Een oeverbescherming met wilgentenen (foto: Rivierenland).
Een oeverbescherming met wilgentenen (foto: Rivierenland).

Waterschappen zetten de komende jaren een flinke stap richting duurzame oeverbescherming. Met het Innovatiepartnerschap Biobased Oevers willen zij biobased en natuurlijke alternatieven voor conventionele oeverbeschoeiing versneld ontwikkelen en opschalen. Deze oplossingen zijn volgens de initiatiefnemers beter voor natuur, water en bodem en zorgen bovendien voor een lagere CO₂-uitstoot.

Het innovatiepartnerschap is het resultaat van intensieve samenwerking in het afgelopen jaar tussen de Unie van Waterschappen, de Nationale Aanpak Biobased Bouwen en uitvoeringsorganisatie Building Balance. Doel was om waterschappen actief te betrekken, kennis te delen, kansen te verkennen en gezamenlijke ambities te formuleren voor biobased oeverbescherming.

Van experiment naar toepassing op schaal

In de periode 2026-2030 werken de deelnemende waterschappen samen met marktpartijen aan innovatieve oplossingen voor biobased oeverbeschoeiing. Het gaat daarbij zowel om volledig natuurlijke toepassingen als om biobased composietoplossingen. De inzet is om producten te ontwikkelen die technisch betrouwbaar zijn, aansluiten bij de dagelijkse beheerpraktijk en op grotere schaal toepasbaar worden binnen het watersysteem.

Gezamenlijke opgave van 20 kilometer

De Opdrachtgeverscoalitie Innovatiepartnerschap Biobased Oevers bepaalt de gezamenlijke koers en bespreekt de vervolgstappen. In totaal is circa 20 kilometer oeverbeschoeiing ingebracht als potentiële commerciële opgave. Die gezamenlijke schaalgrootte moet marktpartijen voldoende perspectief bieden om te investeren in goed onderbouwde en praktisch toepasbare oplossingen.

Brede deelname van waterschappen

Naast provincies en diverse gemeenten nemen ook meerdere waterschappen deel aan het innovatiepartnerschap. Het gaat om Waterschap Brabantse Delta, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waterschap Limburg, Waterschap Rijn en IJssel, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Waterschap Vallei en Veluwe en Waterschap Zuiderzeeland.

Met het innovatiepartnerschap willen de waterschappen naar eigen zeggen hun ambitie onderstrepen om circulair en biobased werken een structurele plek te geven in het waterbeheer.

Meer proefprojecten

De zeven waterschappen die bij dit project zijn betrokken, zijn zeker niet de enige die experimenteren met biobased oeverbescherming. Zo was waterschap Rivierenland in 2024 betrokken bij de aanleg van een proeflocatie in het Gelderse dorp Hellouw, waar twee soorten circulaire oeverbescherming werden getest: een van wilgentenen en een van biocomposiet. En onlangs maakte het Hoogheemraadschap van Delfland (na een jarenlange pilot) een start met het aanbrengen van nieuwe typen oeverbescherming bij natuurvriendelijke oevers langs Het Nieuwe Water, het Zwethkanaal, de Nieuweweg Pouwelslaan en De Zeven Gaten.