Om de technologische ontwikkelingen in de watersector te versnellen, zijn de krachten gebundeld in het aanjaagprogramma UPPWATER. Programmadirecteur Heleen Sombekke en voorzitter van de Supervisory Board Anne-Marie Spierings vertellen over de aanpak.
De Nederlandse watertechsector is een kennisintensieve sector met heel veel mkb-bedrijven. “Naast de grote spelers in de markt, zijn er wel duizend mkbbedrijven actief. Die beschikken over diepgaande kennis in een niche, maar doordat ze klein zijn, hebben ze minder slagkracht”, zegt Sombekke. Ze antwoordt daarmee op de vraag waarom deze sector een aanjaagprogramma verdient. “Er is een grote markt voor de sector, maar het opschalen van een nieuwe technologie kost veel tijd. UPPWATER wil de samenwerking in de keten versnellen en het onderlinge netwerk vergroten.”
De uitdagingen op het gebied van water zijn groot en vragen om doorpakken. Hoewel UPPWATER een aantal flinke subsidiepotten tot haar beschikking heeft, gaat deelname aan het programma volgens Spierings om meer dan de financiële mogelijkheden. “We brengen de hele keten bij elkaar en zorgen voor structurele samenwerkingen in die keten. De bijeenkomsten die we organiseren, helpen om partijen elkaar makkelijker te laten vinden.”
Van droogte tot PFAS
De grote thema’s op het gebied van water zijn divers. Niet alleen de bevolkingsgroei, ook de droogte, tekorten bij de industrie, waterkwaliteit, maar ook relatief nieuwe uitdagingen zorgen ervoor dat water hoog op de agenda staat – inmiddels ook op de politieke. Spierings stelt dat we de uitdagingen vaak al van verre kunnen zien aankomen. “We weten allang dat vervuiling met nieuwe medicijnstoffen, maar ook PFAS en terugwinning van stoffen uit afvalwater heel belangrijk gaan worden. Dat zien we allemaal aankomen, maar pas als het probleem eenmaal heel groot is, komt er een gevoel van urgentie en dan komen de investeringen pas echt los. Wij willen nu juist aan de voorkant een push geven. Zo kunnen we voorkomen dat andere landen, waar technologieën door allerlei omstandigheden sneller marktrijp kunnen zijn, de oplossingen al eerder op de markt hebben dan wij. Onze eigen watertechsector is top of the bill, maar dat moeten we – sneller – vertalen naar inzetbare producten.”
Sombekke knikt en sluit aan: “De voorsprong die Nederland heeft op het gebied van kennis wordt tenietgedaan door het tempo van opschaling. In Zweden is in Helsingborg RecoLab gerealiseerd. Een innovatief sanitatiesysteem voor woningen en gebouwen met kennis uit Nederland en fullscale in operatie. Daar ben ik best wel jaloers op. Iemand heeft zich daar als eigenaar opgeworpen en de kar getrokken.”

Dat Nederland trots is op zijn innovaties, dat constateren beiden, maar het toepassen en showen, dat hangt volgens Spierings op afwegingen waarin geld te dominant is. “Als er gerekend gaat worden en het financiële voordeel is nog niet groot genoeg, dan blijft de innovatie op de plank. Terwijl andere landen graag laten zien wat ze in huis hebben en veel meer oog hebben voor de uitstraling van een innovatie, in plaats van alleen de businesscase. Zolang er geen echte urgentie is, blijft dat in ons calvinistische land toch het grootste struikelblok.”
Paradox
De Nederlandse reputatie op het gebied van watertechnologie is uitstekend. Maar dat levert in veel gevallen een paradox op. Bedrijven die een innovatie op de internationale markt willen introduceren, krijgen als vraag: !waar draait het in Nederland?’. Want dat wordt als een waarborg gezien. Maar in Nederland zijn veel organisaties in de watersector voorzichtig en conservatief en dat maakt het lastig om referenties in het eigen land te verkrijgen. UPPWATER biedt juist ook ondersteuning voor referentieprojecten in Nederland. Met behulp van het Nationaal Groeifonds zijn er twee regelingen, één die zich richt op de financiering van pilotprojecten en één die zich richt op de financiering van fullscale demonstratieprojecten. Een belangrijke voorwaarde voor die subsidies is dat ze worden verstrekt aan consortia van bedrijven, waarbij er minimaal één technologieleverancier en één eindgebruiker is, en voor de pilotregeling ook een kennisinstelling.
Consortiumpartners
- Wetsus, European centre of excellence for sustainable water technology, is een faciliterende intermediair die strategische samenwerking tussen meer dan 100 bedrijven en 23 universiteiten en kennisinstellingen uit heel Europa faciliteert. Wetsus helpt de ontwikkeling van rendabele en duurzame waterbehandelingstechnologie te realiseren.
- KWR, een kennisinstituut dat de Nederlandse watersector wereldwijd in staat stelt ‘water-wise’ te opereren in een verstedelijkte samenleving. Met wetenschappelijke bevindingen en de praktische innovaties vanuit een professionele en maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van water.
- STOWA, het kenniscentrum van de regionale waterbeheerders in Nederland, ontwikkelt, vergaart, verspreidt en implementeert toegepaste kennis om hun opgaven goed uit kunnen voeren. Kennis op het gebied van toegepast technisch, natuurwetenschappelijk, bestuurlijk-juridisch of sociaalwetenschappelijk gebied.
- De samenwerkende waterschappen Oost-Nederland zijn medeinitiatiefnemer: Vechtstromen, Zuiderzeeland, Drents Overijsselse Delta, Rijn en IJssel en Vallei en Veluwe. Waterschappen zijn belangrijke eindgebruikers van watertech en binnen UPPWATER werken zij mee aan de eerste referenties van nieuwe watertechnologieën.
- Water Alliance, een samenwerkingsverband tussen de overheid, kennisinstellingen en ruim 200 watertechnologiebedrijven. Water Alliance werkt nauw samen met andere organisaties in de nationale en internationale sector en biedt ondersteuning bij het opschalen en naar de markt brengen van innovaties, zowel nationaal als internationaal.
- TKI Watertechnologie, een stichting waar bedrijven, onderzoeksorganisaties en overheid de handen ineenslaan. Het doel is de ontwikkeling van kennis en innovatie op het gebied van watertechnologie te stimuleren, met efficiënte oplossingen in het vooruitzicht. Als resultaat vinden commerciële toepassingen doeltreffend de markt.
Programmabureau
Zowel Sombekke als Spierings kennen de wereld van de watertechnologie en zijn vanuit hun achtergrond benaderd voor het aanjaagprogramma. Spierings is als politiek dier (ze was gedeputeerde in Noord-Brabant en partijvoorzitter van D66) ervaren in de rol van voorzitter en weet hoe de maatschappij naar de grote vraagstukken kijkt. Sombekke kent de watersector heel goed en ook de consortiumpartijen die elk hun eigen programma trekken. Het programmabureau faciliteert met als doel een duurzame samenwerking tot stand te brengen. Als bedrijven elkaar eenmaal goed weten te vinden, en in de keten elkaars kennis hebben ervaren, dan is de drempel weg.
UPPWATER startte in oktober 2024 en de eerste resultaten stemmen Spierings en Sombekke hoopvol. Sombekke: “Binnen het ministerie van Economische Zaken is de watersector nu een strategische sector. Er is iedere dag wel nieuws over water. Zo is er te weinig drinkwater om nieuwe woningen en bedrijven aan te sluiten, het tekort wordt echt nijpend. En ook voor onze vitale industrie is de beschikbaarheid van water heel belangrijk.”
“Binnen het ministerie van Economische Zaken is de watersector nu een strategische sector.”
Spierings vult aan dat er dan ook een dubbele doelstelling is voor het UPPWATER -programma. “We willen de economische kansen pakken en tegelijkertijd de vraagstukken oplossen. Zowel de vraagstukken die nu al spelen als de vraagstukken die we op ons af zien komen.” Kortom, het duurzaam versterken van de Nederlandse economie en de maatschappelijke opgave om voldoende water van de juiste kwaliteit beschikbaar te blijven stellen.

Sombekke: “De herziene EU-Richtlijn Stedelijk Afvalwater stelt strengere regels voor microverontreinigingen, wat zal leiden tot extra zuivering. En daar waar het afvalwater jaren geleden alleen maar energie kostte en slib (afval) opleverde, halen we er nu steeds meer reststoffen uit, die weer kunnen dienen als grondstoffen. Daar loopt Nederland in voorop. Watervraagstukken spelen mondiaal – weliswaar met accentverschillen in de regio’s – maar wel in veel landen tegelijk.”
Belemmeringen wegnemen
Een van de onderdelen van het programma is het werkpakket Versnellen en Maximaliseren. Daar gaat het om het signaleren, adresseren en oplossen van de niet-technologische belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van beleid en regelgeving. Denk aan einde-afvalstatus voor de reststoffen die vrijkomen bij waterproductie of afvalwaterzuivering. Afhankelijk van de onderwerpen kan er gekozen worden voor een verkennend onderzoek, het opstellen van een position paper, het organiseren van een themabijeenkomst of een lobbytraject.
Versnellen als doelstelling
Normaal gesproken vraagt de gemiddelde technologische innovatie minstens tien jaar voordat zij marktrijp is. Dat versnellen is de belangrijkste doelstelling en dat gaat sneller als je de hele keten er goed bij betrekt. “Dat betekent dat we een aanloopperiode hebben, waarin we vooral bouwen. Bij de bedrijven is veel enthousiasme om echt aan de slag te gaan. Ze willen geen praatclub zijn, maar de handen uit de mouwen steken”, ziet Sombekke.
“Bedrijven willen geen praatclub zijn, maar de handen uit de mouwen steken.”
Spierings vult aan: “En voor de toekomst en de aantrekkingskracht voor nieuwe medewerkers is het ook van belang dat we meer zichtbaarheid geven aan de watersector. Veel mensen denken bij het onderwerp watertechnologie niet aan de hoogtechnologische sector die het vandaag de dag echt wel is. Communiceren daarover zal bij mensen ook het besef tussen de oren krijgen dat water, al het water, en zeker ook schoon drinkwater, niet iets is dat er ‘zomaar’ is. En dat helpt hopelijk ook om meer mensen enthousiast te krijgen om in deze sector te werken.”
Wil je meer weten of meedoen, kijk dan op www.uppwater.nl










