Watergraaf Peter Glas bepleit invoering vierde zuiveringstrap op alle RWZI’s

Microverontreinigingen uit zogenoemde ‘nieuwe stoffen’ als medicijnresten en hormoonverstoorders kunnen met een vierde zuiveringstrap op (via een zandfilter, UV-filter, Ozon-oxidatie of membraanfilter) verwijderd worden. In Zwitserland gebeurt dit al op grote schaal, en ook in Duitsland is hiermee begonnen.
In Nederland is de insteek vooralsnog dat microverontreinigingen moeten worden aangepakt in de keten, lees bij de bron. Zo stelden Hans Oosters en Peter Glas zich eind vorig jaar als respectievelijk aantredend en scheidend voorzitter van de Unie van Waterschapen in een interview met Waterforum Magazine nog terughoudend op. “We moeten er zeker iets mee, maar niet alleen op de zuiveringen”, zei Glas over microverontreinigingen en medicijnresten. “Alleen maar investeren in de zuivering, ten laste van de belastingbetaler, vind ik te makkelijk”, voegde Oosters toe. “Dat is ogenschijnlijk een voor de  hand liggende oplossing, maar de principiële discussie wordt dan vergeten: hoeveel stoffen komen erbij? Is dat maatschappelijk acceptabel? Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van particulieren, bedrijven, ziekenhuizen?”

Ander geluid
Op persoonlijke titel komt Peter Glas nu met een ander geluid. In een column op de website van De Dommel schrijft hij in een rijtje “ambitieuze doelen” voor het Regeerakkoord 2017 onomwonden neer dat er een vierde trap voor alle rwzi’s moet komen. “Ik verlaat de ketenbenadering niet, maar denk dat we er niet aan ontkomen én én te doen”, zo licht hij desgevraagd toe. “Inmiddels is er een rapport verschenen van het Planbureau voor de Leefomgeving en zijn we er allemaal van overtuigd dat microverontreinigingen een reële bedreiging zijn voor de kwaliteit van ons drinkwater. Natuurlijk moet je ook inzetten op het voorkomen van vervuiling, maar uiteindelijk zullen we toch ook in de zuivering een extra trap moeten inbouwen.”

Ambitieus
Nabehandeling van het rwzi-effluent met een vierde trap  invoeren op alle rwzi’s is ambitieus. De kosten zijn hoog, terwijl in het Bestuursakkoord Water is vastgelegd dat de Waterschappen moeten bezuinigen en het Rijk aandringt op het niet laten stijgen van de lokale lasten.
De vraag wie dat moet gaan betalen, is dan ook een belangrijke, erkent Glas desgevraagd. ”Daarover moeten de discussie en de onderhandelingen gevoerd worden in de keten. De waterschappen moeten hier een grote investering voor plegen. Maar ik vind  dat je niet van waterschappen kunt verwachten dat ze zorgen voor veilig drinkwater, zonder dat daar extra voor betaalt moet worden.”

De vervuiler betaalt?
De manier waarop zowel vervuiler als gebruiker zouden kunnen bijdragen, heeft hij niet uitgewerkt in zijn column. Die is er naar  eigen zeggen vooral voor bedoeld  om de discussie los te maken. Desgevraagd geeft Glas aan dat het denkbaar is tot een omslagstelsel te komen waarbij vervuiler en gebruiker meebetalen naar omvang van het gebruik of de vervuiling. Ook is volgens hem een alternatief systeem denkbaar waarbij er een omslag komt via de vervuilende producten. “Je zou analoog aan het Kwartje van Kok een Kwartje van de Waterschappen kunnen invoeren. Dat zijn zaken die we moeten gaan onderzoeken. Nu de verkiezingstijd er aan komt en we onderhandelingen moeten gaan voeren, gaat het er mee nu om de ambitie uit te spreken dát die vierde trap er onvermijdelijk moet komen.”

Ketenbenadering
Dat de minister en de huidige voorzitter van de Unie van Waterschappen inzetten op het verder opvoeren van de ketenbenadering, zegt hij op zichzelf toe te juichen. “Maar ik vermoed dat we het daarmee niet gaan halen. We zullen in serieuze mate een vierde trap moeten gaan overwegen, zeker wanneer er sprake is van herinvesteringen op een rwzi.”