
Onderzoeks- en adviesbureau CLM heeft in opdracht van de provincies en Vewin onderzoek gedaan naar PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen. Het onderzoek bevestigt de zorg dat via deze middelen ongewenste verspreiding van PFAS plaatsvindt naar grondwater en bodem. Provincies slaan alarm en Vewin pleit voor een verbod op PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen.
Provincies en drinkwaterbedrijven maken zich steeds meer zorgen maken over PFAS-vervuilingen en de invloed daarvan op het grondwater. Vervuiling van het grondwater bedreigt de geschiktheid van grondwater als drinkwaterbron. In grondwater en bodem breken PFAS-bestrijdingsmiddelen stapsgewijs af en vormen afbraakproducten, die op zichzelf ook weer schadelijk kunnen zijn. CLM werd gevraagd onderzoek te doen naar het gebruik van deze bestrijdingsmiddelen en concludeert dat het gebruik in de landbouw is toegenomen sinds 2021. Het onderzoeksbureau heeft in het rapport aanbevelingen opgesteld voor een beter (toelatings)beleid, monitoring en betere registratie van middelen.
Drinkwaterbedrijf Vewin pleit voor een zo snel en breed mogelijke implementatie van het Europese restrictievoorstel voor PFAS. Naar voorbeeld van Denemarken, moet Nederland ook een verbod instellen voor het gebruik van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen.
PFAS-bestrijdingsmiddelen
Volgens CLM is het gebruik van PFAS-bestrijdingsmiddelen in de Nederlandse land- en tuinbouw de afgelopen jaren toegenomen, terwijl de totale afzet van bestrijdingsmiddelen juist afneemt. Sinds begin jaren ’90 zijn deze middelen toegelaten in de Nederlandse land- en tuinbouw. De ketens van PFAS-pesticiden zijn relatief kort en uitgesloten van het Europese PFAS-restrictievoorstel, maar deze stoffen zijn sinds eind 2024 wel aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stoffen vanwege de risico’s voor mens en milieu.
Stijging sinds 2021
Vanaf 2021 is er een sterke stijging te zien in de afzet van PFAS-bestrijdingsmiddelen van 150 duizend kilogram tussen 2010 en 2020, tot aan ruim 250 duizend kilogram in 2023. De grootste afzet betreft de groep van fungiciden, dat zijn middelen tegen schimmels.
Akkerbouw en bollenteelt
Bestrijdingsmiddelen met PFAS worden het meest gebruikt in akkerbouwgewassen, zoals aardappelen en suikerbieten, en in de bollenteelt. Uit het onderzoek van CLM blijkt dat provincies in uiteenlopende mate te maken hebben met het gebruik van PFAS-pesticiden, afhankelijk van de mate waarin dergelijke gewassen worden geteeld. In Utrecht gaat het bijvoorbeeld om het gebruik van 1.000 kilo PFAS-bestrijdingsmiddelen per jaar.
Boven drinkwaternorm
Op verschillende meetpunten in Nederland zijn hogere concentraties gevonden dan toegestaan. Vijf van de gemeten zes PFAS-pesticiden zijn in 2024 in het grondwater aangetroffen, op een tiental punten in Nederland boven de drinkwaternorm van 0,1 microgram per liter. Op deze punten zijn tevens verhoogde concentraties van de metaboliet TFA geconstateerd en is sprake van teelt van gewassen met PFAS-pesticiden gebruik.
25 PFAS-bestrijdingsmiddelen toegelaten
Een van de aanbevelingen van CLM gaat in op het kenbaar maken aan de land- en tuinbouwsector welke PFAS-bestrijdingsmiddelen op de markt zijn, en daar gericht metingen op uit te voeren. In 2025 zijn er 25 van deze middelen toegelaten, waaronder tien fungiciden, acht onkruidverdelgers en zeven insectendodende middelen. In totaal zijn er 115 middelen op de markt die deze 25 PFAS-bestrijdingsmiddelen bevatten.
Metabolieten ook schadelijk
Stapsgewijs breekt het PFAS in de bodem verder af naar kleinere moleculen, metabolieten. Vanuit de 25 momenteel toegelaten PFAS-pesticiden blijken minstens 134 metabolieten gevormd te kunnen worden, waarvan 75% zelf ook nog een PFAS is. De bekendste daarvan is TFA (Trifluorazijnzuur), dat zeer slecht gezuiverd kan worden, en daarom een extra groot risico vormt. CLM beveelt daarom ook aan om metabolieten onderdeel te maken van het meetpakket in grondwater. Het bureau dringt aan op een grondige analyse van de PFAS-metabolieten, inclusief een beoordeling van mogelijke risico’s voor grondwater.
Aanbeveling provincies
Provincies krijgen ook aanbevelingen mee in het onderzoeksrapport. Zoals het doen van meer gerichte grond(water)metingen naar PFAS-pesticiden in landbouwgebieden met intensieve teelten. Ook moet grondwaterbescherming in het omgevingsbeleid meer verankerd worden. Samen met vijf andere provincies is ook provincie Utrecht betrokken bij de lobby vanuit de watersector voor een actieve aanpak van PFAS om verdere verspreiding tegen te gaan. Gedeputeerde Bakker van de provincie Utrecht zegt op hun website: “Het gebruik van PFAS-bestrijdingsmiddelen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. We zien ook dat informatie over de impact van het gebruik van deze middelen nog onvolledig is. Ik maak mij zorgen over de gesteldheid van onze bodem en het grondwater. Het is nu zaak de aanbevelingen op te pakken en, samen met de sector, het gebruik van PFAS-bestrijdingsmiddelen terug te dringen.”
Provincie Noord-Holland heeft ook al gereageerd en geeft aan de aanbevelingen van CLM zoveel mogelijk over te nemen, maar dringt bij de rijksoverheid aan op aanvullende maatregelen om de risico’s voor bodem, grondwater en drinkwater te beperken.
Download het rapport
Download het onderzoeksrapport van CLM op de website.









