De Nederlandse Voedsel- en Waterautoriteit (NVWA) constateerde in 2024 bij 25 bedrijven overtredingen op het gebied van de regels voor bestrijdingsmiddelen.
De Nederlandse Voedsel- en Waterautoriteit (NVWA) constateerde in 2024 bij 25 bedrijven overtredingen op het gebied van de regels voor bestrijdingsmiddelen.

De Nederlandse Voedsel- en Waterautoriteit (NVWA) constateerde in 2024 bij 25 bedrijven overtredingen op het gebied van de regels voor bestrijdingsmiddelen. In totaal voerde de NVWA 66 controles uit bij telers van uien, aardappelen en tulpen langs oppervlaktewater in risicogebieden in Nederland. Vooral het onjuist gebruik van fungiciden tegen schimmelziekten zorgde voor de overtredingen.

De NVWA legde in deze gevallen boetes op of gaf waarschuwingen bij minder ernstige overtredingen.  De controles zijn uitgevoerd om normoverschrijdingen van bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater tegen te gaan en de waterkwaliteit te beschermen. De NVWA spreekt van ‘zorgwekkende naleving’ en wil daarom nauwer samenwerken met andere toezichthouders om handhaving te versterken

De 66 inspecties werden uitgevoerd in Noordwest-Friesland/Groningen en Goeree-Overflakkee/West-Brabant, waar eerder normoverschrijdingen in oppervlaktewater zijn vastgesteld. Van deze inspecties was 38 procent niet in orde. Bedrijven gebruikten middelen te vaak, in te hoge dosering of zonder toelating.

In totaal voldeden 41 bedrijven (62%) aan de regels, terwijl bij 25 inspecties overtredingen werden geconstateerd. Dit leidde tot 16 officiële waarschuwingen en 11 rapporten van bevindingen, die kunnen resulteren in boetes of andere maatregelen.

Focus op risicogebieden

De geselecteerde gebieden kwamen naar voren uit het Landelijk Meetnet gewasbeschermingsmiddelen Land- en Tuinbouw, waarin jaarlijks normoverschrijdingen in oppervlaktewater worden gemonitord. Tijdens de inspecties zijn zowel fysieke controles als administratieve controles uitgevoerd. Ook zijn gewasmonsters genomen en in het laboratorium geanalyseerd om te controleren welke middelen daadwerkelijk zijn ingezet.

Verdeling inspectieresultaten

De inspecties waren verdeeld over verschillende teelten. In de tulpenteelt vonden de meeste inspecties plaats (28), gevolgd door uien (24) en aardappelen (13). Eén inspectie betrof tarwe. Overtredingen kwamen in alle teelten voor, met relatief de meeste bij tulpen en uien.

Van de 25 geconstateerde overtredingen hadden er 15 betrekking op het onjuist gebruik van fungiciden. In 2024 viel relatief veel neerslag, wat de kans op schimmelziektes in gewassen vergroot. Volgens de NVWA benadrukt dit het belang van weerbare teeltsystemen en bewuste keuzes, zoals het gebruik van robuuste en minder ziektegevoelige rassen.

Overige overtredingen

Naast het verkeerd toepassen van middelen werden ook andere tekortkomingen vastgesteld:

  • Onvolledige of onjuiste administratie van middelengebruik (2 inspecties)
  • Voorraad van niet-toegelaten middelen (6 inspecties)
  • Verlopen keuring van apparatuur (1 inspectie)
  • Overdosering buiten het geselecteerde perceel (1 inspectie)

Bij één inspectie werd het gebruik van glyfosaat in een bufferstrook vastgesteld, wat gevolgen kan hebben voor GLB-subsidies. Agrariërs ontvangen inkomenssteun via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU. Aan die subsidies zijn voorwaarden verbonden. Een van die voorwaarden is het naleven van de regels voor bufferstroken en middelengebruik. Wie daarmee in overtreding is, riskeert een korting op zijn GLB-uitbetaling.

Geen directe link met waterkwaliteit

Op basis van de inspectieresultaten kon geen directe relatie worden vastgesteld tussen de geconstateerde overtredingen en de normoverschrijdingen in het oppervlaktewater. Wel benadrukken de resultaten het belang van naleving van regelgeving om waterkwaliteit te beschermen en te voldoen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water, stelt de NVWA.  Het onderzoek van NVWA heeft zich beperkt tot het toetsen van de voorgeschreven gebruiksregels. Het doet geen uitspraak over de routes. Ook niet over de vraag of als alle boeren de regels wel hadden gevolgd er dan minder vervuiling zou zijn geweest.

Meerdere routes

Bestrijdingsmiddelen bereiken oppervlaktewater via meerdere routes. De bekendste is drift: verwaaiing van middelen tijdens toepassing richting nabijgelegen sloten en watergangen. Om dit te beperken stellen het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de wettelijke gebruiksvoorschriften eisen aan ondernemers, zoals het gebruik van kantdoppen langs oppervlaktewater en het aanhouden van teeltvrije zones.

Kassengebieden

Daarnaast kan afspoeling optreden: als een middel is toegepast en er vervolgens hevige neerslag valt, spoelt het van het perceel de sloot in. Een derde route is uitspoeling via de bodem. Stoffen die zich door jarenlange toepassing hebben opgehoopt in de grond, komen alsnog in het oppervlaktewater terecht wanneer het regent, ook in kassengebieden, waar dit risico soms pas zichtbaar wordt op het moment dat een kas wordt gesloopt en de bodem onbeschermd achterblijft.

Vervolgstappen

De resultaten worden besproken met stakeholders, waaronder de sectorvertegenwoordigers, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W). Daarbij ligt de nadruk op verbetering van naleving en het versterken van duurzame teeltsystemen. Er is een samenwerkingsafspraak gemaakt tussen de waterschappen en de NVWA die kaders biedt voor gezamenlijk toezicht en duidelijkheid schept over taken en verantwoordelijkheden, specifiek voor watergerelateerde taken en verantwoordelijkheden.

Samenwerkingsafspraken

“Zo zijn onder andere afspraken gemaakt over het delen van kennis en ervaringen en het uitwisselen van informatie. Meer informatie zal te vinden zijn in het document dat binnenkort wordt geplaats in de Staatscourant”, mailt de woordvoerder van de NWVA. Daarnaast zijn er samenwerkingsafspraken tussen de inspectiediensten voor toezicht en handhaving van de wet- en regelgeving gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Ook daarin staan kaders voor gezamenlijk toezicht en het uitwisselen van kennis, gegevens en informatie.