“Waterschappen blijven met de markt in overleg over risico’s waterprojecten”

De voorzitter van het Platform Waterschapswerken, waarin de hoofden van de bouwafdelingen van de waterschappen de krachten hebben verenigd, reageert hiermee op een eerder gepubliceerd artikel op WaterForum online. Daarin gaf GMB-directeur Gerrit-Jan van der Pol aan dat opdrachtgevers de risico’s bij de uitvoering van waterprojecten te eenzijdig bij de opdrachtnemers leggen. Zo bouwde het bedrijf de afgelopen jaren voor diverse waterschappen waterzuiveringsinstallaties. Maar het blijkt in de praktijk voor GMB niet eenvoudig om hier onderaan de streep genoeg geld over te houden. Daar komt bij dat de prestaties waaraan de waterzuiveringsinstallaties moeten voldoen in veel gevallen worden beïnvloed door zaken waar GMB geen grip op heeft. “Denk bijvoorbeeld aan het weer. Is het een droog of nat voorjaar geweest? Een lange of een korte zomer? Er zijn allerlei parameters waar je als opdrachtnemer geen invloed kunt uitoefenen, maar die wel van belang zijn voor het functioneren van een installatie”, aldus Van der Pol.
Correctiefactoren
Blom wijst erop dat de waterschappen opdrachtnemers voor de start van de bouw van een waterzuiveringsinstallatie altijd een referentiesituatie meegeven. “Wanneer de werkelijke situatie hiervan afwijkt, nemen wij bij de prestatiemeting altijd correctiefactoren mee. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat wij de opdrachtnemer het risico van de afwijkende omstandigheden laten dragen.” Of dit ook het geval is geweest bij het voorbeeld van Van der Pol weet hij niet. 
De voorzitter van het Platform Waterschapswerken benadrukt dat de waterschappen vorig jaar een visiedocument hebben opgesteld om de samenwerking met opdrachtnemers te verbeteren. “In het stuk ‘De waterschappen als publieke opdrachtgever’ pleiten wij juist voor risicobeheersing. Wij zijn risicosturend en niet risicomijdend. Daarbij beleggen wij de risico’s bij de partij die de risico’s het beste kan beheersen. Opdrachtnemers denken hier overigens verschillend over. Zo vinden sommige aannemers het geen enkele probleem om de juiste vergunningen voor een project te verkrijgen, terwijl anderen het liever aan de opdrachtgever overlaten.”

Foto RWZI Tilburg

Ruimte voor innovatie
Volgens Blom stellen waterschappen heel bewust eisen aan de prestaties die een waterzuivering uiteindelijk moet leveren. “Denk bijvoorbeeld aan effluent eisen, het energie-verbruik, de afbraak van slib en biogasproductie. Dat doen wij om opdrachtnemers de ruimte te geven om met innovaties te komen en hun eigen ideeën in te brengen. Een mooi voorbeeld is de succesvolle introductie van de Nereda-technologie. Daarin hebben de waterschappen nauw samengewerkt met Royal HaskoningDHV, de TU Delft en de STOWA om deze innovatieve technologie door te ontwikkelen naar praktijkschaal.”
Opdrachtnemers zijn volgens hem de laatste jaren te vaak met opportunistische aanbiedingen gekomen. “Dat heeft alles te maken met het gunningsinstrument economisch meest voordelige inschrijving. Daarbij gaat het niet alleen om de prijs, maar ook om de kwaliteit. Opdrachtnemers zijn soms te positief over de prestaties die een waterzuiveringsinstallatie uiteindelijk moet leveren. Wanneer het dan niet lukt om de prestaties te realiseren, krijgen ze een boete. Daarom is het essentieel dat opdrachtgevers en opdrachtnemers van tevoren wensen en verwachtingen duidelijk naar elkaar uitspreken om problemen te voorkomen.”
Onduidelijke randvoorwaarden
Daarnaast denken waterschappen volgens hem nog te vaak voor de markt. “Wij gaan er soms te gemakkelijk vanuit dat opdrachtnemers bepaalde prestaties wel zullen realiseren. Ook zijn de randvoorwaarden niet altijd even duidelijk. Daarom is het zo belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven.”
Een van de manieren waarop de waterschappen via het Platform Waterschapswerken hier concreet invulling aan geven is via de werkgroep Vernieuwingsakkoord. “Samen met vertegenwoordigers van Bouwend Nederland en Nlingenieurs komen dit soort onderwerpen een paar keer per jaar aan bod”, aldus Blom. Daarom ziet hij niets in het idee van Van der Pol om een task force op hoog niveau in het leven te roepen. Daarin kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers gezamenlijk investeren in onderzoek naar risicoverdelingsmodellen om ervoor te zorgen dat de risico’s niet meer eenzijdig bij de opdrachtnemers komen te liggen. “Ik pleit ervoor om de bestaande overlegstructuren in te blijven zetten”, aldus Blom.
Nieuwe aanbestedingswet
Verder wijst hij erop dat het voor opdrachtnemers en opdrachtgevers niet altijd hetzelfde beeld hebben over wat beheer en onderhoud van waterzuiveringsinstallaties in de praktijk nu precies inhoudt. “Wij zijn gewend om alles in een bestek op papier te zetten. Maar dat kan niet altijd, zeker niet bij complexe projecten. Daarom is het zo belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven over wat we nu precies bedoelen.”
Dat is in de praktijk echter niet altijd even eenvoudig. “In de tenderfase zijn opdrachtnemers immers elkaars concurrenten en kunnen ze niet alles vragen. De nieuwe aanbestedingswet biedt meer ruimte voor dialoog. Daarom pleit ik ervoor om hier nu al mee te gaan experimenteren. Want er is inderdaad ruimte voor verbetering om projecten beter te laten verlopen.”

De Energie- en Grondstoffenfabriek houdt morgen de bijeenkomst ‘No energy tot waste’ op de rioolwaterzuiveringzuivering van Waterschap Vallei en Veluwe. Patrick Blom is een van de sprekers. Tijdens de bijeenkomst kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers ideeën, standpunten en belangen uitwisselen ten aanzien van de realisatie van de Energiefabrieken. Doel is het kweken van wederzijds begrip, waardoor werkzaamheden doelmatiger gaan verlopen met een minimum aan vertraging. Aanmelden kan via een mail naar Henkjan van Meer.