Waterschappen willen landelijke lozingseisen mestverwerkers

De beschikbare kennis over de toe te passen zuiveringstechnieken en de ervaringen bij vergunningsaanvragen is gebundeld in een nota die in samenwerking met de waterschappen en LTO en Cumela is opgesteld door Royal Haskoning DHV en de Wageningen Universiteit. De nota geeft een aanzet tot een landelijk toetsingskader en is onlangs aangeboden aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu.  Het ministerie heeft positief gereageerd op het initiatief en gaat aan de slag met het rapport. Eind 2016 worden de eerste resultaten verwacht.

Best Beschikbare Technieken
In het rapport wordt een voorzet gedaan voor de Best Beschikbare Technieken (BBT) waarmee uit mestfractie een potentieel loosbaar effluent kan worden geproduceerd. Het gaat om omgekeerde osmose (RO), klassieke biologische zuivering met nabezinktank en biologische zuivering in combinatie met membraanfiltratie in een membraanbioreactor (MBR). Meetdata van antibiotica, antibiotica-resistente bacteriën en andere pathogenen (voorzorgsparameters) zijn amper beschikbaar. In het rapport wordt ook verwezen naar een alternatieve techniek voor het verwerken van varkensdrijfmest. Het gaat om vacuüm indampen, wassen van destillaat met zwavelzuur gevolgd door mineralisatie met kiezelgoer.

Expertisecentrum Mestverwerking
De onderzoekers adviseren IenM om aansluiting te zoeken bij het nog op te richten Expertisecentrum Mestverwerking. Dit is een initiatief van de werkgroep versnelling vergunningverlening mestverwerking, waarin de ministeries Economische Zaken en IenM, LTO en Cumela, waterschappen en VNG zijn vertegenwoordigd. Ook zou IenM moeten nagaan wat het nut en de noodzaak is van het opstellen van algemene regels. Daarnaast zou het draagvlak voor een landelijk toetsingskader en harmonisatie verder moeten worden vergroot.