Waterschap Rijn en IJssel is in Zutphen gestart met de bouw van een fabriek voor de productie van NEO-alginaat. De grondstof zal in de loop van 2019 worden gewonnen uit gezuiverd restwater van de zuivelfabrieken van Royal FrieslandCampina in Borculo en Lochem. Het NEO-alginaat zal waarschijnlijk als grondstof worden gebruikt in de kunstmestindustrie en in de bouwsector.

Het afvalwater uit de voedingsindustrie wordt gezuiverd met de Nereda-technologie. Na dit zuiveringsproces blijven er korrels over waaruit biopolymeren met alginaatachtige eigenschappen kunnen worden gewonnen. Waterschap Rijn en IJssel ziet mogelijkheden om deze grondstof te leveren aan afnemers in bijvoorbeeld de tuinbouw. “Wij zijn nu in gesprek met potentiële afnemers en verwachten binnenkort uitsluitsel te krijgen”, verklaart Jeroen Balemans van Waterschap Rijn en IJssel.

Grondstofstatus
Om het product te kunnen vermarkten, moet de grondstof voldoen aan wet- en regelgeving. Afval kan op dit moment niet zomaar worden ingezet als grondstof. Waterschap Rijn en IJssel verwacht dat NEO-alginaat wel toegepast mag worden, omdat het wordt gewonnen uit restwater uit de voedselindustrie. Balemans: “Er is dus geen reden om aan te nemen dat er verdachte stoffen in de grondstof zitten. Maar wij kunnen dit pas aantonen als het eerste deel van de fabriek volgend jaar in bedrijf is en we het product kunnen laten testen.”

Investering
De bouw van de grondstoffenfabriek kost 11 miljoen euro en wordt mede mogelijk gemaakt dankzij financiële ondersteuning van de provincie Gelderland, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (DEI-programma) en de EU (LIFE-programma). Waterschap Rijn en IJssel investeert zelf 9 miljoen euro in het project en wil op deze manier een bijdrage leveren aan de circulaire economie. “Daarnaast gaat het NEO-alginaat inkomsten opleveren en ontvangen we een vergoeding van FrieslandCampina voor het behandelen van hun restwater. Bovendien hoeven we in de toekomst minder slib te verwerken waardoor onze kosten zullen dalen. Daardoor valt deze businesscase voor ons positief uit”, aldus Balemans.

Grootschalig getest
Ook op de rioolwaterzuivering in Apeldoorn van Waterschap Vallei en Veluwe zijn dit voorjaar succesvolle tests uitgevoerd om op grote schaal biopolymeren met alginaatachtige eigenschappen te kunnen winnen uit Nereda-slib. De resultaten van deze proef worden ook meegenomen bij de bouw van de full scale alginaatfabriek in Zutphen.

Samenwerking
Het terugwinnen van alginaatachtige biopolymeren uit afvalwater vindt plaats binnen het Nationaal Alginaat OntwikkelingsProgramma NAOP. In dit programma werken Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap Rijn en IJssel, de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA), ingenieursbureau RoyalHaskoningDHV en de TU Delft nauw samen. Alle partijen brengen een deel van de kennis en expertise in die nodig is voor het terugwinnen, verwerken en vermarkten van de nieuwe grondstof. Van laboratoriumonderzoek tot full scale terugwinning.

Circulaire economie
Dijkgraaf Hein Pieper, Waterschap Rijn en IJssel: “Het zuiveren van afvalwater kost de Nederlandse waterschappen jaarlijks veel geld. Bovendien gaan er met dat afvalwater vaak kostbare energie en grondstoffen verloren. Vandaar dat wij samen met universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven hard werken aan de waterzuivering van de toekomst: Energie- en Grondstoffenfabrieken die geen afval produceren en energieneutraal zijn. Zo werken we steeds verder toe naar een volledig duurzame en circulaire economie.”