Een bellenscherm in het Amsterdam-Rijnkanaal houdt het zout uit het Noordzeekanaal goed tegen (foto: Rijkswaterstaat)

Door de droogte in 2018 namen concentraties van verontreinigende stoffen op meerdere locaties in het Nederlandse deel van de Rijn toe. Maar het was vooral de verzilting die Nederlandse drinkwaterbedrijven parten speelde. Oplossingen worden nu gezocht in nauwkeuriger meten, aangepaste lozingsvergunningen en het uitbreiden van waterbronnen. Dat blijkt uit het net verschenen RIWA-Rijn jaarrapport 2018 over de waterkwaliteit in het Nederlandse deel van het Rijnstroomgebied.

Het rapport brengt de verontreiniging op vijf locaties in Nederland in beeld. Er is  gekeken naar de waterkwaliteitsgegevens van de Rijn bij Lobith (grens) en de innamepunten bij het Lekkanaal bij Nieuwegein, het Amsterdam-Rijnkanaal bij Nieuwersluis, het IJsselmeer bij Andijk en het Haringvliet bij Middelharnis. Op deze locaties, met uitzondering van Lobith, wordt door Waternet, PWN en Evides Rijnwater ingenomen voor de bereiding van drinkwater. Op de meetlocaties is naast de conventionele parameters ook gekeken naar een uitgebreid pakket aan opkomende stoffen, zoals medicijnresten en stoffen waar nog geen wettelijke normen voor bestaan. Deze stoffen overschreden soms de streefwaarden in het European River Memorandum (ERM).

De meetlocaties van in het Nederlandse stroomgebied van de Rijn. (Illustratie: Rapport RIWA-Rijn).

Worst-case
Directeur RIWA-Rijn Gerard Stroomberg stelt in het rapport dat 2018 aantoont hoe kwetsbaar Nederland is als een droge periode lang duurt. “Enerzijds vanwege de oprukkende verzilting vanaf de Noordzee, anderzijds vanwege lozingen stroomopwaarts van de rivier. Als de Rijn gedurende lange tijd maar een derde van de gemiddelde afvoer heeft, zijn de concentraties van verontreinigingen ook langdurig drie keer zo hoog. Een worst-case scenario in 2018 zou zijn geweest dat de innamestop bij Andijk (vanwege te hoge chloridegehaltes in het IJsselmeer) was samengevallen met een innamestop op de Lek (vanwege de lozing van 1,4-dioxaan). Drinkwaterbedrijven hadden dan hun reserves aan grondwater en duinwater moeten aanspreken om te voldoen aan de vraag, wat had kunnen leiden tot natuurschade.  Dat gebeurde gelukkig niet doordat de lage afvoer van de Rijn zorgde voor een extra lange doorlooptijd van Lobith tot het innamepunt aan de Lek. Wat er normaal gesproken in twee tot drie dagen passeert, duurde nu twee maanden. Daardoor troffen we bij het innamepunt uiteindelijk geen verhoging meer aan van 1,4-dioxaan. Maar dat was een gelukkige samenloop van omstandigheden.”

Aanscherpen lozingsvergunningen
RIWA-Rijn stelt in het rapport dat bij structurele droogte de lozingsvergunningen moeten worden aangepast op lage afvoeren. Die vergunningen worden immers over het algemeen voor een periode van vijf tot tien jaar verleend op basis van snel verouderende maatgevende lage afvoeren, schrijft RIWA in het rapport.

Innamestop
In 2018 was het water uit het IJsselmeer voor het eerst sinds tijden ongeschikt voor de productie van drinkwater. PWN CEO Joke Cuperus reageert in het rapport over de strijd tegen het oprukkende zout. ”Het IJsselmeer is onze levensader. Het meer wordt gevoed door de IJssel c.q. de Rijn. Tijdens de droogte van 2018 was er weliswaar genoeg water, maar niet van voldoende kwaliteit. De concentraties chloride liepen op tot 300 milligram per liter, dat is boven de jaargemiddelde innamegrens van 150 milligram per liter. In dat geval moeten we de inname stoppen en verantwoording afleggen aan de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT).”

Water verdunnen
Er waren dagen dat we helemaal geen water konden innemen. Rijkswaterstaat had al schepen klaarliggen om – in geval van nood – water met een lager chloridegehalte te vervoeren naar ons innamepunt. Dat hebben we niet nodig gehad. We hebben extra water ingekocht bij onze collega’s van drinkwaterbedrijf Waternet, onze vaste back up. Dat water komt onder andere uit het innamepunt op de Lek. In 2018 hebben we ook geleerd om onze waterstromen dusdanig aan te passen dat er verdunning van chloride ontstaat. En om aan slim bekkenbeheer te doen, want extra aandacht voor het beheer van de voorraden blijkt cruciaal.”

Nieuw meetprogramma
De PWN-directeur geeft aan dat informatie cruciaal is om met dagkoersen voor chloride te kunnen werken. “In 2018 bleek dat de beschikbare informatie over het actuele zoutgehalte in het IJsselmeer, onvoldoende was. Er waren te weinig meetpunten en de gegevens die wel beschikbaar waren, sloten niet op elkaar aan. Daardoor konden we geen gegevens uitwisselen met de waterbeheerders. We hebben daarom besloten om samen met het Wetterskip Fryslân, het HoogheemraadschapHollands Noorderkwartier en Rijkswaterstaat te investeren in een beter monitorings- en meetprogramma. Dat meetprogramma is nog in ontwikkeling.”

Andere bronnen voor drinkwater
PWN onderzoekt nu ook andere oplossingen. Zoals een leiding leggen naar een ander drinkwaterbedrijf.  Of het aanleggen van een groot spaarbekken in het IJsselmeer. Cuperus: ”We onderzoeken ook of ontzilting een oplossing kan zijn. Daartoe zou de fabriek in Andijk verbouwd moeten worden. Al deze varianten moeten we zorgvuldig afwegen voor we besluiten hoe we verder gaan.”

Extreme afvoer
De afvoer van de Rijn verliep in 2018 volgens een extreem patroon. Het jaar begon met een natte periode en een hoge waterafvoer. De hoogst gemeten afvoer bij Lobith in 2018 was 7430 m3/s in januari. Later in het jaar was er een lange droge periode en nam de afvoer steeds verder af, tot een minimum van 732 m3/s. In de afgelopen 20 jaar was de afvoer bij Lobith niet eerder zo laag.