‘Zoetwatervoorziening nog lang niet veiliggesteld’

Vorige week beklonken minister Schultz (Infrastructuur en Milieu), regionale overheden en publieke waterbedrijven hun akkoord over het veiligstellen van de zoetwatervoorziening op de lange termijn. Een in het oog springende maatregel is een buffer van 20 centimeter in het waterpeil van het IJsselmeer, waar omliggende regio’s in tijden van nood zoetwater kunnen halen. Voor het volledige pakket aan maatregelen is 150 miljoen euro beschikbaar uit het Deltafonds. Dat geld wordt toegevoegd aan het al gereserveerde budget van 400 miljoen, blijkt uit een opgevraagd overzicht van het ministerie van IenM. Er komen geen maatregelen bij. De hoofdmoot uit de twee geldpotten (290 miljoen euro) gaat waterberging en nieuwe ruimtelijke concepten voor de hoge zandgronden in Oost- en Zuid-Nederland, waar de klimaatverandering voor nijpende watertekorten zorgt. Het IJsselmeergebied kan op een extra 20 miljoen euro uit het Deltafonds rekenen, een verdubbeling van het bestaande budget.

Supervoorraadkamer

Op landelijke schaal speelt de zoetwatervoorraad voor de Randstad, als door geringe afvoer van de Rijn en Maas een grote zoutwaterprop de Nieuwe Waterweg instroomt, helemaal tot in de Hollandse IJssel. Dan ontstaat er in de regio snel een nijpend tekort aan zoetwater, leren de lessen uit het verleden. Toen ontstond de discussie: moet het zoetwater dan uit het IJsselmeer komen of uit het overwegend zoete Brielse Meer in de zuidwestelijke delta? De zoetwaterafspraken laten zien dat er nu expliciet is gekozen voor het IJsselmeer als supervoorraadkamer voor zoetwater. Desgevraagd wil een woordvoerder van het ministerie van IenM benadrukken dat het Brielse Meer niet uit het zicht van de beleidsmakers is verdwenen. De IJsselmeerbuffer is slechts een van de maatregelen uit het vorig jaar verschenen Deltaprogramma Zoetwater. “Deze maatregel is bedoeld voor het huidige voorzieningengebied van het IJsselmeer en dus niet om aan de zoetwatervraag in andere gebieden te kunnen voldoen. Daarvoor worden andere maatregelen genomen.”

Aanvoercapaciteit
Volgens IenM wordt er in West-Nederland onder meer ingezet op  het vergroten van de aanvoercapaciteit door middel van de uitbreiding van Kleinschalige WaterAanvoer plus (KWA+). De noodwatervoorziening brengt water vanuit het oosten via het Amsterdam-Rijnkanaal naar het westen, als door droogte en verzilting de normale waterinlaat vanuit de Hollandsche IJssel bij Gouda moet worden stilgelegd. De capaciteitstoename van de KWA+, bedoeld om de verzilting tegen te gaan, kan rekenen op een extra 40 miljoen euro. Ook hier is daarmee sprake van een verdubbeling van het huidige budget. Volgens IenM wordt er verder sterk ingezet op het optimaliseren van de watervoorziening uit het Brielse Meer. Het gaat met name om het in samenhang met het inlaatpunt Bernisse inzetten van het inlaatpunt Spijkenisse (aan de oostzijde van het gebied) en de inlaten vanuit het gebied naar de aangrenzende polders. Hiervoor is in totaal 3,5 miljoen euro gereserveerd (1,5 miljoen extra uit het Deltafonds), aldus het overzicht van IenM.

Zorgen
Evides Waterbedrijf maakte zich in het verleden regelmatig zorgen over het mogelijk verlies van het Brielse Meer als reservoir voor zoetwater. De industrietak van dit waterbedrijf verzorgt de onttrekking en levering van het zoete water voor de industrie in de Rijnmond. Sommige bedrijven gebruiken zoveel water uit het meer dat ontzouting niet haalbaar is. In een recente reactie laat het bedrijf weten dat ‘het zich vinden kan’ in de huidige afspraken. “Desondanks zullen we de waterkwaliteit continu moeten blijven volgen, om te bepalen of het meer geschikt blijft als proceswaterbron”, zegt Evides-woordvoerder Rianne de Voogt. Hiertoe blijft het bedrijf onderzoek doen met de waterschappen in het gebied en het Rotterdamse havenbedrijf. “Hoe de ontwikkelingen van de klimaatverandering in de praktijk gestalte krijgen, weten we niet. Alertheid is geboden. Daarom blijven we er bovenop zitten.” Ook noemt De Voogt de Haringvlietsluizen, die in 2018 op een kier gaan. Evides wint oppervlaktewater uit het Haringvliet om dit te zuiveren tot drinkwater voor bewoners van Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland. “De grens die we samen met de waterbeheerders voor het zoutgehalte hebben afgesproken, moet wel gehandhaafd worden.”

Extra kosten
Directeur water Roy Tummers van VEMW zegt ‘voorzichtig positief te zijn’ over de zoetwatermaatregelen in Zuidwest-Nederland. “Het creëren van een extra inlaatpunt in Spijkenisse is op zichzelf een goede maatregel om de zoetwatervoorziening robuuster te maken”, zegt de specialist van deze belangenorganisatie van industriële water- en energiegebruikers. “In het verleden is het Brielse Meer kwetsbaar gebleken. Het is hard nodig het water kwalitatief en kwantitatief op niveau te houden. De economische belangen zijn enorm.” Uit eerder onderzoek van waterinstituut Deltares was al bekend, dat inlaatstops bij Bernisse voorkomen hadden kunnen worden als het inlaatpunt bij Spijkenisse eerder was gebruikt. Het inlaatpunt aan de Oude Maas was echter nooit eerder in beeld. “Gelukkig is iemand op dat lumineuze idee gekomen”, zegt Tummers die er wel voor wil waarschuwen dat Deltares terecht heeft opgemerkt, dat de afvoer in de Rijn niet te laag mag zijn. Anders werkt de inlaatsluis bij Spijkenisse niet. “Dat is dus een punt van aandacht.” Ook de verzilting van het Volkerak-Zoommeer kan volgens Tummers voor problemen zorgen. De overheid wil het weglekken van zoutwater met innovatieve zoet-zoutscheidingssystemen in de schutsluizen tegengaan. “Als die methode niet werkt, hebben we een probleem. Ik zie nog geen plan B klaarliggen.” Het versoepelen van de zoutnormen (van 150 naar 200 mg chloride/liter) biedt geen uitkomst, aldus Tummers. Het in zoutgehalte verhoogde water is niet geschikt voor de stoomprocessen van de industrie in het Europoortgebied, die continu gebruikt maakt van het Brielse Meer. “In dat geval worden we met extra kosten opgezadeld. Onduidelijk is wie dat gaat betalen.”