Zoutmetingen gestart voordat Haringvlietsluizen op kier gaan

De meetschepen zijn uitgerust met sensoren die het zoutgehalte meten. (foto: Rijkswaterstaat).

Rijkswaterstaat heeft half juli vier schepen uitgerust met meetapparatuur in het Haringvliet neergelegd. De zogenoemde meetschepen zullen het zoutgehalte in het water monitoren. Ieder schip is uitgerust met drie sensoren. Eén sensor bevindt zich dicht bij de bodem, één op 7 meter en één op 2 meter onder het wateroppervlakte.

De meetschepen zijn nodig omdat in 2018 het Kierbesluit wordt ingevoerd. Dit betekent dat er via de Haringvlietsluizen niet alleen zoet rivierwater naar zee wordt gespuid, maar tijdens hoog water op zee ook via een beperkte opening ‘Kier’ zeewater wordt ingelaten op het Haringvliet. Hierdoor kunnen trekvissen waar onder zalm en zeeforel de sluizen passeren richting hun paaigebieden, die stroomopwaarts in het stroomgebied van de Rijn liggen. Dat is belangrijk voor de internationale vismigratie. Door het inlaten van zout water via de Kier zal het westelijk deel van het Haringvliet verzilten.

Bedieningsprotocol
Als in 2018 de compenserende maatregelen voor het Kierbesluit helemaal gereed zijn, voert Rijkswaterstaat het kierbesluit in. Er wordt voorzichtig gestart met Kieren zodat het risico op een te grote verzilting zo klein mogelijk blijft. De gegevens die nu worden verzameld over het zoutgehalte zijn erg belangrijk voor het opstellen van een definitief bedieningsprotocol voor de Haringvlietsluizen.