FrieslandCampina
Lozingspunt van het gezuiverde afvalwater van FrieslandCampina in de Waddenzee (foto: Waddenvereniging).

De Waddenvereniging en MOB zijn in beroep gegaan tegen een lozingsvergunning van de provincie Groningen voor FrieslandCampina. Het gaat om een actualisatie om de lozingsvergunning in overeenstemming te brengen met de waterkwaliteitseisen van de Kaderrichtlijn Water. De lozing op de Waddenzee bevat veel nutriënten en schoonmaakmiddelen. Volgens MOB is de imissietoets onvoldoende uitgevoerd.

Afgelopen zomer heeft de provincie Groningen een nieuwe lozingsvergunning afgegeven voor de kaasfabriek van FrieslandCapina in Bedum. Het bedrijf zuivert het afvalwater en loost het effluent via een lange transportleiding op een wadplaat, op een paar kilometer uit de kust. Het effluent bevat nog veel nutriënten en resten van schoonmaakmiddelen. Dat is al lange tijd een doorn in het oog van de Waddenvereniging, die wijst op de kwetsbaarheid van het unieke getijdewater. De nieuwe vergunning is ambtshalve afgegeven en is het gevolg van een actie bij Rijkswaterstaat om alle lozingsvergunningen op rijkswateren te actualiseren en KRW-proof te maken. Daarbij is de inzet om, daar waar nodig, de lozingsvoorschriften aan te scherpen, zodat het ontvangende oppervlaktewater kan voldoen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water.

Gebrekkige toets

De Waddenvereniging en MOB hadden op de ontwerpvergunning een zienswijze ingediend, maar zien dat in de definitieve vergunning weinig is veranderd. Daarop hebben beide organisaties nu besloten beroep aan te tekenen. De kern is volgens MOB de gebrekkige immissietoets die is uitgevoerd. Bij die toets wordt gekeken naar de effecten van de lozing op de waterkwaliteit en de ecologie. Aan de hand daarvan worden de concentratie-eisen vastgesteld. De wet eist eerst een beoordeling van de effecten, om vervolgens passende lozingsvoorwaarden te kunnen stellen. Het probleem is volgens MOB dat er geen geschikt rekenmodel is om die effecten vast te stellen. De lozingsvoorschriften kunnen daarom ook niet passend zijn, concludeert de milieuorganisatie.

Weinig zicht op effecten

De ligging van het lozingspunt in de Waddenzee is vrij uniek. Afhankelijk van het getij staat het punt vaak droog, maar soms ligt het onder water. Ook veranderen de stromingen rond de waddenplaat snel en kunnen de resterende verontreinigingen in het effluent heel anders verspreid worden. Volgens het MOB schiet het rekenmodel voor de immissietoets in deze bijzondere situatie tekort. Hierdoor is de vergunde lozing in hun ogen onvoldoende onderbouwd.

Gelijk speelveld

De lozing door FrieslandCampina op de Waddenzee is al enige tijd in het nieuws. De kaasfabriek valt onder de Europese milieuregelgeving voor grote industriële bedrijven, waarvoor specifiek is vastgesteld welke zuiveringstechniek moet worden voorgeschreven voor het afvalwater. Dat is Europees geregeld om te zorgen al voor alle fabrieken in heel Europa dezelfde lozingseisen gelden – een gelijk speelveld. Maar niet alle fabrieken lozen hun gezuiverde afvalwater op gelijksoortige wateren. De resterende stoffen in het effluent hebben meer effect als wordt geloosd op de kwetsbare Waddenzee dan op een snelstromende grote rivier.

Botsende normkaders

MOB noemt dit twee botsende normkaders – het ene met de best-bestaande-techniek als uitgangspunt en het andere met de KRW-waarden van het ontvangende water –, maar vindt dat in het geval van de Waddenzee toch echt het effect van de lozing voorop moet staan. Het zou minimaal mogelijk moeten zijn om daarvoor een goede immissietoets uit te kunnen voeren, aldus MOB. Het is nu aan de rechter om hierover uitspraak te doen.