Delfland
Bij de pilot wordt een meetbootje ingezet dat real-time gegevens verzamelt over nitraat, geleidbaarheid en temperatuur in de sloten van het gebied. Daarnaast wordt eDNA-technologie (environmental DNA) toegepast, waarmee DNA-sporen van specifieke teelten in het water worden opgespoord (foto: Delfland).

Afgelopen week startte het Hoogheemraadschap van Delfland de pilot ‘Meten op slootniveau’, gericht op het verbeteren van de waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden. Met een snel naderende KRW-deadline (2027) is dat ook hard nodig, want de waterkwaliteit in de regio verbetert al een tijd niet meer. “Het Westland exporteert de mooiste bloemen wereldwijd, maar het landbouwgif komt bij ons in de sloot. Dat moet echt anders”, vindt de AWP.

In de Oude Broekpolder werd het startsein gegeven voor de pilot ‘Meten op slootniveau’, tijdens een bijeenkomst met ondernemers, de Federatie Vruchtgroente Organisaties (FVO), Versnellers Sierteelt, Glastuinbouw Nederland en het Hoogheemraadschap van Delfland. De pilot maakt gebruik van een geavanceerd meetbootje dat real-time gegevens verzamelt over nitraat, geleidbaarheid (EC) en temperatuur in de sloten van het gebied. Daarnaast wordt eDNA-technologie (environmental DNA) toegepast, waarmee DNA-sporen van specifieke teelten in het water worden opgespoord. Zo wordt duidelijk waar de knelpunten zitten én welke gewassen mogelijk bijdragen aan vervuiling.

Noodzaak voor actie

De waterkwaliteit in de regio Delfland verbetert al enige tijd niet meer, stelt het waterschap vast, terwijl de deadline van de Kaderrichtlijn Water snel dichterbij komt. “Ondanks dat veel ondernemers denken dat hun waterbeheer op orde is, tonen metingen en bezoeken van watercoaches aan dat er nog veel ruimte is voor verbetering. Regelmatig worden er nog te veel meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen aangetroffen in het oppervlaktewater. Deze vormen de grootste bron van vervuiling en zorgen voor de slechte waterkwaliteit in het glastuinbouwgebied”, aldus het waterschap.

Kennisdeling en samenwerking

De pilot is onderdeel van een bredere strategie van Delfland om samen met de sector te werken aan een emissieloze teelt. In plaats van te focussen op handhaving, ligt de nadruk op kennisdeling en samenwerking. De komende maanden gaan ondernemers in de Oude Broekpolder aan de slag met de inzichten uit de metingen. Knelpunten die uit de metingen naar voren komen, moeten worden aangepakt. Het waterschap benadrukt dat de aanpak niet vrijblijvend is. De sector heeft immers een zorgplicht om te zorgen voor een schone en gezonde leefomgeving rondom de kas. “Samen met partners richt Delfland zich op de doelen van de Kaderrichtlijn Water. We zetten in op het verminderen van schadelijke stoffen en het verbeteren en beschermen van de waternatuur”, meldt het waterschap. In een tweede meetronde wordt vervolgens bekeken welke verbeteringen zijn gerealiseerd.

Collectief

Delfland investeert fors in deze pilot, die volgens het waterschap past binnen de ambitie om de glastuinbouw toekomstbestendig te maken. “Het fundament van het hoogheemraadschap was 736 jaar geleden het collectieve belang van alle inwoners in de polder om droge voeten te houden”, zegt hoogheemraad Stijn van Boxmeer. “Met dit project leggen we datzelfde fundament voor de waterkwaliteit in de glastuinbouwgebieden. Juist door samen op te trekken, maken we als collectief het verschil. Voor nu en later.”

Te hoge concentraties

Onlangs bracht het waterschap de jaarlijkse Waterkwaliteitsreportage uit. Daaruit blijkt dat over 2024 in de KRW-waterlichamen en het lokale water de parameters chloride, zuurstof, zuurgraad en temperatuur over het algemeen voldoen aan de norm. Echter, de parameters N- totaal, P-totaal en doorzicht vormen in veel waterlichamen een probleem. Ook in lokaal water zijn N-totaal en P-totaal vaak te hoog en is het doorzicht te laag. Daarnaast voldoet ammonium in de meeste KRW-waterlichamen en het lokale water vaak niet aan de norm. Sinds 2010 is N-totaal in de meeste waterlichamen en lokaal water afgenomen, maar de concentraties stabiliseren de laatste jaren vaak net boven de norm.

Prioritaire stoffen en specifiek verontreinigende stoffen

De toetsingsresultaten van de prioritaire en specifiek verontreinigende stoffen van 2024 laten zien dat de waterlichamen niet voldoen aan de KRW-normen. Het verschilt per waterlichaam welke stoffen ervoor zorgen dat het eindoordeel negatief is. Twee stoffen zijn in alle acht KRW-waterlichamen overschrijdend aangetroffen, ook in het Duinwater Solleveld. Het betreft de som van de lineaire en vertakte PFOS-verbindingen en seleen. De metalen kobalt, kwik en arseen zijn op zeven van de acht KRW-waterlichamen in te hoge concentraties aangetroffen. Voor ammonium en nikkel geldt dit voor zes van de acht KRW-waterlichamen.

Bestrijdingsmiddelen

In 2024 zijn er op 32 van de 42 locaties tussen 1 en 6 bestrijdingsmiddelen in te hoge concentraties aangetroffen. In totaal overschreden 20 verschillende bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater de norm. Esfenvaleraat, cypermethrin en pendimethalin werden het vaakst normoverschrijdend aangetroffen. Naast normoverschrijdingen werd ook gekeken naar de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Niet alle aangetroffen bestrijdingsmiddelen leidden namelijk tot een normoverschrijding. Op alle meetpunten werden bestrijdingsmiddelen gedetecteerd, zelfs op locaties ver buiten het glastuinbouwgebied. Van deze stoffen werden fluopyram en flonicamid het vaakst boven de detectielimiet aangetroffen.

Toxiciteit

De mix, of cocktail, van de aanwezige bestrijdingsmiddelen die ieder voor zich onder de norm blijven, zorgt voor toxiciteit van het oppervlaktewater in de glastuinbouwpolders. Met alle ecologische gevolgen van dien. Het waterschap stelt vast dat de toxiciteit de afgelopen jaren weliswaar is afgenomen, maar deze haalt nog niet de oude en nieuwe prestatie-indicator. De Delflandse fractie van de AWP is hierdoor gealarmeerd. “In elk van de 26 glastuinbouwpolders werden er in 2024 tussen de twintig en veertig bestrijdingsmiddelen aangetroffen, overigens meest in lage concentraties. Maar artsen maken zich steeds meer zorgen op het effect van zulke cocktails aan bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van mensen”, zegt AWP-fractievoorzitter Hans Middendorp. “Want ook als elk pesticide individueel onder de norm blijft, geldt toch dat vele kleine druppeltjes samen één grote giftige slok maken.”
Tekst loopt door onder de afbeelding

Delfland
De kaart van Delfland met het aantal verschillende bestrijdingsmiddelen dat is aangetroffen op de 42 meetpunten. De overschrijdingen zijn ingedeeld in de categorieën 5-10 (groen), 11-20 (geel), 21- 30 (oranje) en 31-43 (rood) (Bron: Waterkwaliteitsrapportage 2024 Delfland).

Rekensom

Middendorp vervolgt: “In de 26 polders met kassen is elke maand op één meetpunt gemeten. En er waren 76 metingen met pesticiden die boven de veiligheidsnorm uitkwamen. Een simpele rekensom: 76 gedeeld door 26 komt uit op ongeveer drie overschrijdingen per jaar. Gemiddeld dus per polder elke vier maanden een giftige stof boven de veiligheidsnorm in het slootwater. Zo krijg je de watervlooien wel dood!”

Meer overschrijdingen

Hij wijst erop dat Delfland daarmee zeker niet alle overschrijdingen in beeld heeft: “Als er vaker en op meer plaatsen zou worden gemeten, zouden er ook meer overschrijdingen worden gevonden. Want een lozing die kort na de maandelijkse meting wordt gedaan, is een maand later door verdunning niet meer meetbaar.” Middendorp en zijn fractie zeggen daarom hoge verwachtingen te hebben van de droneboot, omdat daarmee real-time lekkages en lozingen kunnen worden vastgesteld door kleine verschillen in watertemperatuur en geleidbaarheid. “Vervolgens moeten de opsportingsambtenaren van Delfland ter plaatse op onderzoek uit”, vindt de fractievoorzitter.

‘Elke dag handhavingsdag’

De AWP pleit voor meer onaangekondigde controles. “Met de droneboot hebben we straks ‘elke dag handhavingsdag’, in plaats van drie keer per jaar. Het college van Delfland ziet niets in meer controle en handhaving, die vindt dat de sector het zelf moet oplossen. Wij zien wel veel potentie in meer onverwachte controles, omdat daardoor de tuinders zich beter bewust worden dat niets doen een bedrijfsrisico (last onder dwangsom) is”, aldus Middendorp.