“Zelf programmeren maakt data invoer eenvoudiger”

Door Loes Elshof

Wat heb je tijdens je stage in Finland gedaan?

“Ik heb een hydraulisch model in SOBEK opgezet voor de Finse rivier Kokemäenjoki, een brede rivier die door heel Finland loopt. Ik had in Nederland al ervaring opgedaan met dit modelleerpakket bij een stage bij Deltares. 
De Finse overheid wil een waterkwaliteitsmodel voor de rivier, omdat er sprake is van watervervuiling met bacteriën en meststoffen uit de landbouw. Naast een hydraulisch model is ook een model voor de verspreiding van stoffen door water betrokken.
Ik heb gegevens over debieten verzameld bij waterkrachtcentrales langs de rivier. Finland kent geen overheidspartij voor watermanagement zoals in Nederland de waterschappen. Wel zijn waterkrachtcentrales in Finland verplicht om gegevens beschikbaar te stellen. Ik had niet van alle locaties gegevens, daardoor heb ik ook zelf ruimtelijke data moeten inschatten en al deze gegevens ingevoerd. Vervolgens heb ik het model gekalibreerd en gevalideerd. Het model bleek goed te kloppen met de meetgegevens.”
Hoe vond je het in Finland?
“Het is eigenlijk net als hier. Ik kon het goed vinden met mijn collega’s. Ik kwam nog in de winter, dan is het een groot deel van de dag donker. Maar iedereen werkt gewoon. Tussen de middag waren er warme maaltijden op kantoor, dat beviel mij erg goed. Ik woonde in een studentendorp bij Jyväskylä in het merengebied. Middenin het dorp ligt een groot meer, waar een ijsbaan was schoongeveegd zodat je kon schaatsen. In de loop van de periode werd het lichter. Het heeft mij niet beïnvloed, want ik was gewoon aan het werk. De kou vond ik niet erg, want ik houd niet van hoge temperaturen.”

Bij je afstudeeronderzoek ben je opnieuw gaan modelleren.
“Bij Witteveen+Bos heb ik aan verbetering gewerkt van een Real Time Controle systeem voor de Brabantse wateren in de open source software Python. Aan de simulatie is een foutmodel gekoppeld. Doel van het onderzoek was om een verbeterd foutmodel te ontwikkelen. Ik onderzocht twee nieuwe, recent gepubliceerde concepten, maar kwam er achter dat er bij een concept een verkeerde aanname was gebruikt. Het kostte veel rekenwerk en tijd om te achterhalen waar het aan lag. Mijn conclusie is dat het gebruik van open source software die niet getest en gevalideerd is, uiteindelijk veel duurder is dan gevalideerde software, omdat er veel extra tijd mee is gemoeid om zo’n model goed op te zetten. 
Mijn opdracht was een vooronderzoek. Ik vind het wel jammer dat ik geen werkend verbeterd foutmodel heb kunnen opleveren. Bij mijn afstuderen zeiden de docenten dat mijn onderzoek erg wetenschappelijk was. Desondanks heb ik een goed cijfer gekregen.” 
Waar komt je interesse vandaan voor dit vak?
“Water is heel interessant. Schoon water eigenlijk zeer zeldzaam op aarde en daarom het beschermen waard. Ook is het nodig om te zorgen dat wij het droog houden. Een belangrijk deel van de opleiding is gericht op (ruimtelijke) planvorming. Toch kreeg ik steeds meer interesse in de vraag of deze plannen ook konden worden uitgevoerd. Uit interesse ben ik steeds vaker gaan programmeren. Bij schoolopdrachten merkte ik bijvoorbeeld dat het werk sneller ging als ik voor de dataverwerking zelf een programmaatje schreef, in plaats van alle gegevens in een Excel-sheet te plaatsen. Ik nam vaak de taak op mij van de pre-processing en post-processing van data. Dat werd ook door mijn klasgenoten gewaardeerd. Ik wil nu verder met het modelleren.”
Heeft je opleiding je goed heeft voorbereid op je professionele leven?
“Je leert in de opleiding het algemene plaatje van de watersector kennen, ook is het goed dat je buiten de grenzen van je vakgebied kunt kijken. Tegelijk vind ik dat er meer aandacht moet zijn voor specialismen. In mijn lesprogramma was er beperkt aandacht voor modelleren, dat heb ik mij zelf eigen gemaakt. Dat verandert intussen wel: op dit moment is er al meer ‘SOBEK’ in het programma en wordt er lesgegeven in matrixvergelijkingen. 
Verder denk ik dat de opleiding meer aandacht zou moeten hebben voor juridische en economische aspecten van watermanagement. Die kennis is extra belangrijk als je in het bedrijfsleven gaat werken.“

Hoe gaat het verder?
“Ik wil graag aan de slag en heb verschillende sollicitaties lopen bij ingenieursbureaus. Mocht ik niet snel een baan vinden, dan ga ik waarschijnlijk water management studeren op de Technische Universiteit in Delft.”