijkheid van mogelijke vervolgmaatregelen veranderen.

Welke ideeën hierboven zijn eigenlijk oud, en welke nieuw? De grote bestuurskundige Paul Frissen bekritiseert in zijn boeken juist steeds populaire (nieuwe) concepten zoals transparantie en integraliteit vanuit tijdloze (oude) wijsheden. Ik begrijp de menselijke behoefte aan hypes en buzzwords, en vind het tegelijkertijd een nuttige bezigheid om deze in twijfel te trekken. Ook al verstoort dat, voor sommigen, het feest.
Gelukkig nieuwjaar!

Ties Rijcken is publicist, verbonden aan de Technische Universiteit Delft