Het zuiveringstarief van Waterschapsbedrijf Limburg is voor het derde jaar op rij het laagste van heel Nederland (foto: Waterschapsbedrijf Limburg).

De waterschappen verwachten dat de heffingsopbrengsten in 2018 ruim 2,5 procent zullen stijgen, naar ruim 2,8 miljard euro. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de begrotingscijfers van de waterschappen. Daarmee noteert dit jaar de grootste stijging sinds 2010. In 2017 bedroeg de toename van de heffingsopbrengsten nog 1,8 procent.

Toine Poppelaars, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, reageert op de CBS-cijfers: “De belangrijkste oorzaak van de stijging van 2,5 procent is de hogere inflatie. Voor 2017 werd een inflatie van 1 procent verwacht, voor dit jaar is dat 1,5 procent. Daarnaast constateren de waterschappen dat de omstandigheden sneller wijzigen dan verwacht door de gevolgen van klimaatverandering. Waterschappen moeten meer en sneller maatregelen nemen om de schadelijke gevolgen hiervan beperkt te houden. Deze maatregelen kosten veel geld. Via innovatieve oplossingen, samenwerking en een efficiënte bedrijfsvoering houden de waterschappen de kostenstijging zo laag mogelijk. Dat vertaalt zich in de beperkte lastenstijging waarover het CBS bericht.”

Vooral watersysteemheffingen stijgen fors
De stijging wordt volgens het CBS met name veroorzaakt door de stijging van de watersysteemheffingen, waaruit de waterschappen het beheer en onderhoud van waterkeringen en de zorg voor het vasthouden, bergen en aan- of afvoeren van water (de watersysteemtaak) bekostigen. De opbrengst van de watersysteemheffing stijgt in 2018 met 3,7 procent naar ruim 1,5 miljard euro. De zuiveringsheffingopbrengst, waarmee de waterschappen de afvalwaterzuiveringstaak bekostigen, stijgt in 2018 met 1,2 procent naar 1,3 miljard euro.

Bron: CBS.

Grote verschillen belastingen per waterschap
De hoogte van de belastingtarieven verschilt volgens het CBS sterk per waterschap. De hoogte is onder andere afgestemd op het waterbeheer in het waterschap. Factoren als veel of weinig water, hoog- of laaggelegen land, wel of niet aan kust of grote rivieren, grondsoort, landelijk of verstedelijkt gebied zijn van invloed op de kosten die waterschappen maken. Zo betalen inwoners van het hoogheemraadschap Delfland, dat aan de kust en gedeeltelijk onder zeeniveau ligt, het meest aan waterschapsbelastingen in 2018. Een meerpersoonshuishouden met een eigen woning van 250 duizend euro betaalt daar in 2018 een bedrag van 468 euro, waar het gemiddelde over heel Nederland op 359 euro ligt. Dit komt vooral doordat in hoogheemraadschap Delfland de tarieven van de watersysteemheffing ingezetenen en de tarieven voor de waterzuivering relatief hoog zijn. Een vergelijkbaar huishouden in waterschap de Dommel, dat grotendeels boven zeeniveau ligt en niet aan de kust of grote rivieren, is rond 239 euro kwijt.

Het laagste zuiveringstarief
Ondanks het feit dat de hoogte van de heffingen afhankelijk is van de vele hierboven geschetste factoren, kijken veel waterschappen toch elk jaar met spanning uit naar de lijst van het CBS. In de communicatie met de inwoners staat het natuurlijk goed als je kunt vertellen dat jouw tarieven lager zijn dan het gemiddelde. “Ons zuiveringstarief van 47,62 euro per vervuilingseenheid is voor het derde jaar op rij het laagste van Nederland!”, zegt bijvoorbeeld Michel Bouts, bestuurslid van Waterschapsbedrijf Limburg, met enige trots. “Alhoewel het wordt dringen in de voorhoede – want negen waterschappen ontlopen elkaar niet veel – zijn we in vergelijking met het gemiddelde landelijke tarief van 56,80 euro per vervuilingseenheid, nog altijd 16 procent goedkoper.”

Woningeigenaren betalen meer aan heffingen door hogere WOZ
De stijging van de waterschapsheffingen is met name terug te zien bij de heffing gebouwd, die alleen voor woningeigenaren geldt. Het tarief voor de heffing gebouwd is gemiddeld nagenoeg gelijk aan 2018, maar de WOZ-waarde die de basis vormt van de heffing, is voor veel woningen gestegen. Een meerpersoonshuishouden met een eigen woning van 250 duizend euro betaalt in 2018 gemiddeld 359 euro aan waterschapsheffingen, 1,2 procent meer dan een jaar eerder. Een alleenstaande met dezelfde woning betaalt 1,8 procent meer dan een jaar eerder. De totale belastingaanslag voor huishoudens zonder eigen woning is lager. Een gezin zonder koopwoning betaalt in 2018 gemiddeld 257 euro aan waterschapsbelastingen, een alleenstaande gemiddeld 144 euro.

Bron: CBS.