“Waterschappen hebben weinig aandacht voor waterecologie”

Door Loes Elshof

“Alleen een combinatie van monitoring, experimenten en modelontwikkeling kan het probleem rond de waterkwaliteit in Nederland daadwerkelijk oplossen”, meent hij. Van den Brink, ook werkzaam bij het onderzoeksinstituut Alterra, houdt zich al jaren bezig met bestudering van de ecologische effecten van chemische stoffen zoals bestrijdingsmiddelen, schoonmaak- en verzorgingsproducten en medicijnen op het watermilieu, in Europa, Azië en Afrika. 

Welke onderzoek doet u in relatie tot waterkwaliteit?
“Ik kijk op dit moment vooral naar de combinatie van stress factoren op de waterecologie. Er is nog te weinig bekend over de combinatie van factoren: wat is bijvoorbeeld de wisselwerking tussen nutriënten en bestrijdingsmiddelen? Of neem het effect van verdroging, waardoor bijvoorbeeld in het water de concentratie dieren toeneemt. Maar wat betekent dit als bovendien bestrijdingsmiddelen worden gebruikt? Er is nog maar weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar hoe combinaties van stressfactoren het ecosysteem op landschapsschaal beïnvloeden. Wel weten we al dat bepaalde diersoorten gevoeliger voor deze effecten zijn dan anderen. Maar in een laboratoriumproef mis je bijvoorbeeld de interacties tussen soorten, zoals predatie en competitie. Gedeeltelijk kan dit opgelost worden door semi-veld experimenten uit te voeren, maar hierbij ontbreekt de ecologische infrastructuur, zoals verbindingen tussen sloten, die belangrijk zijn voor bijvoorbeeld insecten die in- en uit een gebied vliegen. In ecologische modellen kunnen al deze factoren wel opgenomen worden.”
Wat is het nut van ecologische modellen?
“Er zijn gelukkig steeds meer ecologische modellen beschikbaar voor ‘multiple stress’ factoren. Met modelmatig ecologisch onderzoek is veel beter te voorspellen wat er op grotere schaal in de wateren gebeurt dan door monitoring in het veld alleen. We willen toewerken toe naar het ontwikkelen van modellen die de effecten van diverse stressfactoren op de totale ecologie kunnen voorspellen. Het is wel van belang dat er naast model ontwikkeling ook experimenten uitgevoerd worden om mechanistisch inzicht in oorzaak en gevolg te krijgen. Ook moet monitoring plaatsvinden om een beeld te krijgen van de uiteindelijke gevolgen voor het ecosysteem.”
Doen waterschappen naar uw mening voldoende aan verbetering van de waterkwaliteit?
“Ik denk dat waterschappen veel meer kunnen doen, onder andere door beter naar de combinatie van stressfactoren te kijken. De aanwezigheid van stoffen wordt op veel plaatsen gemeten en vergeleken met normconcentraties, maar dat zegt nog niet veel over de ecologische consequenties. Ik heb niet gemerkt dat bij waterschappen grote interesse is voor de gevolgen van de aanwezigheid van deze stoffen op de ecologie of waterkwaliteit. Ik mis de aansluiting op het nieuwe ontwikkelingen in het ecotoxicologische onderzoek. ”
De normen voor gebruik van bestrijdingsmiddelen worden aangescherpt…
“Tot nu toe werd de waterkwaliteit nog getoetst aan normen die zijn gebaseerd op laboratorium toetsen. Maar die zeggen niet altijd alles over de daadwerkelijke ecologische gevolgen omdat zij vaak alleen de gevoeligheid van soorten in beschouwing nemen en niet de ecologische interacties en herstelbaarheid. Wat betekent het bijvoorbeeld voor een sloot als er een keer een bestrijdingsmiddel wordt geloosd? Legt dit het gehele ecologische functioneren van een sloot in een keer stil, voor enkele dagen of wekenlang? Of herstelt het systeem zich snel? En hoever verspreiden de effecten zich door het stroomgebied? De gevolgen van normoverschrijding in ruimte en tijd zijn onbekend. Een toetsing vooraf van het risico van een middel bij de registratie is noodzakelijk. Maar ik vind dat ook achteraf een evaluatie van de ecologische consequenties in kaart moeten worden gebracht met behulp van monitoring en modellering. Dit gebeurt nog te weinig, dat heeft de recente discussies rondom neonicotinoïden wel duidelijk gemaakt.” 
De bestrijdingsmiddelenindustrie zegt al veel te doen…
“De bestrijdingsmiddelenindustrie spreekt van product stewardship. Met het oog op de registratie en toelating van een middel levert de industrie zoveel mogelijk informatie aan, maar daar zit bijna nooit veldonderzoek bij als het gaat over het aquatisch ecosysteem. Natuurlijk, dat onderzoek kost veel geld, maar als je een constructieve bijdrage wil leveren aan het debat, zal je ook moeten onderzoeken welke ecologische effecten de bestrijdingsmiddelen in het veld veroorzaken. Het is complex, je moet goed kijken welke effecten waardoor worden veroorzaakt. Nederland wordt zo intensief gebruikt. We zijn de tweede wereldexporteur van landbouw producten, nog boven Duitsland, dat veel groter is. En dit terwijl de waterkwaliteitsambities niet omhoog zijn gegaan ondanks de invoering van de Kaderrichtlijn water Door ons intensieve gebruik van het landbouwgebied, hebben we echt wat te bieden aan het binnen- en buitenland als we dit probleem weten aan te pakken. Maar vooralsnog lopen andere landen, zoals Duitsland, Engeland, en Frankrijk op dit gebied sterk op ons voor.”