Het Europees verbod op neonicotinoïden moet de biodiversiteit en de waterkwaliteit verbeteren. (foto: Wikimedia Commons).

De Europese lidstaten stemden vrijdag 27 april in Brussel in met een verbod op het buitengebruik van drie bestrijdingsmiddelen die schadelijk zijn voor bijen. Ook Nederland stemde in met het voorstel van de Europese Commissie om imidacloprid, clothianidin en thiamethoxam te verbieden. Het hoofddoel van het verbod is het verbeteren van de biodiversiteit, maar er wordt aangenomen dat ook de waterkwaliteit zal verbeteren.

Het gebruik van de zogenoemde neonicotinoïden wordt buiten verboden, maar blijft toegestaan in kassen. Ter bescherming van het oppervlaktewater gelden daarvoor sinds januari van dit jaar strenge regels. Glastelers zijn bij wet verplicht om 95% van de pesticiden uit het afvalwater te zuiveren. En speciaal voor imidacloprid, het ‘bijengif’, geldt al sinds 15 maart 2017 een zuiveringsnorm van 99,5%.

Coating voor zaden
Het gebruik van neonicotinoïden wijkt af van reguliere bestrijdingsmiddelen. De pesiticiden worden in de bodem geïnjecteerd en zaden krijgen een coating. Daarmee zou de verspreiding in het milieu beperkt blijven. Uit twee recente studie is echter gebleken dat de gifstoffen uiteindelijk toch terechtkomen in stuifmeel, nectar en sap en dat de bijen ermee in aanraking komen.

Gevaar voor biodiversiteit

Landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) liet dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer weten vóór het voorstel te stemmen omdat de stoffen rechtstreeks schadelijk zijn voor wilde bijen, honingbijen en hommels, die onmisbaar zijn voor de bestuiving van gewassen. Daarmee vormen zij een gevaar voor de biodiversiteit. Volgens de minister lopen er verschillende initiatieven om alternatieven te ontwikkelen.

Schadelijke alternatieven
LTO Nederland vreest nu dat de alternatieven wel eens veel schadelijker kunnen zijn dan de bestrijdingsmiddelen die nu als coating op de zaden worden aangebracht. Zij verwijzen daarbij naar de volveldspuit met een ander type gewasbeschermingsmiddelen. De Europees voorgestelde beperkingen hebben een te grote impact op de open teelten. “Ik voorzie dat de alternatieve gewasbeschermingsmiddelen slechter zijn voor het milieu dan het gebruik van de insectenbestrijders die de minister nu wil verbieden”, stelt LTO op de website.

Tegengaan van drift

Bedrijven met een open teelt moeten ook maatregelen nemen om de verwaaiing (drift) van gewasbeschermingsmiddelen met ten minste 75 procent te verminderen. Deze verplichting geldt voortaan voor het hele perceel, dus ongeacht de aanwezigheid van een sloot of de afstand tot een sloot. Daarnaast moet een teeltvrije zone worden toegepast om het oppervlaktewater te beschermen. De minimale teeltvrije zone is voor de meeste gewassen vergroot van 25 centimeter naar een halve meter.