Zorg voor de volgende generatie

“In het huidig mestbeleid is elke boer verplicht een mestboekhouding bij te houden. De aanvoer wordt exact geboekt op basis van kilogrammen en monsters van aangevoerde mest, zowel van organische mest als kunstmest. Voor de afvoer gelden standaard getallen voor stikstof en fosfaat per gewas. De laatste jaren geldt dat er elk jaar 5 kg minder fosfaat per ha mag worden afgevoerd. Voor 2015 is de norm 55 kg per ha. Nu weten we dat we met onze gewassen meer dan 80 kg/ha afvoeren. We maken ons daarom ook zorgen over de bodemvruchtbaarheid voor de volgende generatie. Bij de uitspraak dat we verder moeten met het mestbeleid spreken wij  dus niet over nog verdere aanscherpingen van het beleid, maar over meer duurzaam beleidwaarmee we toekomstgericht denken en handelen. 
Hoe zouden we dat kunnen doen als het gaat om mest? Een voorbeeld. De meeste aanvoer van fosfaat loopt  via organische mest. Deze soort mest  levert ook organische stof die vocht en mineralen buffert en is daarom ook een belangrijke sleutel voor de bodemvruchtbaatheid. Ik geef u graag een voorbeeld uit mijn eigen bedrijf  hoe dat kan werken en welke barrières een ondernemer tegenkomt. Jarenlang leverden wij stro aan een zeugenbedrijf om het een jaar later terug te krijgen als vaste stromest. Maar,de afvoer van ons stro kunnen wij niet boeken, terwijl de aanvoer van ons stro een jaar later in het mestmonster zit en we dat dus wel moeten boeken. De conclusie? We moeten van generiek naar specifiek beleid! 
We moeten zelfs naar specifiek, duurzaam beleid, omdat de normen in oppervlakte- en grondwater  op veel plaatsen nog niet gehaald worden. Komt dat door de natuurlijke achtergrondbelasting? Of door de erfenis van 20 jaar of nog langer geleden? Of door de landbouw van de afgelopen 2 jaar? Ongetwijfeld is het deels door het laatste en dat willen we graag met andere partijen samen oplossen.  We hebben met name hulp nodig op het gebied van innovaties die leiden tot een systeem waarbij de toediening van mineralen zo verloopt dat ze goed opneembaar zijn door de planten en niet gemakkelijk in het water kunnen wegspoelen.
Daarnaast is het zaak dat agrarisch ondernemers zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid. Ze moeten toekomsgericht denken en handelen. Velen van hen doen dat al, bijvoorbeeld in waterprojecten. Onder de koepelnaam “Deltaplan Agrarisch Waterbeheer” (DAW) zijn in nauwe samenwerking met de ministeries, provincies en waterschappen in het hele land,  projecten gestart om gebiedsproblemen op te lossen. Sommige projecten richten zich op mineralen en andere juist weer op het terugdringen van emissies van gewasbeschermingsmiddelen. Er worden momenteel voorbereidingen getroffen om nog veel meer nieuwe DAW-projecten op te zetten met behulp van POP-gelden. Een goede zaak! Als we de bureaucratie daarin met elkaar hanteerbaar kunnen houden, zal dankzij die projecten de waterkwaliteit verder verbeteren.
Boeren stimuleren daar draait het om!Dan helpt het als ze niet afgerekend worden op achtergrondbelasting door natuurlijke processen of door erfenissen uit het verleden, op het moment dat die terug komen in metingen. Deze oproep is niet zozeer ingegeven door defensief gedrag, meer door de verantwoordelijkheid die we allemaal voelen om voor de volgende generatie te zorgen! “