Plaatsing van big bags bij Wessem tijdens het hoogwater op de Maas (foto: Waterschap Limburg)

Tijdens het hoogwater in juli is het Waterschap Limburg overvraagd geweest naar voorspellingen van de te verwachten waterpeilen. Dat blijkt uit een gedetailleerde reconstructie van het crisisbeheer door het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement. Waterschappers voelden zich geroepen die voorspellingen af te geven, hoewel het Limburgse watersysteem daar eigenlijk te grillig voor is. Toch hebben de Limburgse veiligheidsregio’s daar hun besluiten tot evacuatie op gebaseerd.

U gaat nu een PREMIUM artikel op WaterForum lezen. Benieuwd wat dat verder inhoudt? U vindt hier onze uitleg: Uitleg WaterForum online PREMIUM artikelen.

Volgens de evaluatie van het COT bestond tijdens de hele watercrisis veel behoefte aan een exacte voorspelling van de te verwachte waterpeilen. Het waterschap werd hierop overvraagd. Voor een grillig watersysteem als dat in Zuid-Limburg, is dat nooit 100 procent te voorspellen. Medewerkers van het waterschap voelden zich wel geroepen om bijvoorbeeld de veiligheidsregio’s antwoord hierop te geven.

Volgens het rapport hebben de waterschappers dat zo goed mogelijk gedaan. Dit leidde echter regelmatig tot een ongemakkelijk gevoel omdat de medewerkers zich bewust waren dat er op basis van hun antwoorden vergaande besluiten werden genomen, zoals bijvoorbeeld het evacueren van hele wijken.

Snelle inschattingen

Veiligheidsregio’s hadden ook behoefte aan voorspellingen van waterstanden op de Maas, hiervoor zorgde Rijkswaterstaat. Met name de inschatting van het risico op het bezwijken van de waterkeringen langs de Maas, waarvoor het waterschap aan de lat stond, werd vanuit deze voorspellingen opgesteld.

Waar normaal gesproken voorspellingen worden gedaan op basis van langdurig onderzoek en grondige berekeningen/modellen, moest dit nu binnen enkele uren voor specifieke locaties en afvoer- en regenvalhoeveelheden.
De auteurs van het COT-rapport merken daarbij op dat een dergelijk zware neerslag nog nooit eerder was voorzien. Daarom waren er ook geen eerder opgestelde berekeningen van de gevolgen daarvan. Bovendien heeft het waterschap ondanks een uitgebreid meetnet geen volledig beeld van het waterpeil op elke locatie in het hele watersysteem.

Lastige vorming actueel waterbeeld

Rijkswaterstaat stuurde vanuit het Water Management Centrum Nederland (WMCN) periodiek een hoogwaterbericht. Voor dit bericht is het de taak van het waterschap de informatie aan te leveren over de instroom naar de Maas vanuit het regionaal watersysteem met de grotere zijrivieren zoals de Geul, de Geleenbeek en de Roer.

In de praktijk bleek dit beeld vaak al snel achterhaald te zijn, zo constateert het COT-rapport. De waterstand in de Maas had inmiddels een hoger niveau bereikt, maar bereikte dit niveau ook nog eens eerder dan verwacht.

De zij-instromen vormden tijdens deze crisis echter een uitdaging. Hiervoor was het waterschap mede afhankelijk van meetpunten Stah en Jülich (in Duitsland). Deze instroom is niet in de bestaande modellen opgenomen en wordt ook niet standaard gemeten.
Een andere onbekende factor was de invloed van de in het kader van de Maaswerken versterkte keringen en de invloed daarvan op de waterpeilen bij de nog niet versterkte keringen. Het waterschap kon hierdoor moeilijk een actueel waterbeeld vormen waardoor het ook lastig was om de risico’s te kunnen inschatten op doorbraken en overstromingen. Zo’n dreigingsbeeld werd wel constant door de veiligheidsregio’s gevraagd om tot evacuatie over te kunnen gaan.

Net te vroeg

Het COT heeft voor het Waterschap Limburg de crisesaanpak tijdens de drievoudige watercrises in juli vorig jaar geëvalueerd. Het waterschap had in korte tijd te maken met opeenvolgende crises: de afvoer van de enorme hoeveelheden regenwater van de heuvelruggen, de opvang van dat water in de beekdalen en tenslotte het extreem hoogwater op de Maas. Op 18 januari is het evaluatierapport van het COT openbaar gemaakt.

Opmerkelijk is dat het waterschap nog maar net was opgestapt op een nieuw crisisplan waar nog niet op geoefend was en medewerkers niet altijd goed van de hoogte waren. Het plan was daarom nog niet goed ‘doorleeft’, zo oordeelt het COT. Hetzelfde gold voor
de nieuwe Centrale Regiekamer. Het informatieknooppunt van het waterschap was net technisch opgeleverd en zou op 1 september 2021 van start gaan evenals de personele inzet rond was. Het hoogwater komt net te vroeg voor het waterschap om hier goed gebruik van te kunnen maken.

Daar stond tegenover dat er wel recent een oefening had plaats gevonden met de inzet van lokale aannemers voor het plaatsen van alle noodvoorzieningen zoals mobiele keringen, afsluiters, pompen en aggregaten. Conform de draaiboeken zijn al die maatregelen tijdig gerealiseerd, zo oordeelt het COT-rapport.

Meerdere rampenplannen

Het COT oordeelt verder dat de rampenplannen vooral zijn ingestoken op het Rampenbestrijdingsplan Hoogwater Maas. Daarnaast beschikt het Waterschap Limburg tevens over meerdere bestrijdingsplannen die van belang zijn voor het beheer van het regionaal watersysteem. Relevant voor de watercrisis van afgelopen zomer waren de volgende bestrijdingsplannen: ‘stroomgebied Roer’, ‘stroomgebied Geul’, ‘Stroomgebied Geleenbeek’ en ‘Deelplan regenwaterbuffers’. Het COT adviseert het waterschap de rampenplannen veel meer te integreren.

Tevredenheid over opschaling

Het COT heeft veel betrokken waterschappers ondervraagd en concludeert dat er tevreden wordt terug gekeken op de opschaling. Dit in tegenstelling tot de beeldvorming in de media dat er te laat gereageerd zou zijn op de waarschuwingen door het KNMI voor extreme regenval. Uit een chronologische beschrijving van de gebeurtenissen, blijkt dat dinsdagavond bij het waterschap de eerste signalen binnen kwamen dat de effecten van de neerslag sneller opstapelden en de buffers snel volliepen. Nog diezelfde avond schaalde het waterschap het crisesbeheer op en werd de eerste crisisvergadering gehouden. In het licht van de ongekende omvang van de regenval, is volgens de meeste directe betrokkenen tijdig opgeschaald. Met de kennis van nu had het sneller gekund, zo luidt het volledige oordeel van de geënquêteerde waterschappers.

Download hier het rapport