“Wereldwijde marktpositie Nederlandse waterbedrijven onderstreept innovatievermogen”

De watersector scoort niet hoog op het gebied van sociale innovatie in vergelijking met andere topsectoren. Ook de investeringen in R&D en ICT zijn verhoudingsgewijs erg laag, bleek recent uit een onderzoek van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) en Panteia/EIM.

Het beeld dat het rapport oproept over het innovatieve vermogen van de sector behoeft enige nuancering, stelt Huis in ’t Veld. “De watersector is zeer divers en bestaat uit bedrijven die actief zijn in de delta-, maritieme-, en watertechnologie. Vooral deltatechnologiebedrijven zijn erg afhankelijk van de overheid waar nu eenmaal minder ruimte is voor ondernemerschap.” 
Tegelijkertijd zijn er volgens hem genoeg voorbeelden van overheidsbedrijven die wel risico’s durven nemen, ondernemend managen en nieuwe kansen in de markt zien. “Neem bijvoorbeeld het Rotterdamse Havenbedrijf dat met veel succes de Tweede Maasvlakte in de markt heeft gezet. Daardoor zijn Van Oord en Boskalis met grote ontwerp, uitvoerings- en materieel innovaties kunnen komen.”

Co-creatie
Ook op het gebied van co-creatie zijn volgens Huis In ’t Veld genoeg voorbeelden te vinden van een succesvolle samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven. “De ontwikkeling van het Nereda-proces door RoyalHaskoningDHV in samenwerking met de TU Delft en het waterschap Vallei & Veluwe is een van de meest aansprekende voorbeelden van co-creatie. En een bedrijf als Damen Shipyards zou naar eigen zeggen niet bestaan als het niet intensief met mkb-bedrijven en kennisinstellingen in de rest van de keten zou samenwerken. Building with Nature is een ander goed voorbeeld van co-creatie.”

Belemmeringen
Huis In ’t Veld signaleert wel een aantal belemmeringen in de praktijk om succesvolle innovaties sneller van de grond te krijgen. “Zo ontbreekt het vaak aan overheden die als ‘launching customer’ hun nek willen uitsteken. Daarnaast belemmert bouw- en woningtoezicht regelmatig interessante vernieuwingen. De betrokken ambtenaren verlenen alleen vergunningen voor bewezen technieken en frustreren zo vernieuwingen. Bij de versterking van de Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen heeft de Topsector Water de opdrachtgevers in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma juist kunnen overtuigen wat meer ruimte te bieden aan innovaties om de dijk te versterken.”
R&D-budgetten
Uit het innovatierapport blijkt verder dat de watersector erg laag scoort op het gebied van investeringen in R&D in vergelijking met andere topsectoren. Zo heeft de watersector de afgelopen drie jaar slechts 5 procent van de omzet geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Ook deze constatering behoeft enige nuancering, meent Huis In ’t Veld. “Grote industriële bedrijven als ASML en DSM hebben inderdaad omvangrijke formele R&D-budgetten. Maar uit mijn tijd als bestuursvoorzitter van DHV weet ik dat bijvoorbeeld de ontwikkeling van het Nereda-proces niet volledig in het R&D-budget was opgenomen. Bij de grote advies- en ingenieursbureaus zie je het budget vooral terug in afzonderlijke projecten. En dat is niet meegenomen in de berekeningen van het innovatierapport.”
Marktpositie
De wereldwijde koploperspositie van een aantal Nederlandse bedrijven in de maritieme sector onderstreept volgens hem dat er veel aandacht aan innovatie wordt besteed. “Bedrijven als Fugro, Allseas, Boskalis en Van Oord, staan wereldwijd in de top drie omdat ze nu eenmaal erg innovatief zijn. Zij besteden aan innovaties en onderzoek binnen projecten en voor nieuw materieel drie à vier maal zoveel als uit R&D-budgetten zou blijken.”
Daarnaast spelen verschillende bedrijven in de watertechnologiesector, zoals Paques, ook op wereldniveau een belangrijke rol. “De wereldwijde markt is alleen erg groot en Paques, maar ook andere bedrijven, moeten concurreren met semi-overheidsbedrijven, zoals Veolia Water, die vaak veel meer geld voor innovatie beschikbaar hebben. Als je daar de prestaties van onze watertechnologiebedrijven tegen afzet, doen wij het wereldwijd gezien nog helemaal niet zo slecht.”
Ook kennisinstituten, zoals Deltares, Wetsus en KWR Watercycle Research Institute, spelen volgens Huis In ’t Veld op wereldschaal een belangrijke rol bij het oplossen van uiteenlopende watervraagstukken. “Van de UK tot de Verenigde Staten, wereldwijd maken verschillende landen graag gebruik van onze waterkennis.”
Broedplaats
De voorzitter van de begin vorig jaar opgerichte werkgroep sociale innovatie van de Unie van Waterschappen, Jan Oggel, benadrukt het belang van dynamisch managen, flexibel organiseren, slimmer werken en co-creatie. “De werkgroep is dan ook in het leven geroepen om de waterschappen te enthousiasmeren om meer werk te maken van sociale innovatie. Vooral op het niveau van de Topsector Water zijn waterschappen behoorlijk bezig om hier invulling aan te geven. Maar ook in de lagen daaronder zou er meer aandacht voor moeten zijn. Het management van waterschappen zou meer ruimte moeten geven aan hun medewerkers om vernieuwingen in te voeren. Iedere werkplek, van hoog tot laag, zou een broedplaats voor innovatie moeten zijn.”

Weerbarstig
Tussen droom en daad staan echter vaak wetten en praktische bezwaren in de weg. En dat geldt zeker voor de bewegingsruimte die de waterschappen gezien hun overheidskarakter hebben. “Zo heeft het Waterschap Groot Salland, waar ik als lid van het dagelijks bestuur actief ben, soms innovatieve projecten moeten laten schieten omdat er sprake van staatssteun zou zijn. Bij de ontwikkeling van een app om gemalen en rwzi’s eenvoudiger op afstand te besturen, wilde een bedrijf graag met ons samenwerken om het product verder in de markt te zetten, maar helaas hebben wij deze samenwerking moeten afbreken.”
Sociale innovatie is volgens Oggel echter essentieel om onder meer de doelstellingen van het Bestuursakkoord Water te realiseren. “Wij moeten de komende jaren 380 miljoen euro in de waterketen  besparen en dat kan alleen als wij innovatiever gaan werken. Maar daar moeten wij dan wel de ruimte voor krijgen.”
Om zelf het goede voorbeeld te geven, heeft Oggel bij het Waterschap Groot Salland een potje van 50.000 euro vrijgemaakt om innovatie te stimuleren. “Het biedt medewerkers met een goed idee wel de gelegenheid om hun plannen op hoofdlijnen verder uit te werken.”