Drinkwaterbedrijf Oasen heeft Den Hoek en Waal aangewezen als voorkeursalternatief voor de verdere uitwerking van een nieuwe drinkwaterwinning in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard. Het gaat om een gespreide oplossing waarbij de benodigde extra capaciteit wordt verdeeld over twee locaties. Onder de agrariërs in het gebied bestaat de nodige weerstand tegen drinkwaterwinning.
De selectie volgt op de eerste fase van de milieueffectrapportage (MER), waarin zes potentiële locaties op hoofdlijnen zijn onderzocht en onderling vergeleken. Daarbij vond afstemming plaats met onder meer de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Krimpenerwaard en Molenlanden, Waterschap Rivierenland en Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Op basis van de uitkomsten van de MER, gecombineerd met criteria als uitvoerbaarheid, planning, leveringszekerheid en omgevingsimpact, kwam Den Hoek en Waal als meest kansrijke optie naar voren.
Nauwe samenwerking
Volgens directeur-bestuurder Arjan Driesprong neemt de urgentie om extra drinkwatercapaciteit te realiseren snel toe. “Met deze keuze zetten we een belangrijke stap om ook in de toekomst voldoende drinkwater te kunnen blijven leveren,” stelt hij. In de volgende fase wordt het voorkeursalternatief verder uitgewerkt, met nadrukkelijke aandacht voor effecten op natuur, landbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Ook wil Oasen dit proces in nauwe samenwerking met overheden en de omgeving vormgeven.
Stijgende vraag
De noodzaak voor uitbreiding is groot. Door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling stijgt de vraag naar drinkwater de komende jaren fors. Zonder aanvullende winning dreigt na 2030 een tekort. Oasen onderzoekt daarom hoe circa 8 miljoen m³ extra wincapaciteit per jaar kan worden gerealiseerd. De nieuwe winning moet naar verwachting rond 2033 gefaseerd in gebruik worden genomen, in combinatie met andere maatregelen zoals optimalisatie van bestaande bronnen en waterbesparing.
Weerstand
Tegelijkertijd groeit in de regio de weerstand tegen de plannen, met name onder agrarische ondernemers rond de beoogde locatie Waal. Zij vrezen ingrijpende gevolgen voor hun bedrijfsvoering. Volgens een groep boeren kan de komst van een waterwinning leiden tot “miljoenen euro’s schade per jaar” en het verlies van honderden hectares landbouwgrond, onder meer door gebruiksbeperkingen en veranderingen in de waterhuishouding.
De zorgen beperken zich niet tot financiële impact. Ondernemers wijzen erop dat individuele bedrijven mogelijk geheel moeten stoppen en dat tientallen andere bedrijven indirect geraakt worden. Ook klinkt kritiek op het participatieproces: boeren voelen zich onvoldoende betrokken en stellen dat er “wel óver hen, maar niet mét hen” wordt gesproken. Oasen benadrukt dat de exacte effecten nog niet vaststaan en dat deze in de volgende onderzoeksfase verder worden uitgewerkt, met als uitgangspunt om negatieve gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
In gesprek met betrokkenen
Met de keuze voor Den Hoek en Waal start nu de tweede fase van de MER. Hierin worden de effecten en ontwerpkeuzes verder gedetailleerd en worden mitigerende en compenserende maatregelen onderzocht. Ook gaat Oasen in gesprek met perceeleigenaren en andere betrokkenen in het gebied. Na afronding van deze fase volgen de vergunningprocedures, waaronder een benodigde vergunning van de provincie Zuid-Holland, waarbij formele inspraakmomenten onderdeel zijn van het proces.










