Frisdrankenproducent Refresco in Maarheeze (foto: Richard Sinon, Refresco)

De provincie Noord-Brabant heeft bij het verlenen van een vergunning aan frisdrankproducent Refresco in Maarheeze te weinig oog gehad voor het belang van voldoende grondwater voor alle partijen in de provincie en de natuur. Door het nieuwe grondwaterbeleid van de provincie zit de vergunde ruimte al vol. “De provincie kan deze vergunde ruimte niet nog een keer uitgeven”, stelt Misha Mouwen, adjunct-directeur van de Brabantse Milieufederatie (BMF).

Refresco in Maarheeze wil de productie flink gaan uitbreiden. Hiervoor heeft de frisdrankproducent in augustus 2018 een aanvraag ingediend voor de uitbreiding van de ondiepe winning met 250.000 m3 tot een hoeveelheid van 633.000 m3 per jaar. Daarmee komt de totale grondwaterwinning op 750.000 m3 per jaar. De Brabantse Milieufederatie (BMF) ging hiertegen in beroep, samen met omwonenden, stichting de Dorpsraad Maarheeze en de vereniging Duurzaam en Groen.

Provincie wijkt af van grondwaterbeleid

De provincie verleende de vergunning in afwijking van haar aangescherpte grondwaterbeleid, stellen de partijen. De provincie besloot in 2018 om het vergunde plafond van 300 miljoen m3 terug te brengen naar 250 miljoen m3. De rechtbank stelt nu dat er weliswaar 300 miljoen m3 is vergund maar dat er feitelijk in heel Brabant minder dan 250 miljoen wordt onttrokken. De rechtbank wil dus meer zicht op de onderhandelingen door de provincie daarover met andere onttrekkers.

De BMF is blij met de uitspraak. “De rechtbank deelt onze zorgen over een eerlijke verdeling van het grondwater”, zegt Mouwen. “Er zijn immers meer partijen die het nodig hebben. Denk aan boeren voor beregening, drinkwater voor Brabant Water en andere industriële onttrekkers. De provincie voert de regie over de onttrekking van het grondwater en moet hierbij de vergunde hoeveelheid in de gaten houden. Daar heeft de provincie steken laten vallen, stelt de rechtbank.”

Risico verdroging natuur

Uit het tussenvonnis blijkt verder dat de rechtbank alle overige beroepsgronden ongegrond heeft verklaard. Dat komt volgens Mouwen deels omdat de BMF over te weinig middelen en capaciteit beschikt om tegenonderzoek te laten uitvoeren. Ze benadrukt dat er wel degelijk een risico is dat de natuur in Noord-Brabant verdroogt door de grondwateronttrekking. “Het onderzoek van Royal HaskoningDHV in opdracht van Refresco sluit dat ook niet uit, stelt de rechtbank. Ook maken wij ons zorgen over het effect van de grondwateronttrekkingen op de waterkwaliteit. Maar ook hiervan zegt de rechtbank dat wij het niet hebben kunnen aantonen.”

Ze verwijst naar een model van de provincie om de nadelige effecten op de natuur in kaart te brengen. Dat model gebruikt volgens Mouwen te weinig peilbuizen die bovendien niet altijd op de goede locaties liggen om de effecten goed te kunnen monitoren.

Zes weken de tijd
De provincie krijgt zes weken de tijd om de fouten in de vergunningverlening te herstellen. De woordvoerster van Refresco benadrukt dat het besluit van de Provincie Noord-Brabant op één punt aanvullende motivering vereist. “De overige beroepsgronden zijn alle ongegrond verklaard. Wij wachten een nieuw besluit van de provincie Noord-Brabant af en hebben er het volste vertrouwen in dat zij hun tweede besluit voldoende kunnen motiveren.”