Waterschapsenergie: elk waterschap voor zich of als collectief?

Tot dusverre bestaat het overgrote deel van de groene energie die de waterschappen zelf opwekken uit vergisting van hun eigen zuiveringsslib. Met dit zelf opgewekte biogas zijn de waterschappen potentieel in staat om 40 – 50 % van hun eigen energie zelf op te wekken. Als waterschappen energieneutraal willen worden, zullen zij dus op grote schaal andere energiebronnen moeten gaan exploiteren, zoals zon, wind, biomassa, warmte en koude uit oppervlaktewater en energie uit zoet-zout overgangen, zgn. blue energy.

Deze bronnen hebben een grote potentie. Het exploiteren ervan is een grote opgave die niet los gezien kan worden van de rol van het waterschap. Vergisting van eigen zuiveringsslib staat nog dichtbij de kerntaak zuiveren van afvalwater. De andere vormen van energieopwekking staan verder van die taak af. Een waterschap kan daarbij kiezen voor een faciliterende rol of de rol van exploitant. Ook tussenvormen zijn mogelijk, waarbij investeringen, risico en opbrengst met andere partijen gedeeld worden.

Als een waterschap kiest voor een faciliterende rol kunnen de potenties voor duurzame energieopwekking ook volledig benut worden; de opgewekte energie telt dan echter niet mee om energieneutraal te worden. Als een waterschap energieneutraal wil worden zal het deze bronnen zelf of in samenwerking met anderen moeten exploiteren. Dit is een forse opgave die, zoals een waterschapsbestuurder al heeft beaamd, als een 5e kerntaak zou moeten worden opgepakt. De opgave wordt nog groter als dit wordt vertaald in een opgave voor elk afzonderlijk waterschap om energieneutraal te worden. Waterschapsenergiebronnen zijn immers niet gelijkmatig over de afzonderlijke waterschappen verdeeld.

Deze opgave heeft ook consequenties voor de organisatie. De huidige waterschapsorganisaties zijn immers niet toegerust voor het exploiteren van windturbines of het leveren van warmte aan mogelijk duizenden particulieren en bedrijven. Projectontwikkeling en levering van duurzame energie aan derden vragen om een ondernemende instelling en een andere werkwijze dan het functioneren als overheid. Er is daarom veel voor te zeggen om de exploitatie van waterschapsenergiebronnen in een aparte onderneming onder te brengen.

Het is echter de vraag of een energiebedrijf van één enkel waterschap voldoende body heeft om rendabel te kunnen zijn. Het onderbrengen van de exploitatie van waterschapsenergie in een landelijk opererend waterschapsenergiebedrijf heeft voldoende omvang om doelmatig de verschillende waterschapsenergiebronnen te exploiteren en een team van daartoe gekwalificeerde mensen aan te trekken. Maar er zijn meer redenen om deze opgave als collectief op te pakken. 

Elk waterschap hoeft zich niet meer afzonderlijk in te zetten voor energieneutraliteit, maar waterschappen pakken dit op als collectief. Kansen voor duurzame energieprojecten worden opgepakt waar die aanwezig zijn, ongeacht de ligging in een bepaald waterschap. Afwegingen over het al dan niet concentreren van verwerking van zuiveringsslib worden niet meer belast met het streven van afzonderlijke waterschappen om energieneutraal te worden.

Een waterschapsenergiebedrijf kan zelfs verder gaan dan werken aan energieneutrale waterschappen. Typische waterschapsenergiebronnen, zoals warmte en koude uit oppervlaktewater en blue energy hebben een enorme potentie maar zijn nog niet zover ontwikkeld als  zon en wind. Een landelijk waterschapsenergiebedrijf kan deze uitdaging oppakken en van substantiële betekenis worden voor de nationale energietransitie.

Marco van Schaik, Strategisch adviseur en friskijker