Zorg over internationale kansen voor klein Nederland

Een veelzeggend voorbeeld: Royal HaskoningDHV heeft een licentieovereenkomst afgesloten met de Braziliaans aannemer Foz, die een reeks afvalwaterinstallaties gaat bouwen op basis van de Nederlandse Nereda technologie. Ook op het gebied van Deltatechnologie moet Nederland alle zeilen bijzetten om blauwe goud te verzilveren. Neem het Masterplan voor de bescherming van Jakarta, dat met veel verve aan de man is gebracht. Maar het is nog niet zeker dat Nederland een voorname rol speelt in de uitvoering.
“Ons internationaal marktaandeel is te klein vergeleken met onze naam en faam”, zei Anke Mastenbroek, voorzitter van de stuurgroep Rembrandt Water, eveneens directeur Water technology bij Royal HaskoningDHV, onlangs op Waterforum online. “Kennis en ervaring, zoals de exploitatie en beheer van water – zitten van oudsher verankerd bij de publieke partijen en in mindere mate bij het bedrijfsleven. Vragen uit het buitenland betreffen tegenwoordig echter veelal geïntegreerde opdrachten: “design, build, & operate”.
Paul Buijs van UV-zuiveringsproducent Berson uitte zich kritisch over de Nederlandse inbreng overzee: “Gesubsidieerd studies uitvoeren vind ik geen exportbevordering”, zei hij afgelopen november in Waterforum magazine. Het bedrijfsleven mag ook de hand in eigen boezem steken. Volgens directeur van Gerrit Jan van de Pol watertechleverancier GMB, in hetzelfde artikel, zit versplintering van het bedrijfsleven zit in de weg om (internationale) kansen te verzilveren bijvoorbeeld bij onderzoek en ontwikkeling. “Je moet met een mond spreken en een gezamenlijke agenda hebben. Iedereen moet meedoen, leveranciers maar ook aannemers en ‘system integrators’. (Waterforum magazine , november 2013)
Mastenbroek hoopt dat een gezamenlijke  inzet van publieke en private partijen het tij kan keren om op langere termijn onze toonaangevende positie in de internationale watermarkt te behouden en ons marktaandeel te vergroten. “De exploitatiekennis van de publieke bedrijven geeft dus een meerwaarde en samenwerking vergroot dan ook onze kansen op het internationale toneel.” De stuurgroep Rembrandt Water werkt op dit moment aan concrete cases in het buitenland. 
Op zoek naar geïntegreerde contracten dus; de plannen zijn in volle ontwikkeling. Maar vraag is of Nederlanders nog wel genoeg in de melk te brokkelen in overzeese gebieden als ze maar weinig geld mee brengen. Size does matter?
Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking geeft extra geld voor het waterprogramma in Myanmar (Birma), de samenwerking op het gebied van watermanagement bestaat al enkele jaren. Met deze nieuwe bijdrage van 3 miljoen euro worden onder meer modellen voor watermanagement ontwikkeld en komen er trainingen voor Myanmarese ambtenaren. Ook minister Schultz bracht al twee maal een bezoek aan Myanmar rond de samenwerking op watergebied. Maar de Japanners pakken het grootser aan. De Japanse overheid heeft recent in een bilaterale overeenkomst 152 miljoen dollar voor Myanmar uitgetrokken voor een lang lopende lening voor vier projecten, waarvan een gericht op het verbeteren van de watervoorziening in de metropool Yangon. Een ander project betreft het verbeteren van de irrigatie in de west gelegen Bago regio. Zou het vreemd zijn als Myanmar de deuren niet verder open zet voor een vrijgeviger, regionale buur? Ook China en Zuid-Korea staan intussen klaar met geld voor investeringen.
Mogelijk worden kansen niet op tijd onderkend. Dat lijkt het geval in Taiwan, dat overigens al jaren werkt met Deltares; recent werd een stormvloed waarschuwingssysteem opgeleverd. De mogelijkheden van dit Deltaland bieden veel kansen voor Nederlandse technologie. Maar Deltares is de uitzondering. “De Nederlandse watersector is tamelijk terughoudend met activiteiten in Taiwan. Mogelijk uit angst hiermee contracten met Chinezen verspelen. Maar deze vrees is volgens Kasper Nossent, innovatie attaché voor Nederland in Taipe, onterecht, zo lichtte hij toe in Waterforum magazine van september jl.
Nederland is in veel landen ter wereld aanwezig, maar legt het loodje tegen grotere partijen, bij voorkeur uit de eigen regio? Als het gaat om de aannemerij, lijkt dit het geval. “Nederlandse bedrijven spelen doorgaans geen dominante rol in grote buitenlandse waterwerken”, schrijft Arie Mol. We vullen als onderaannemer niches in baggeren, zwaar transport en afzinken van tunnels. Maar het ontbreekt ons in exportkampioenen in de aannemerssector. En wereldwijd zitten de Chinezen op dit moment ‘overall’ in, met een mix van ervaring, lage prijs en financiering.”
Lennart Silvis, directeur van jubilerende NWP, Netherland Water Partnership, vindt dat Nederland zich moet richten op ‘slimme niches’  en het promoten van een duurzame integrale aanpak van watervraagstukken.  “Ook omdat we niet zoveel geld meenemen als de Chinezen of de Japanners“, zo vertelde hij in Waterforum magazine in mei jl. Silvis is ervan overtuigd dat deze aanpak werkt. Hij beschouwt het als een voordeel dat de scheiding tussen ‘hulp en handel’  in het Nederlandse buitenlandbeleid zo goed als verdwenen is. Successen zijn er ook voor Nederland: Nederlandse bedrijven spelen een belangrijke rol in de bescherming van New York en New Jersey tegen overstromingen. Silvis is ervan overtuigd dat na de actieve Nederlandse bijdrage aan het bestrijden van de Amerikaanse waterproblemen ook grote projecten in het verschiet liggen in bijvoorbeeld Jakarta, New York, Mozambique en Vietnam.