Lage afvoeren en industriële lozingen bedreigen de waterkwaliteit van Maas en Rijn. (foto: Wikimedia Commons).

Door lage waterafvoeren staat de waterkwaliteit onder druk. In 2017 bestond het Maaswater door de verminderde afvoer van regenwater voor 50 procent uit al dan niet gezuiverd afvalwater. Dat leidde niet tot meer drinkwaterinnamestops, maar de drinkwaterbedrijven vroegen wel veel vaker een ontheffing aan voor een zogenaamde ‘opkomende’ stof. Het aantal ontheffingen steeg in 2017 van 3 naar 26. Dat blijkt uit de nieuwste rapportages van RIWA over de waterkwaliteit van de Rijn en de Maas in 2017.

Als het rivierwater gedurende langere tijd een signaleringswaarde overschrijdt, maar er volgens het RIVM geen risico voor de volksgezondheid is, kunnen de drinkwaterbedrijven in Nederland een ontheffing krijgen. De signaleringswaarde is ingesteld om op tijd te kunnen anticiperen op onbekende verontreinigingen. In het ‘Protocol monitoring en toetsing drinkwaterbronnen KRW’ is een signaleringswaarde van 0,1 μg/L opgenomen voor nieuwe, opkomende stoffen. Deze signaleringswaarde is aanzienlijk lager dan de wettelijke signaleringswaarden uit de Drinkwaterregeling (1 μg/L). Dat is om toenemende concentraties tijdig te kunnen signaleren. Het aanvragen van een ontheffing biedt voor de drinkwaterbedrijven operationele voordelen, want dan er kan toch rivierwater ingenomen worden. In 2017 hebben de Nederlandse drinkwaterbedrijven voor 14 stoffen waarvoor (nog) geen normen bestaan, in totaal 26 ontheffingen aangevraagd. Ter vergelijking: in 2015 werden er slechts drie ontheffingen (pyrazool) aangevraagd.

Innamestops beperkt door ontheffingen
In het rapport staat dat Waternet berekende dat, zonder ontheffing, de inname van Lekwater in Nieuwegein in 2017 maandenlang beperkt zou zijn geweest als gevolg van overschrijdingen van de signaleringswaarde van 1 μg/l. Dat zou het geval zijn geweest voor melamine (overschrijding van 12 maanden), trifluoracetaat (overschrijding van 11 maanden), pyrazool (8 maanden) en 1,4 dioxaan (6 maanden). Deze stoffen overschreden enkele tot vele maanden de signaleringswaarde van 1 μg/L.

Transparantie
De helft van al het (al dan niet gezuiverd) afvalwater in de Maas is afkomstig van industriële lozingen. En juist van dat type effluent is maar weinig bekend. “Als het nog droger wordt, bestaat bijna de hele rivier uit afvalwater. Dan is het dus heel belangrijk dat het afvalwater van hoge kwaliteit is, en dat bekend is wat er inzit. Om te voorkomen dat de waterkwaliteit de komende jaren verder onder druk komt te staan, pleit RIWA pleit voor volledige transparantie van alle industriële lozingen.”, aldus RIWA.

Nog lagere afvoeren
Door klimaatverandering lijkt het debiet van de van regen afhankelijke Maas onvoorspelbaarder geworden. Of dat inderdaad zo is, moet blijken uit een onderzoek dat wordt uitgevoerd door de Universiteit van Utrecht en KWR Water Research Institute in opdracht van RIWA. Lange droge periodes met lage waterafvoer in de rivier leveren vaak problemen op voor de drinkwaterbereiding, omdat verontreinigingen dan minder worden verdund. Dat kan ertoe leiden dat drinkwaterbedrijven de kwaliteit van de Maas ongeschikt vinden om er drinkwater van te produceren en besluiten tot een innamestop. Een ander gevolg van klimaatverandering zijn extreme neerslagperioden met hevige piekbuien. Die kunnen gepaard gaan met riooloverstorten, waarbij er huishoudelijk afvalwater rechtstreeks in het oppervlaktewater terecht komt. Ook dat kan risico’s opleveren voor de drinkwaterbronnen, blijkt uit de rapportage.

Publiek belang van de drinkwatervoorziening
Drinkwaterbedrijven in Nederland en België onttrekken jaarlijks 750 miljoen kuub water uit de Rijn en de Maas om hiervan drinkwater voor 8,5 miljoen klanten te bereiden. De hoge kwaliteit waaraan het drinkwater moet voldoen, vereist een preventieve bescherming van het oppervlaktewater: wat er niet in komt hoeft er ook niet uit. RIWA pleit voor openheid van het vergunningsproces en een publiek, grensoverschrijdend register van alle stoffen die via industrieel afvalwater in het milieu terecht komen. Hierdoor krijgen alle watergebruikers beter inzicht in welke stoffen zich in het oppervlaktewater bevinden.