Joyeeta Gupta, hoogleraar Environment and Development in the Global South aan de Universiteit van Amsterdam, ontvangt dit jaar een van de hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap: de Spinozapremie. Zij krijgt 1,5 miljoen euro, te besteden aan wetenschappelijk onderzoek en activiteiten met betrekking tot kennisbenutting.
Gupta is een van de vier wetenschappers die dit jaar de hoogste Nederlandse wetenschapsonderscheiding te beurt valt. De onderzoekers ontvangen de premie voor hun uitmuntende, baanbrekende en inspirerende werk. Ook Toby Kiers (hoogleraar Mutualistic Interactions aan de Vrije Universiteit Amsterdam) ontvangt de Spinozapremie, terwijl Bram Nauta en Corien Prins de Stevinpremies ontvangen. Bij beide premies staat de kwaliteit van de onderzoeker voorop; waar bij de Spinozapremie de nadruk ligt op het wetenschappelijke werk en fundamentele vraagstukken, honoreert de Stevinpremie in de eerste plaats de maatschappelijke impact.
Prof. dr. Joyeeta Gupta onderzoekt hoe we verdelingsvraagstukken die voortkomen uit klimaatverandering door goed bestuur kunnen oplossen. Centraal in haar onderzoek staat het doorgronden van de samenhang tussen de klimaatcrisis, mogelijke oplossingen en rechtvaardigheid. Zij brengt daarvoor diverse wetenschappelijke disciplines samen, van internationaal recht en economie tot politieke wetenschappen en milieustudies.
Gupta stelde al tijdens haar promotieonderzoek als een van de eersten vast dat de gevolgen van klimaatverandering, zoals de verhoogde kans op overstromingen, droogte en misoogsten, directe gevolgen hebben voor de verhoudingen tussen rijk en arm. Conflicten over het gebruik van land, water en grondstoffen zullen onvermijdelijk verder toenemen, omdat we de ‘planetaire grenzen’ overschrijden – de grenzen waarbinnen de mensheid moet opereren om duurzaam gebruik te kunnen blijven maken van de aardse hulpbronnen. Op dit moment zijn veel van die hulpbronnen geprivatiseerd, en daarmee het exclusieve domein van een select gezelschap van rijken. Zij maken slechts enkele procenten van de wereldbevolking uit, maar hebben een even grote milieu-impact als de armste mensen, die samen bijna twee derde van de wereldbevolking vormen.
Op basis van empirische analyse acht Gupta een herverdeling van natuurlijke hulpbronnen daarom noodzakelijk. Groei kan om dezelfde reden niet langer worden opgevat als toename van het bruto binnenlands product (bbp), omdat dit vraagt om verdere opvoering van de consumptie en daarmee het aanboren van meer natuurlijke bronnen. Gupta pleit daarom voor ‘global constitutionalism’, een mondiale grondwet, meer regelgeving en een andere inrichting van onze economie om de aarde op de lange termijn leefbaar te houden.










