Woningen in kwetsbaar gebied

De opgaven en doelen van de huidige Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2020 schieten tekort op een samenhangend beleid, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de Monitor van de NOVI 2022. Bodem en water zijn sturend, maar er wordt nog steeds gebouwd in water onveilige gebieden. Sinds 2000 nam het aantal woningen in de kwetsbare gebieden voor waterhuishouding en bodemdaling met ruim een kwart toe.

“Veel doelen uit het sectorbeleid, zoals doelen voor verstedelijking, natuur of landbouw, zijn te weinig met elkaar verbonden. De Monitor NOVI laat zien tot welke opgaven dat leidt. De publicatie is daarmee nuttige input voor de door het kabinet aangekondigde aanscherping van de Nationale Omgevingsvisie”, zegt Rienk Kuiper, projectleider van de monitor NOVI bij PBL. In de monitor van de NOVI gaat het onder meer om fijnstof, opwekking van hernieuwbare energie, waterkwaliteit en natuurkwaliteit. Water en bodem zijn sturend in het beleid, maar woningbouw in kwetsbare gebieden is de afgelopen 20 jaar toegenomen.

Forse koerswijziging

In de NOVI staat dat bij de ontwikkeling van nieuwe woningen de gebieden die te maken hebben met bodemdaling, of die belangrijk zijn voor de waterhuishouding, vermeden moeten worden. Het rivierbed en het kustfundament zijn niet het enige gebied waar nieuwe verstedelijking moet worden vermeden. Ook op ‘ongunstige locaties voor waterhuishouding of bodemdaling’, bijvoorbeeld diepe polders of locaties op slappe grond, zou de ontwikkeling van nieuwe verstedelijkingslocaties moeten worden vermeden. Wordt er wel gebouwd, dan moeten de effecten daarvan worden gemitigeerd.
Dat betekent een forse koerswijziging. Want sinds 2000 nam het aantal woningen in de kwetsbare gebieden voor waterhuishouding en bodemdaling met ruim een kwart toe.

Ruim kwart meer woningbouw in kwetsbaar gebied

Het PBL heeft de nieuwbouw in de afgelopen 20 jaar bekeken, van 2000 tot 2021. Het aantal woningen in ‘natte gebieden in 2100 uit het rapport Op Waterbasis’ nam in die periode met 26% toe, van 526.000 naar 663.000 woningen. Het aandeel woningen in deze gebieden ten opzichte van Nederland als geheel nam ook licht toe; van 7,9 procent in 2000 naar 8,3 procent in 2021.
Onder ‘natte gebieden’ behoren met name veenweidegebieden, enkele van de diepste delen van droogmakerijen, beekdalen en kwelgebieden langs de hogere gronden van onder andere de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug. Maar niet alle gebieden zijn meegenomen: gebieden die last hebben van bodemdaling/-beweging op kleigronden door droogte en lage rivierwaterstanden ontbreken.

Foto: ongunstige locaties vanwege waterhuishouding en bodemdaling (PBL Monitor)

Reactie AWP

Cees-Jan Pen, lector de Ondernemende Regio Fontys Hogeschool, reageert met een opinie op de website van de Algemene Waterschapspartij (AWP): “Mooi dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) haar rol pakt dat de ruimtelijke ordening en aanpak leefomgeving stevig op de schop moeten! (…) Ongelooflijk hoeveel er nog steeds wordt gebouwd in gebieden die we nodig hebben voor de enorme wateropgaven anno nu. En zonder hard ingrijpen staan er nog heel veel bouwplannen op de rol in de meest laaggelegen gebieden en polders.”

Per provincie

De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Limburg kennen in absolute zin de meeste woningen in de kwetsbare gebieden. Deze provincies, inclusief Friesland, hebben ook het grootste relatieve aandeel woningen in gebieden die kwetsbaar zijn vanwege waterhuishouding en bodemdaling. In 2021 was dit in Noord-Holland 10,6 procent, Zuid Holland 13,4 procent, Limburg 15,7 procent en in Friesland 10,4 procent.

Advies Glas

Het tweede advies over klimaatadaptief bouwen van Deltacommissaris Peter Glas ging eerder al over de problematiek van het bouwen in kwetsbare gebieden. Zo’n 820.000 nieuwe woningen zijn gepland in gebieden die kwetsbaar zijn voor langetermijngevolgen van klimaatverandering. “We hebben snel nieuwe woningen nodig, maar daarbij is het wel van belang dat we het in één keer goed doen, flexibiliteit inbouwen en volgende generaties niet klemzetten met problemen en schade”, stelde de deltacommissaris in september vorig jaar. PBL erkent de problemen met de gepubliceerde monitor en stelt ook dat maatregelen in de polders en beekdalen genomen moeten worden om toekomstige waterschade te voorkomen.