Waterschap Rivierenland kiest voor innovatief aanbesteden dijkversterkingsprojecten

Waterschap Rivierenland is volop bezig om een aantal dijkverbeteringsprojecten uit te voeren. Uit de laatste toetsingsronde in 2011 in het kader van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma bleek dat 203 km van de ruim 1000 km dijken niet aan de huidige normen voldoet. “De komende decennia staan wij voor een flinke opgave”, aldus Roelof Bleker, sinds drie jaar actief als dijkgraaf  van Waterschap Rivierenland en tevens voorzitter van de stuurgroep POV Piping, tijdens een recente persbijeenkomst van het waterschap. 
Proefprojecten
De stuurgroep wil onder meer verschillende proefprojecten uitvoeren met nieuwe (innovatieve) maatregelen die het probleem van piping op een efficiënte en haalbare manier oplossen. Piping is een faalmechanisme waarbij water door of onder de dijk stroomt. Als zand meespoelt, wordt de dijk uitgehold, dreigt een dijkdoorbraak en overstroming. 
Het gevaar van piping speelt bij ca. 200 kilometer aan dijken die nu zijn afgekeurd, overal in Nederland. Hiervan is ca. 50 km door waterkeringbeheerders aangemeld voor het eerste programma van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma. De landelijke toetsing is uitgevoerd met de bestaande rekenregels. 

Nieuwe rekenregels

Uit een quick scan van een zestal waterschappen op basis van de in ontwikkeling zijnde nieuwe rekenregels, bleek vorig jaar echter dat van de ruim 940 kilometer onderzochte dijk ongeveer 540 kilometer mogelijk niet voldoet aan de nieuwe concept rekenregel. Ook de mate waarin de dijken niet voldoen neemt dan fors toe. Dit kan grote consequenties hebben, zoals de aanleg van forse pipingbermen van enkele tientallen meters tot zelfs meer dan honderd meter breed. Of tot dure constructies, zoals damwanden.
Piping
Ook bij het Waterschap Rivierenland speelt het piping probleem. Zo werd tijdens een onderzoek in 2012 duidelijk dat het risico van piping bij ruim 300 kilometer dijk in het waterschap groter is dan aanvankelijk werd aangenomen. Daarbij gaat het om dijken in het bovenrivierengebied tussen Gorinchem en de Duitse grens. Door de samenstelling van de grond is er overigens in het westelijk gebied een kleinere kans op piping, stelt het waterschap.
Geotextiel
Waterschap Rivierenland heeft vijf aannemers geselecteerd die in de praktijk mogen laten zien of zij verzwakte dijken als gevolg van piping door de aanleg van Verticaal Zanddicht Geotextiel kunnen versterken. De markt is volgens pipingdeskudige Frans van den Berg van Waterschap Rivierenland beter in staat om om het concept verder uit te werken en de maakbaarheid ervan aan te tonen   dan het waterschap. “Het werken met innovatieve contractvormen kan ertoe leiden dat je een betere oplossing krijgt voor minder geld”, aldus Van den Berg.
In september vorig jaar heeft Deltares in het proefvak van de IJdijk in het Groningse Bellingwolde nog een duurproef met geotextiel uitgevoerd. Daaruit moest blijken of de dijk door een verticaal in de zandlaag onder het binnentalud ingebouwde geotextiel minder vatbaar was voor piping. Het resultaat was positief, reden voor waterschap Rivierenland om nu vijf aannemers voor een vervolgtraject te selecteren.

GMB
GMB is in een consortium met Lareco en TenCate een van de vijf aannemers die door Waterschap Rivierenland is geselecteerd voor het vervolgtraject, bevestigt projectmanager Waterveiligheid, Jan van Dijk, van GMB. “Door middel van het aanbrengen van Verticaal Zanddicht Geotextiel willen wij piping tegengaan. Het is overigens nog niet vastgesteld dat een of  meerdere aannemers het project in deeltrajecten  gaat uitvoeren. Dat moet nog blijken en is afhankelijk van de aanbestedingsuitslag.”
Innovatieve aanbestedingsvormen, zoals de concurrentiegerichte dialoog, komen volgens Van Dijk in de praktijk al wel vaker voor. “In algemene zin is dit niet  zo vernieuwend,  maar voor waterschappen in het kader van traditionele dijkverzwaringen   is het wel  een nieuwe manier van werken.”
De projectmanager benadrukt dat het voor GMB  belangrijk is dat er niet alleen  in de  contractvormen maar ook in de contractuele voorwaarden ruimte moet blijven voor innovatie. “Ook bij een concurrentiegerichte dialoog of een best value procurement contract kun je de voorwaarden zo dichttimmeren dat er geen ruimte is, om een  innovatie toe te passen. Neem bijvoorbeeld het dijkverbeteringproject Kinderdijk-Schoonhovenseveer. Daar hebben wij niet ingeschreven en geen innovatieve oplossingen aangedragen omdat de contractuele voorwaarden niet in balans waren met de risico’s die op het bordje van de opdrachtnemer lagen. Dit blijft een aandachtspunt waar opdrachtgever en opdrachtnemer over in dialoog moeten blijven. ”
Oproep
Door het inschakelen van de vijf aannemers en de keuze voor innovatief aanbesteden komt het Waterschap Rivierenland tegemoet aan de oproep van voormalig voorzitter Elco Brinkman van Bouwend Nederland. Hij pleitte vorig jaar tijdens de Waterschapsdag in Den Haag  voor innovatief aanbesteden omdat de waterschappen verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de omzet van de weg- en waterbouwers. De waterschappen investeren een derde van de drie miljard euro die omgaat in de watersector. Door intensievere samenwerking en innovatievere contractvormen, zoals de concurrentiegerichte dialoog, zouden volgens Brinkman meer besparende innovaties tot stand kunnen komen.
Rol waterschap
Door deze manier van werken, gaat de rol van het waterschap Rivierenland veranderen, stelt Frans van den Berg. “Wij willen meer kennis in huis halen en tegelijkertijd innovaties meer aan de markt overlaten. Daarom zullen wij in de praktijk minder gebruik gaan maken van de expertise van advies- en ingenieursbureaus. Het waterschap krijgt zo een meer regisserende rol.”