Waterregio’s reageren op rapportcijfers Peijs: “We zijn verder dan het lijkt”

In 2020 moeten gemeenten en waterschappen 380 miljoen euro per jaar besparen op de kosten van de behandeling van afvalwater (riolering+rioolwaterzuiveringen). De drinkwaterbedrijven moeten daar bovenop 70 miljoen euro besparen, zodat de totale besparing in de waterketen uitkomt op 450 miljoen euro. Een eerste ronde van de commissie Peijs afgelopen najaar leverde een zeer negatief beeld op van de voortgang in de afvalwaterregio’s, bij de tussenrapportage lijkt het beter te gaan. Koplopers bevinden zich onder meer in Limburgse gemeenten en in Friesland. Achterlopers zijn vier regio’s in Noord-Holland (Noordkop, Noord-Kennemerland Noord, West Friesland en Zaanstreek Waterland) en zes regio’s in het midden van het land (Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Winnet, Rivierenland, Rheden en Arnhem-Nijmegen). Volgens de visitatiecommissie zijn er diverse verklaringen voor: bestuurlijke problemen, regio’s hebben al veel bespaard, er is onvoldoende monitoring, of men kampt met de rompslomp van een gemeentelijke herindeling. Verklaringen lopen sterk uiteen. 
Sterke sturing bij koploper
De grootste groep betreft middenmoters, door de commissie aangeduid als ‘peloton’. Drie regio’s in het werkgebied van waterschap Brabantse Delta behoren tot dit peloton, en er is één koploper. Carla Moonen, dijkgraaf van waterschap Brabantse Delta, kan zich vinden in de beoordeling van de visitatiecommissie. “We zijn sterk in het peloton.” Moonen signaleert dat de regio’s in haar werkgebied een aanloop hebben nodig gehad. “Eerst moest gewerkt worden aan vertrouwen tussen de partijen. Je laat elkaar toch in de keuken kijken. Die basis is gelegd. Vervolgens zie je ook dat men een verschillende aanpak heeft: sommige regio’s maken eerst een plan, anderen richten zich direct op het ‘laaghangende fruit’.”

“Opvallend is dat bij de koploper, ‘werkeenheid vier’ met gemeenten als Drimmelen en Geertruidenberg, een sterke sturing is vanuit het management van de gemeentelijke organisatie en het waterschap. Dit blijkt het draagvlak in de organisatie voor de samenwerking sterk te vergroten en heeft het resultaat positief beïnvloed.”

De beoordeling bevestigt volgens haar het beeld dat de samenwerking in de Brabantse waterkringen goed in de steigers staat. “Maar het prikkelt ons zeker om te proberen de samenwerking nog verder te intensiveren. Niet om een hogere positie te verwerven, maar omdat we geloven in nut en noodzaak.” Moonen verwacht dat de tussenrapportage de minder presterende regio’s zal stimuleren om zich nog extra in te zetten. Ook koploperregio’s zullen daar hun steentje aan bijdragen door hun ervaringen uit te wisselen met de achterlopers. “Dijkgraven spreken elkaar hierop aan. Het is een gemeenschappelijk belang om het doel dat we ons hebben gesteld, ook te halen.”
Pijnpunten aan het licht
Vier regio’s in de kop van Noord-Holland kwalificeerde de commissie Peijs als achterblijvend. Folkert Oosting, woordvoerder van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, dat in het betreffende gebied werkzaam is, reageert: “We zijn al lange tijd aan het werk met de doelen van het bestuursakkoord. Op dit moment bestuderen we het rapport van de visitatiecommissie en zijn bezig met een evaluatie. Het werk van de commissie Peijs brengt de pijnpunten aan het licht, waarmee de urgentie opnieuw op tafel komt. Wij vinden de samenwerking ook heel belangrijk, maar het is een ingewikkeld en complex proces. We doen er alles aan samen met de gemeenten de doelen te realiseren.” 
Erik Warns is beleidsadviseur bij gemeente Beverwijk, en trekker voor de regio Noord Kennemerland-Zuid, die de commissie Peijs in de middengroep plaatste. Als kenniscoach en lid van de coördinatieteam is Warns ook betrokken bij de Noord-Hollandse regio’s die een onvoldoende kregen. “Die beoordeling is natuurlijk vervelend. Je had graag een beter beeld gezien. Je ziet dat in een paar regio’s de samenwerking moeilijker van de grond komt. In één regio komt het nog niet los. Terwijl er collega’s zijn die zich er heel sterk voor maken.” Warns heeft nagedacht over de oorzaken: “Op sommige plaatsen is eerst goed nagedacht over wat men wil en is men te voorzichtig met vastleggen van ambities. Misschien speelt ook mee dat mensen in dit gebied zich sterker hadden kunnen profileren. Want er gebeurt hier wel veel. We zijn verder dan het lijkt.” Warns wil de beoordeling nuanceren: “Het wil nog niet zeggen dat deze regio’s de besparingen niet gaan halen. Het rapport van de commissie is ook een duwtje in de rug, om eens extra aan de boom te gaan schudden. Vraag eind dit jaar nog maar eens hoe het gaat.” 
Binnenkort afspraken 
Een achterblijver is de regio Capelle aan den IJssel. Lennart Vroegindeweij, hoofd communicatie van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), zegt dat HHSK met onder andere gemeenten volop werkt aan een goedkopere en toekomstbestendige afvalwaterketen. Vroegindeweij benadrukt eerst het goede nieuws “De visitatiecommissie heeft de samenwerking met de gemeente Rotterdam en andere ketenpartners als ‘koploper’ beoordeeld, wat een extra stimulans is voor de gemeenten en waterschappen om de plannen verder uit te voeren.” Hij beaamt dat de samenwerking met gemeente Capelle aan den IJssel nog niet is vastgelegd, wat het tegenvallende resultaat voor deze gemeente verklaart. “Het is tot dusver bij een verkenning van kansen gebleven. We hopen binnenkort de samenwerking in afspraken vast te leggen.” 
Vewin
Marco Zoon, hoofd communicatie van de Vewin, is blij dat drinkwaterbedrijven de noodzakelijke kostenbesparingen – op basis van de afspraken uit het bestuursakkoord  Water- nu al op orde hebben. “Behulpzaam daarbij zijn de benchmarks geweest die we al sinds 1997 uitvoeren. Er is nu nog een uitdaging om de samenwerking met onder andere de waterschappen verder vorm te geven. Ook zij voeren benchmarks uit, en het is goed om te kijken waarin deze van elkaar verschillen en wat we van elkaar kunnen leren.” Zoon verwerpt de suggestie dat drinkwaterbedrijven van de overheid nu meer moeten gaan bijdragen aan het bereiken van het besparingsresultaat voor de gehele sector. “Zo’n verzoek heeft ons niet bereikt, dus we gaan gewoon op de ingeslagen weg voort.”