
Wetenschapsjournalist René Didde pleit in de vijfde druk van zijn boek ‘Nederland Droogteland’ voor een herinrichting van waterland Nederland. Partijen zoals de Rabobank en FrieslandCampina, die nu veel verdienen aan landgebruik door de agrarische sector zouden volgens hem het benodigde onderzoek moeten financieren. “Zo doen ze wat terug voor de boeren aan wie ze decennialang hebben verdiend, en nog steeds verdienen.”
Volgens Didde zou iedere provincie in samenwerking met het waterschap per deelgebied (het stroomgebied en de geologische structuur) het watersysteem in kaart moeten brengen en de meest optimale stand van het grondwater aangeven. Oude kaarten kunnen helpen om logische locaties voor regenwaterberging te identificeren. Didde pleit ook voor het opnieuw bekijken van de functie van gebieden. “Functies die niet passen bij het watersysteem moeten zich aanpassen, veranderen of verdwijnen.”
Menukaart
Hij stelt voor dat boeren een ‘menukaart’ krijgen met opties die passen bij hun grondsoort en hydrologie. Bijvoorbeeld vezelgewassen voor isolatie in de bouw, waterberging op de laagste percelen of de teelt van zilte gewassen. Zo kun je volgens hem beter geen aardappelen op een diep punt in een beekdal telen omdat het daar vaak te nat is. En op de hoger delen van de zandgronden is het te droog voor de bloembollenteelt.
De financiële bijdragen moeten van het waterschap, drinkwaterbedrijf en regionale bouwbedrijven komen. Ook voor drinkwaterbedrijven, industrie en woningbouw moeten per gebied voorkeurslocaties worden bepaald, met oog voor beschikbaarheid en bescherming van waterbronnen.

Onafhankelijke regie
Voor elk deelgebied zou volgens Didde een onafhankelijke regisseur moeten worden aangesteld die met vertegenwoordigers van landbouw, natuur, industrie en drinkwaterpartijen concrete plannen maakt. Geen vrijblijvende gesprekken, maar serieuze afspraken over het omgaan met droogte en wateroverschotten. Daarvoor pleitte hij al in eerdere drukken van zijn boek.
Morele verplichting
Als de landelijke overheid het initiatief niet neemt, zouden andere partijen de kar kunnen trekken. Didde noemt Rabobank, FrieslandCampina en Wageningen University als geschikte financiers én uitvoerders van zo’n breed onderzoek. “Zij beschikken over de kennis, de middelen en de morele verplichting.”
De wetenschapsjournalist signaleert verder dat gezien het dralende Rijk, inclusief het schrappen van Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), een veel voortvarender initiatief komt te liggen bij de regio, vooral de samenwerking tussen waterschappen en provincies. Zij moeten in coalities met drinkwaterbedrijven, natuurorganisaties en welwillende boerenorganisaties nu het voortouw nemen en doorgaan met nieuwe gebiedsplannen en vooral uitvoering.
Voortouw
Hij verwijst naar een concreet voorbeeld in de provincie Noord-Brabant in samenwerking met waterschap Aa en Maas. In het buitengebied van Laarbeek realiseerde het waterschap in 2020 een zogeheten waterhouderij. Dit is een natuurlijk stuwmeer van bloemrijk grasland met waterpartijen, zo’n tien voetbalvelden groot. Het bassin kan 27 miljoen liter water vasthouden, gevoed door regenwater van een nabijgelegen bedrijventerrein.
Boeren mogen dit water in droge tijden gebruiken om te beregenen. Het project is bedoeld als experiment en vraagt nauwkeurige timing van het waterschap: te vroeg lozen betekent verspilling, te lang vasthouden belemmert levering.
Volgens Aa en Maas zijn in Oost-Brabant vijf tot tien van zulke buffers nodig om droogte structureel op te vangen. In 2023 opende het waterschap een twintig keer zo grote waterhouderij, pal in de verdrogende Deurnsche Peel. Dit bassin slaat als een stuwmeer water op en laat dit bij droogte uit om sloten te vullen. Wandel- en fietspaden maken het tot een aangenaam recreatie- en visgebied. Inmiddels zijn er ongeveer vijf van zulke bassins in Nederland.
Voorbeelden
Didde presenteert in de vijfde druk tientallen oplossingen voor de droogteproblematiek. Een voorbeeld is een duikerafsluiter, ook wel ‘skippybal’ genoemd. Deze opblaasbare rubberbal, die duikers in een sloot naar believen kan afsluiten en later weer water kan doorlaten, wordt onder meer toegepast door waterschap Rijn en IJssel.
Een ander voorbeeld is de ‘wateraccu’. Hierbij gaat het om een winning waar meer water wordt geïnfiltreerd dan wordt onttrokken. In de winter wordt het grondwater weer op peil gebracht. Als mooi voorbeeld van de grote potentie van dit schaalbare concept werd het idee van Deltares tijdens een conferentie in 2023 aangehaald om de Veluwe in te richten als Nationale Gieter.
Het hoge heuvellandschap heeft een grondwatercapaciteit van 300 miljoen kubieke meter. Door het grondwater systematisch aan de top in de winter aan te vullen met rivierwater, kan het drinkwater in de zomer aan de lagere randen worden duurzaam gewonnen. Sallandse Heuvelrug, Drentse Plateau en Utrechtse Heuvelrug werden ook als kansrijke locaties genoemd.
Panorama Waterland
Hij schrijft ook over Panorama Waterland. Het project met de Sallandse Heuvelrug als casusgebied, is de uitwerking van een ‘waterlandschap’ waarmee drinkwaterbedrijf Vitens mogelijkheden verkent om met een nieuw concept water te winnen. Het grootse Panorama Waterland is nog niet uitgevoerd, maar Didde beschrijft verschillende proefprojecten waarin elementen van het concept zijn uitgewerkt.
Bijvoorbeeld bij Epe op de Veluwe waar Vitens zes miljoen m³ grondwater onttrekt. Precies die hoeveelheid wordt als compensatie verzameld uit De Verloren Beek, Tongerse Beek, Klaarbeek en De Grift. Voordat dit beekwater wegstroomt in het Apeldoorns kanaal wordt het opgevangen en omhoog gepompt naar twee hoger gelegen infiltratievijvers vlak bij de winningsputten. En in de omgeving van de Vitens-drinkwaterwinning bij ’t Klooster doet een achttal boeren mee aan experimenten met infiltratie van regenwater op hun weilanden.
Registreren
Vooralsnog is er geen goed overzicht van de hoeveelheid grondwater die onder meer boeren onttrekken. Daarom pleit Didde voor een betere registratie. Hoe dat er technisch precies uit moet zien, is nog maar de vraag, maar het komt erop neer dat de onttrokken hoeveelheid grondwater weer wordt teruggebracht, bijvoorbeeld door infiltratie. “Consumenten hebben thuis een watermeter, iets dergelijks zou toch ook voor grote grondwateronttrekkingen mogelijk moeten zijn?”, vraag hij zich af
Nederland moet hier sowieso mee aan de slag van de Europese Commissie. Boeren die grondwater onttrekken en het vervolgens weer infiltreren zouden hier ook een belastingvoordeel voor kunnen krijgen, stelt Didde.
De wetenschapsjournalist wijst in een telefoongesprek over de toelichting op de vijfde druk ook op minder bekende effecten van droogte: “In Amsterdam merk je dat alles stoffig wordt bij droog weer. Stof en wilgenpluis slaan neer op je ogen en neus. De buien van de afgelopen dagen waren wat dat betreft welkom.”
Hij schreef zijn boek voor geïnteresseerde burgers die zich willen verdiepen in droogte en mogelijke oplossingen. In juni geeft Didde diverse lezingen, waaronder een voordracht bij de Zeeuwse Milieufederatie.
Meer informatie: www.nederlanddroogteland.nl









