Water en Bodem Sturend

Na twee recente Kamermoties lijkt het er op dat Water en Bodem Sturend in de landelijke waterpolitiek een links thema is. Hoe is dat te verklaren, en wat betekent dat?

Er is iets geks met het draagvlak onder Water en Bodem Sturend (WBS). In de vakwereld zijn de meeste deskundigen en beleidsmakers enthousiast. Evenzo de meeste bestuurders van de waterschappen, links én rechts. Desondanks zijn er in de landelijke politiek in de herfst van 2024 twee moties aangenomen die WBS afremmen, met als tegenstemmers onmiskenbaar de linkse partijen.

GL-PvdA, PvdD, Volt en SP stemden tegen het verzoek om de nieuwe WBS-kaders te toetsen op te ver gaande beperkingen voor de woningbouw. GL-PvdA, PvdD, Volt en D66 stemden tegen het verzoek om buitendijkse woningbouw in het Markermeer toe te staan. Omdat ik zelf vóór beide moties zou stemmen, maar ik in mijn hart groen en links ben, pieker ik me suf over wat hier aan de hand is.

Een eerste verklaring is dat de waterwereld met WBS op het juiste progressieve pad zit. De huidige weerstand is een conservatief instinct van de rechtse meerderheid die Nederland nou eenmaal heeft. Als de rechtse partijen gevoed zullen blijven met kennis en visie, zal de weerstand gestaag afnemen. De waterwereld moet de huidige politieke stemming dus rustig uitzitten.

Een tweede verklaring is dat niet de landelijke politiek, maar juist de waterwereld door een beperkte bril kijkt. De sector rept over ‘het belang van water en bodem’, terwijl water en bodem in zichzelf geen maatschappelijk belang zijn, zoals wonen, voedselproductie en veiligheid. De sector probeert de echte belangen ondergeschikt te maken aan belangen van de sector – een zware beschuldiging. De linkse partijen staan pal achter WBS omdat ze het ‘belang’ van water en bodem associëren met de belangen rondom natuur en milieu. De rechtse partijen doen dat minder en vragen de waterwereld om de grote WBS-broek weer uit te trekken: minder willen sturen, meer blijven dienen.

Goed Nederlands gebruik stelt dat de waarheid in het midden ligt. Zelf neig ik naar de tweede verklaring. Ik onderbouw dit vanuit de twee moties zelf.

De eerste motie pleit voor een verdiepende dialoog tussen de regelgever en degene die de regelgeving zal betreffen. Bij het vak economie leren we dat milieuregelgeving de balans moet vinden tussen het maatschappelijk belang van de productie en de negatieve (milieu)externaliteiten van de productie. Als WBS zo’n goed kader is, waarom is men dan tegen toetsing aan de woningbouwpraktijk? Het tegenstemmen riekt naar het door de strot willen duwen van de nieuwe regelkaders.

Als WBS niet meebeweegt, roept het de links-rechtse polarisatie over zichzelf af

Ik heb de wensen van het waterschap achter de Zuidplaspolder-rechtszaak bestudeerd. Ik zag een Sinterklaaslijst en kreeg meteen begrip voor de gemeente die niet wilde schikken met slechts 10 centimeter hoger vloerpeil (de wens van het waterschap was 20 centimeter). Te zeer overvragen wekt irritatie op. Net als van de Sint moet je niet alles willen krijgen wat je vraagt.

De eerste motie gaat over het hoe, de tweede over het waar. Er zijn vier WBS-argumenten tegen bouwen in het Markermeer. Ik heb het afgelopen jaar veelvuldig met een open houding geprobeerd te discussiëren over elk van de vier argumenten. Ik snap het gevoel, maar inhoudelijk houden de afzonderlijke argumenten geen stand en mijn opponenten bleven daar omheen draaien.

Er wordt gezegd dat het buitendijks bouwverbod een strategische zet was van de waterwereld: houd rekening met ons, het is ons menens! Stoer, maar jammer. Het moet om de inhoud gaan. Als ze de weerstand tegen WBS niet gebruikt om de ideeën bij te stellen, roept de WBS-beweging de links-rechtse polarisatie over zichzelf af.

Ties Rijcken is publicist en verbonden aan de Technische Universiteit Delft