Zoutindringing vanuit zee is nog steeds een probleem

De lage rivierafvoer van de Rijn zorgt dat het zoute zeewater via de Nieuwe Waterweg nog steeds makkelijk het land binnendringt. Veel innamepunten van zoetwater hebben er al sinds eind juli last van, al is dat nu een minder groot probleem dan in de zomer. Toen was de watervraag vanuit de landbouw immers veel groter.

Het grootste punt van zorg is de laatste tijd de inname uit het Spui, waar water ingelaten wordt naar de Bernisse en het Brielse Meer, waar vervolgens de industrie in de Rotterdamse Haven, Voorne-Putten en het Delfland hun zoete water vandaan halen. Dan heb je het niet over landbouwers die ’s zomers hun akkers willen beregenen, maar over watergebruikers die ook buiten het zomerhalfjaar water nodig hebben. Vanwege de open verbinding met zee is de zoetwaterinname bij Bernisse wel vaker niet mogelijk, maar de afgelopen dagen was er sprake van een meer structurele overschrijding van de innamenorm, die bij 150 mg zout per liter ligt.

Innamevenster wordt steeds korter
Het zoutgehalte bij het innamepunt zit al geruime tijd tegen de norm aan, maar sinds enkele dagen komt tijdens vloed ook de voorste begrenzing van het zoute water vanuit de Nieuwe Waterweg tot aan het meetpunt Bernisse. Het ‘innamevenster’ om zoetwater in te nemen wordt daardoor steeds korter. Het enige alternatief voor de inname van zoetwater voor dit gebied ligt langs de Oude Maas bij Spijkenisse, maar dat punt ligt dichter bij zee en is al veel langer niet meer bruikbaar.

Het zoutgehalte bij innamepunt Bernisse langs het Spui ligt al dagenlang rond de innamenorm van 150 mg/l. Daardoor moet de inname regelmatig gestaakt worden (bron: waterinfo.rws.nl).