De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur wil snel een stap zetten naar de verhoging van de waterpeilen en naar een nieuwe vorm van grondgebonden melkveehouderij (foto: provincie Utrecht).

In een briefing aan de Tweede Kamer bevestigde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) nogmaals dat de huidige bodemdaling in de landelijke veenweidegebieden met gemiddeld 1 cm per jaar geen toekomst biedt. Toch denkt de Raad dat het mogelijk is om het huidige DNA van het groene landschap én de veehouderij te behouden.

Het Rijk moet daartoe wettelijke doelen stellen en provinciale uitvoeringstafels moeten het regionale maatwerk en uitvoering leveren, zo stelt de Raad. In september bracht de Rli een rapport uit over de problematiek van de bodemdaling in veenweidegebieden. De Raad ziet die problemen rond het verlies aan natuur, vermindering van de waterkwaliteit en toenemende kosten voor de landbouw in de toekomst alleen maar verder toenemen. Daar komt nog bij dat bij een laag waterpeil er veel veen oxideert en de vrijkomende broeikasgassen ervoor zorgen dat de klimaatdoelen van Parijs niet gehaald kunnen worden. Bij een gemiddelde daling van 1 cm/jaar komen grote delen van Nederland steeds lager te liggen terwijl de zeespiegel stijgt. De toename van de overstromingsrisico’s is volgens de Raad onverantwoord.

Daarom is de Rli van mening dat de bodemdaling moet worden afgeremd en dat er een waterpeil moet worden nagestreefd van 20 cm onder maaiveld. Bij zo’n peil moet het mogelijk zijn om de huidige gemiddelde daling terug te brengen van 1 cm/jaar tot een autonome daling van minder dan 6 mm/jaar.

Begaanbaar pad
In een briefing aan de Tweede Kamer lichtte raadslid Andre van der Zande van de RlI nog eens toe hoe de Raad de complexe materie heeft afgewogen. Volgens Van der Zande ontbreekt vooral een nationale vernattingsstrategie met wettelijk vastgelegde doelen voor de vermindering van de bodemdaling. Vernatting is volgens de Raad onvermijdelijk, maar ze wil met een haalbare reductiedoestelling het behoud van de groene weiden met de melkveehouderij toch overeind houden. “We zijn uitgekomen op een volgens ons begaanbaar pad met een wettelijk verplichte halvering van de bodemdaling in 2030 en een 70 procent (streef)doelstelling in 2050.”

Andere bedrijfsvoering
Volgens Van der Zande zullen de melkhouders wel hun bedrijfsvoering moeten aanpassen. De bedrijven zullen volgens hem groter moeten worden, hun bedrijfsvoering zal meer gedifferentieerd moeten worden en wellicht zullen nieuwe landrichting en verplaatsing nodig zijn. De Raad denkt aan een transitieperiode, waarin de boeren met overheidsgeld worden gesteund. Ieder zal daar een bijdrage aan moeten leveren. “Wij denken aan omschakelings- en inrichtingspremies met een overheidsdeel, zoals destijds bij landherindeling en reconstructies. Maar ook wordt een aandeel verwacht van de waterschappen, omdat die verantwoordelijk zijn voor een duurzaam watersysteem. En een individueel investeringsdeel van de boeren zelf. Die mix zal bepaald moeten worden. Dat is een politieke keuze”, aldus Van der Zande. Ook de reductie van de CO2-uitstoot kan hierbij een rol spelen. “Daar waar de CO2-reductie een trigger is om dit te moeten doen, kan een CO2-beprijzing een goed hulpmiddel zijn om het pad van vernatting begaanbaar te maken voor individuele agrariërs”, stelde Van der Zande. Maar na de transitie moet de bedrijfsvoering volgens hem duurzaam zijn en “moeten de boeren ervoor bij de bank kunnen aankloppen”.

Geen waardedaling
CDA-kamerlid Jaco Geurts wees op de waardedaling van de grond. Volgens Van der Zande mogen waterschappen een ander waterpeil vastleggen, als ze daarbij de ingelanden en bedrijven tijdig de gelegenheid geven daarop op in te spelen. Daarvoor heeft de Rli volgens Van der Zande gekozen voor het begaanbare pad met de twee doelen in 2030 en in 2050. “Compensatie is pas aan de orde bij snelle veranderingen. Met de door ons voorgestelde tweetrapsraket is er voldoende tijd en hoeft er geen sprake te zijn van waardedaling.”
Tekst loopt door onder de foto

De technische briefing aan de Tweede Kamer geschiedde geheel coronaproof: via een videoverbinding.

Zoneringskaarten en uitvoeringstafels
Naar het idee van de Rli spelen provincies een belangrijke rol bij de regionale invulling van de politiek vastgestelde landelijke reductiedoelen en het initiëren van de uitvoering. Regionaal, en zelfs per polder, kan de bodemdalingsproblematiek verschillen en daarom zouden provincies zoneringskaarten moeten maken voor maatwerk. Verder denkt de Raad aan een gezamenlijk eigenaarschap bij de uitvoering met regionale uitvoeringstafels: provincie en waterschappen die de regie nemen om samen met natuurorganisaties en gemeenten invulling te geven aan de nationale reductiedoelstellingen en koppeling aan andere uitvoeringstafels.

Gemis aan nationaal kader
D66-Kamerlid Tjeerd de Groot verwees naar de vele klimaat- en stikstofdoelen die nu al spelen aan de uitvoeringstafel. Partijen wijzen naar elkaar en het komt niet tot uitvoering. Hoe denkt de Raad dat te voorkomen, vroeg hij aan Van der Zande. “Wij vinden het onbegrijpelijk dat er geen nationale wettelijke doelen zijn, zoals in Indonesië en Rusland”, luidde Van der Zande’s antwoord. “Het afremmen van bodemdaling is onvermijdelijk, alleen al om de klimaatdoelen te kunnen halen. Wij zien een begaanbaar pad met financiële prikkels. Maar met wettelijke doelen kan het parlement ingrijpen als de uitvoering achterloopt en maatschappelijke organisaties en burgers kunnen bij de rechter terecht en uitspraken eisen over een tandje erbij. Dat zien we ook bij de klimaat- en stikstofdoelen.”De mening van de Raad is duidelijk: begin nu met de vernattingsstrategie en zet een stap naar de verhoging van de waterpeilen. En naar een nieuwe vorm van grondgebonden melkveehouderij.

Meer over het RlI-advies’ Stop bodemdaling in veenweidegebieden’ is te vinden op de website van de Raad.