statushouders
Foto: Leerwerktraject infratechniek Stedin

De drinkwatersector start na de zomervakantie een pilot om statushouders op te leiden en te begeleiden naar een baan bij aangesloten bedrijven. Dit is een afspraak die de werkgevers met de vakbonden hebben gemaakt. De sector kampt met een toenemend tekort aan praktisch geschoold personeel. “Wij willen ook bijdragen aan de maatschappelijke opgave om statushouders sneller te laten integreren via werk”, zegt Rolf Blankemeijer, adviseur werkgeverszaken bij de werkgeversvereniging drinkwaterbedrijven.  

De vereniging heeft eerder voorzichtig verkend of de aangesloten bedrijven interesse hebben in het werken met statushouders. “Die interesse is er zeker,” zegt Blankemeijer, “maar de waan van de dag en andere prioriteiten maken het lastig om er echt werk van te maken.”

Daarom is in de cao afgesproken om een pilot te starten, zodat er vanuit de werkgeversvereniging meer aandacht en structuur voor komt. Na de zomervakantie gaat de vereniging in gesprek met HR-managers van de tien drinkwaterbedrijven om te inventariseren wie wil deelnemen.

Taalbarrière

“Iedereen vindt het idee waardevol, maar men ziet op tegen de extra inspanning. Daarom zoeken we de samenwerking met stichtingen die ook gemeenten ondersteunen, zodat het uitvoerbaar wordt.”

Volgens Blankemeijer zijn statushouders een interessante groep die vooralsnog moeilijk een baan vinden bij drinkwaterbedrijven. De taalbarrière is het grootste probleem. Ook het vinden van voldoende praktijkbegeleiders is een uitdaging.

Uit een verkenning onder drinkwaterbedrijven blijkt dat er brede bereidheid is om statushouders een kans te geven. Tegelijkertijd geven veel bedrijven aan dat ze momenteel nog voldoende andere kandidaten kunnen vinden. Als er extra inspanningen nodig zijn voor begeleiding, kiezen ze nu vaak voor mensen die sneller inzetbaar zijn.

Voorschakelklassen

Binnen de pilot wordt gedacht aan zogenoemde voorschakelklassen, waarin statushouders gedurende een half jaar intensief worden begeleid op het gebied van taalvaardigheid, werkhouding en de Nederlandse werkcultuur.

“Denk aan basiszaken als op tijd komen of hoe je samenwerkt binnen een organisatie,” licht Blankemeijer toe. Deze klasjes zouden al in contact staan met drinkwaterbedrijven, zodat deelnemers kunnen wennen aan de sector. Als het traject goed verloopt, kunnen zij doorstromen naar een reguliere vakopleiding of een leerwerktraject binnen een drinkwaterbedrijf.

Kleinschalige groepen

Volgens Blankemeijer is het idee van voorschakelklassen niet nieuw: “Bij de en netwerkbedrijven zien we al vergelijkbare initiatieven.” De pilot bouwt daarop voort, met kleinschalige groepen van ongeveer acht tot tien deelnemers.
“Als we kunnen starten met twee klasjes, dus zo’n twintig mensen in totaal, en daar vijftien van doorstromen naar een vervolgtraject, zou dat al een mooi begin zijn.” De selectie vindt plaats in samenwerking met bedrijven en stichtingen die gemeenten hierbij ondersteunen.

Praktische functies

“Naast hooggekwalificeerde functies hebben we in de drinkwatersector ook veel uitvoerend werk, zoals meteropnemers, monteurs en storingsdienstmedewerkers,” zegt Blankemeijer. “Dergelijke praktische functies zijn bij uitstek geschikt voor statushouders.”

Volgens hem beschikken veel statushouders over waardevolle praktische vaardigheden, juist doordat zij afkomstig zijn uit landen waar minder technologie beschikbaar is. “Ze zijn vaak handig met hun handen en weten met beperkte middelen toch dingen voor elkaar te krijgen. Dat is precies het soort vakmanschap dat we hier steeds harder nodig hebben.”