Het vliegtuig van de Nederlandse Kustwacht maakte deze foto van de Noorse olietanker in de Geulhaven (foto: Kustwacht).

Het incident met de Noorse olietanker op zaterdag 23 juni in de Derde Petroleumhaven in het Botlekgebied heeft geleid tot een ernstige waterverontreiniging. Er is een aanzienlijke hoeveelheid zware stookolie in het water terechtgekomen. Havenbedrijf Rotterdam en Rijkswaterstaat werken samen aan het opruimen van de olie. De opruimwerkzaamheden kunnen nog weken duren, zo verwachten deskundigen.

Het Havenbedrijf Rotterdam en de hulpdiensten hebben zaterdag zo snel mogelijk na het incident oliekerende schermen geplaatst rond het schip, om verdere verspreiding van de 220 ton stookolie te voorkomen. Het plaatsen van die olieschermen was succesvol, maar een deel van de olie had zich al verspreid voorbij het incidentgebied. Op zondag 24 juni is geconstateerd dat er sprake is van een ruime verspreiding van oliesporen op het water, van Hoek van Holland tot Spijkenisse brug en tot de Benelux-tunnel. De meeste olie ligt in de Derde Petroleumhaven. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft de eigenaar van de tanker aansprakelijk gesteld.

Plan van aanpak
Deskundigen verwachten dat de opruimwerkzaamheden tenminste dagen, zo niet weken gaan duren, maar mogelijk langer. In de vroege zondagmiddag hebben deskundigen een schouw uitgevoerd op het water. Aan de hand van de schouwbevindingen is een plan van aanpak uitgewerkt voor de opruiming van olie door HEBO Maritiemservice. Dit plan van aanpak is een gezamenlijk plan van Rijkswaterstaat en het Havenbedrijf, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de waterwegen respectievelijk de havenbekkens. Economische havens blijven zoveel mogelijk open, melden beide instanties.

Twee prioriteiten: opruimen en vogels redden
Tot nader order heeft de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond twee prioriteiten vastgesteld: het opruimen van de olie en aandacht voor verzorging van de besmeurde vogels. De Divisie Havenmeester van het Havenbedrijf is primair verantwoordelijk voor de coördinatie van opruimwerkzaamheden in de havens en de gevolgen voor de scheepvaart. Rijkswaterstaat is primair verantwoordelijk voor de coördinatie van de opruimwerkzaamheden op de waterwegen. Daarnaast coördineert Rijkswaterstaat in samenwerking met de dierenambulance en de Vogelbescherming de opvang en reiniging van besmeurde vogels, waarvoor een landelijke eenheid is ingezet. De brandweer helpt de medewerkers van de Dierenbescherming met boten en extra beschermingsmiddelen.

Eerst het water reinigen, daarna de schepen
Vanuit het perspectief van de opruiming is nu prioriteit om het oppervlaktewater in de Derde Petroleumhaven te reinigen. Pas daarna kunnen schepen worden gereinigd in een speciale wasstraat, zodat ze weer aan het scheepvaartverkeer kunnen deelnemen. De Veiligheidsregio sloot op zaterdagavond behalve de Derde Petroleumhaven en de Geulhaven, ook een aantal jachthavens: de buitenhaven van Vlaardingen, de jachthaven van Schiedam, de buitenhaven van Schiedam, de haven van Maasluis, de jachthaven van Hoogvliet, de Veerhaven in Rotterdam, de jachthaven van Rhoon en de haven van Rhoon. Waterschap Hollandse Delta sloot vervolgens uit voorzorg de havens van Spijkenisse en Oud-Beijerland. Ook was het passeren van de Voornse Sluis tijdelijk niet mogelijk. Op zondagmiddag kon het waterschap melden dat er geen olievervuiling in het water meer werd waargenomen, met uitzondering van de Geulhaven en de Derde Petroleumhaven. De havens van Spijkenisse en Oud-Beijerland werden daarom weer geopend en de schepen die bij de Voornse Sluis lagen, konden worden geschut. Ook de Veiligheidsregio liet op zondagmiddag weten dat “het incident werd afgeschaald”.

Opvangcentrum voor besmeurde vogels
Er zijn op zondag door brandweer, dierenambulance en Vogelbescherming meer dan honderd vogels gered, voornamelijk zwanen. De vogels zijn onder andere opgevangen in Rotterdam-Zuid, Hoek van Holland en Den Haag. Op maandag 25 juni ging een team aan de slag dat is gespecialiseerd in het redden en de opvang van besmeurde vogels. Ook is maandag gestart met de inrichting van een tijdelijk opvangcentrum voor vogels, zodat de noodopvangen kunnen worden opgeheven.