Signaalgroep
Laagwater op de Rijn bij Tolkamer (foto: Gouwenaar/CC).

Het grilliger wordende weer in Centraal-Europa heeft impact op de piekafvoeren van de Rijn. Over de invloed van de zijrivieren op de extreem lage afvoer bij Lobith bestaat nog weinig zicht. Dit schrijft de Signaalgroep Deltaprogramma 2025. De groep roept de deltacommissaris op om de buitenlandse, bovenstroomse ontwikkelingen een prominentere plek te geven in de nationale Deltascenario’s.

De laatste tijd is er veel aandacht voor de veranderende afvoer van de Rijn. Daarbij gaat het vooral om de afname in de zomer door de steeds kleiner wordende gletsjers in de Alpen. Toch reikt de invloed van de klimaatverandering veel verder, waarschuwen de experts in hun recente reactie op het Deltaprogramma 2025. Ze raden de deltacommissaris aan om meer in overleg te gaan met de bovenstroomse landen om beter zicht te krijgen op de te verwachten laagwaterafvoer.

Herijking

Nieuwe inzichten op het bovenstroomse watergebruik en de effecten daarvan op de afvoer bij Lobith, zouden een prominentere plek moeten krijgen in de Deltascenario’s. Zo luidt het advies van de Signaalgroep Deltaprogramma 2025, dat op 26 november is verschenen. De terugkoppeling van de expertgroep op het meest recent Deltaprogramma is extra van belang omdat de deltacommissaris in het volgende programma met een herijking komt van het hele programma.

Tijdig overleg met gebruikers

Bij Lobith is een hoge piekafvoer op de Rijn gelimiteerd door de hoeveelheid rivierwater die tussen de Duitse dijken kan stromen. Die hoeveelheid wordt ingeschat op maximaal 18.000 m3/s bij Lobith. Voor een extreem lage afvoer bestaat echter geen limiet en de verwachting is dat bij Lobith vaker en langduriger extreem weinig rivierwater binnenstroomt. Het is essentieel om over de verdeling van die kleinere hoeveelheden tijdig afspraken te maken met de gebruikers in Nederland. Daarvoor is het eerst nodig om, zowel voor de afvoer van de Rijn als de Maas, beter zicht te krijgen op de te verwachten hoeveelheden, concludeert de Signaalgroep.

Hele stroomgebied

De groep beveelt aan om meer kennis op te doen over het hele stroomgebied van de Rijn en de Maas. ‘Dit betekent dat we ons niet alleen moeten richten op betrouwbare afvoeren bij Lobith, maar ook op andere locaties langs de Rijn en haar zijrivieren. Alleen zo kunnen we bepalen hoe water in ruimte en tijd verdeeld wordt over het stroomgebied’, aldus de experts. De bestaande hydrologische modellen kunnen hiervoor volgens hen waardevolle input leveren.

Bovenstrooms watergebruik

Daarnaast adviseert de groep om het bovenstroomse watergebruik beter te monitoren. De effecten hiervan op de afvoer moeten in de volgende ronde van de Deltascenario’s worden meegenomen. ‘Hiervoor kunnen gezamenlijk ontwikkelde scenario’s met andere landen in het Rijnstroomgebied worden gebruikt, omdat deze naar verwachting meer draagvlak bieden voor toekomstige afspraken over waterverdeling.’ De adviesgroep ziet hierin een goede kans om te komen tot een harmonisatie van watergebruiksgegevens voor scenarioanalyses.

Voorbereiden op grote overstroming

Naast meer oog hebben voor de grilligere rivierafvoeren, adviseert de signaalgroep ook om in het volgende Deltaprogramma de relatie met de waterkwaliteit te versterken. Specifiek wordt daarbij gewezen op de hogere watertemperatuur en het hogere watergebruik voor koelwater. Verder wijst de groep op het restrisico op overstromingen. De dijken zijn niet eindeloos hoog en sterk. Nederland zou beter moeten worden voorbereid op de eventualiteit van een grote overstroming. Ook hiervoor zou in het volgende Deltaprogramma meer aandacht moeten zijn.

Het hele Advies Signaalgroep Deltaprogramma 2025 is te downloaden van de website van de deltacommissaris.