Wie is de baas over de ondergrond?

Een duidelijke visie op het congresthema kwam direct na het openingsfilmpje van de jurist Peter de Putter van Sterk Consulting. Spit hield hem thuis op de bank, maar dankzij KNW-directeur Monique Bekkenutte, was zijn op papier uitgeschreven toespraak toch nog te horen in de plenaire ochtendsessie.


Lappendeken
De Putter schetste hoe de ondergrond een lappendeken is van talloze gebruikers, uiteenlopende regelgeving en veel bevoegde instanties. Dat gedoe in de ondergrond levert menige onduidelijke situatie op. Alleen al bepalen wie zeggenschap heeft, is een hele klus. Gemeenten of provincie zijn beheerder van de bodem, wie het waar voor het zeggen heeft wordt bepaald door de diepte. Ga je dieper dan 10 m, dan moet je naar de provincie, maar als je op bijvoorbeeld 7 meter diepte loost, dan is de gemeente bevoegd. 

Gedoe
Dat levert gedoe op, ook als het over grondwater gaat. Rijkswaterstaat en de waterschappen beheren het grondwater, terwijl bepaalde taken en zorgplichten weer bij de provincie en gemeentes zijn neergelegd. De Putter: “Historisch verklaarbaar, maar niet bepaald eenvoudig te doorgronden.” 
Hij stelde dat veel tot in de kleinste details is geregeld, maar dat het de vraag is “of we daar met z’n allen echt beter van worden. Iedereen is het er al jaren over eens dat de bevoegdheden te versnipperd zijn geregeld.”
De Putter hekelde het gebrek aan wil om daar iets aan te veranderen. “Wéé je gebeente, als je daar iets aan wilt doen: dat krijg je niet of nauwelijks voor elkaar. De betrokken overheden zijn nog niet in staat gebleken het onderwerp vanaf een zekere afstand te bekijken.”

Omgevingswet
Dat iedereen op zijn eigen bevoegdheden blijft zitten, zet volgens De Putter de grootste rem op het realiseren van een betere en eenvoudigere manier om met de ondergrond om te gaan. Ook de Omgevingswet heeft als belangrijkste uitgangspunt dat bestaande bevoegdheden onveranderd blijven. “Helaas”, aldus De Putter. 

Bodemwetgeving
Enig juridische hoop komt volgens hem uit de bodemwetgeving waar wel hard wordt gewerkt aan een vereenvoudiging. “Kijk maar naar het nieuw gesloten Bodemconvenant en de in ontwikkeling zijnde aanpassing van de Wet bodembescherming. De algemene saneringsplicht zoals we die nu kennen, gaat verdwijnen. Er zal meer worden gekeken naar de omgevingskwaliteit en de toekomstige functie die een gebied moet vervullen. Het bodembeleid gaat zich ontwikkelen van saneringsbeleid naar ruimtelijk en economisch ontwikkelingsbeleid op gebiedsniveau. Hierbij past dat de zogenoemde ‘gevalsbenadering’ wordt verlaten. Daarvoor in de plaats komt een beheerbenadering, uitgaande van een bodem- en watersysteem.” 

Systeembenadering
De Putter noemde die systeembenadering in plaats van een vierkante-meter-benadering een logische volgende stap. “Zo’n gebieds- of systeemgerichte benadering sluit goed aan bij de gedachte van de Omgevingswet.”
Overal waar je tegen ‘bestuurlijke drukte’ oploopt, met tegenstrijdige of overlappende bevoegdheden, zou de Omgevingswet voor verbetering moeten zorgen. “Dat lukt alleen als je breder gaat en durft te kijken en niet alleen redeneert vanuit je eigen vierkante meter”, aldus De Putter.

KNW-directeur Monique Bekkenutte spreekt de inleiding van de door spit gevelde Peter de Putter uit

Eenvoudiger?
Met de nieuwe Omgevingswet verdwijnen er ruim zestig wetten en Algemene Maatregelen van Bestuur. Of het daarmee ook echt eenvoudiger wordt, blijft volgens De Putter de vraag. “Je zult nog steeds als gezamenlijke bestuurders besluiten moeten nemen en afwegingen moeten maken. De Omgevingswet kan helpen dat proces iets eenvoudiger te maken, maar met alleen wetgeving los je echt niet alle actuele vraagstukken op. 
Je kunt beter aan de voorkant van een ruimtelijk ordenings- of inrichtingproces op basis van gezond boerenverstand je partners opzoeken, dan je aan het einde van het traject beroepen op wetgeving, vindt zelfs jurist De Putter. 

Eigendomskwesties
Er spelen in de ondergrond uiteraard ook eigendomskwesties. Onder de grens van particuliere grond ligt ook een “wir-war aan bestuurs- en privaatrechtelijke regelgeving” zoals De Putter dat noemt. 
Hij zet zich af tegen het monopolie in de diepe ondergrond van Economische Zaken. Alles onder de 500 meter wijkt voor de Mijnbouwwet. Wie naar delfstoffen wil boren, heeft bijvoorbeeld niets te maken met de Waterwet. “Niet meer van deze tijd”, oordeelde De Putter. “Als ik alleen al denk aan het grondwaterbelang, dan hebben we rekening te houden met de Europese verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en de afgeleide Grondwaterrichtlijn. Boren in de bodem is één ding, maar dan wel graag met oog voor het bodem- en grondwaterbelang. Dat vraagt wat om een bindend adviesrecht van de hoeders van het grondwater. Soms moet je dingen gewoon niet willen en dan zijn het anderen die je daarop moeten wijzen.”

Doos van Pandora
Ook de Utrechtse wethouder Infrastructuur Lot van Hooijkdonk sprak zich tijdens haar verhaal uit tegen de “Doos van Pandora aan regels en bevoegde instantie”. Zij ziet de ondergrond meer als een ‘meent’, iets waar we met elkaar gemeenschappelijk voor verantwoordelijk zijn. 


Lot van Hooijdonk: “Als overheid zitten we met heel veel vingers in de bodem”


Aversie tegen regelgeving
De paneldiscussie die op de inleidingen volgde, zorgde voor weinig vuur. Daarvoor was de conclusie dat een systeembenadering nodig is en dat wet- en regelgeving vaak in de weg zit, te sterk gedeeld. 
Een nuancering kwam daarbij van hoogleraar waterrecht Marleen van Rijkswick die zich verbaasde over de klaarblijkelijke aversie tegen regelgeving. “In veel casestudies zie je dat regels dwingen tot innovatie. We hebben geen moeite om experts in te huren bij andere disciplines, maar hier is het dan blijkbaar een probleem als je een jurist moet inhuren. Heel wonderlijk. Peter de Putter zegt dat er teveel bevoegde overheden zijn en tegelijkertijd noemt hij concentratie daarvan zoals in de mijnbouwwet, niet meer van deze tijd. Het is of het een of het ander.”
Zelfs liberaal Tanja Klip, dijkgraaf Vallei en Veluwe, gaf aan “niets tegen regelgeving” te hebben. “Je dwingt met regels innovatie af. Maar je hoeft geen bevoegdheden over te dragen om te kijken wie op welke plek de beste oplossing kan creëren.” 

Ruime afwegingsmogelijkheid
Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe Markten van bouwfonds BPD, had op zijn beurt helemaal niet het gevoel dat er een sterk gedeelde aversie tegen regelgeving was. “Ik ben het helemaal niet eens met de  welwillende bejegening van regelgeving in het algemeen die in dit gezelschap dominant is. Het kan dan innovatie stimuleren maar als je bij gebiedsontwikkeling zaken lokaal moet afweging dan wil je een ruime afwegingsmogelijkheid en beslisruimte om met elkaar dingen met elkaar te regelen. Daarbij kun je allerlei gedetailleerde regelgeving en een al te gedetailleerd plan van de provincie niet gebruiken.” 


Paneldiscussie met vlnr: Friso de Zeeuw (BPD), Marleen van Rijswick (universiteit Utrecht), Tanja Klip (Vallie en Veluwe), Roy Tummers (VEMW), Lot van Hooijdonk (gemeente Utrecht), Riksta Zwart (Waterbedrijf Groningen) en dagvoorzitter Jacqueline Cramer


Ordening van de ondergrond
Roy Tummers, directeur Water VEMW, suggereerde tot slot om een voorbeeld te nemen aan het Deltaprogramma. “Daar is heel veel creativiteit losgekomen waarbij oplossingen zijn gevonden die door iedereen goed gedragen worden. Zo’n model zouden we ook voor de ordening van de ondergrond moeten uitproberen. Maximaal inzetten op draagvlak en betrokkenheid.”
Dat gaat niet werken, wierp Friso de Zeeuw tegen. “Aan het Deltaprogramma besteden we 1 miljard per jaar. Er is poen. Er is een duidelijke normstelling ten aanzien van de veiligheid. En er is een adaptief programma en een goede deltacommissaris. Op de ondergrond hebben we dat allemaal niet. Zo’n aanpak zal hier dus nooit van zijn leven werken.”

Visie
Dijkgraaf Tanja Klip zorgde er met haar tegenwerping voor de de congresbezoekers niet helemaal moedeloos de interactieve sessies in de middag in gingen. “Ook het Deltaprogramma is begonnen met visie”, merkte ze fel op. “Dat is iets wat we ook op de ondergrond zo langzamerhand aan het verzamelen en ontwikkelen zijn. “

Sommige van de interactieve middagsessies waren direct na binnenkomst volgeboekt. Zo was het volle bak in de stijlvolle Wachtkamer 1e en 2e klasse bij de sessie Drukte in de ondergrond, kiezen we voor gedoe of regie? ingeleid door van Rob Heijer (Grontmij) en Pieter van Zijl (Waterregisseurs)

 De intieme sfeer in de oude restauratiewagon nodigde uit tot ongedwongen kennisuitwisseling tijdens de sessie ‘Goede grond voor duurzaam waterbeheer: winst voor boer en waterbeheerder’, met Michelle Talsma (STOWA) en Peter Schipper (Altera) als inleiders