Het effect van de zeespiegelstijging op Nederland. De rode gebieden krijgen te maken met verzilting, hoe donkerder rood hoe hoger de toename van de verzilting. De gearceerde gebieden moeten rekening houden met een stijghoogte van het grondwater. Ook in de rivieren en het IJsselmeer zal het waterniveau onder invloed van de zeespiegelstijging gaan stijgen (bron: Sweco).

Minder woningen bouwen in diepe polders in het Westland om de zeespiegelstijging aan te kunnen, is volgens waterexpert Ties Rijcken niet de juiste oplossing. “Ik maak me ook zorgen, maar niet over de vraag of Nederland de zeespiegelstijging aankan”, stelt Ties Rijcken in zijn betoog ‘Het water komt, maar wees niet bang’ op de website van De Correspondent. Volgens Rijcken moeten we vertrouwen hebben in de technologie en de Nederlandse expertise in de waterbouw en het waterbeheer.

Door de opwarmende aarde zal het mondiale zeeniveau in het jaar 2.100 tussen de 26 en 82 centimeter gestegen zijn, stelt het KNMI. Volgens klimaatpanel IPCC is er een aanzienlijke kans dat de zeespiegel daarna blijft stijgen. Steeds meer beleidsontwikkelaars en opiniemakers pleiten er daarom voor om minder nieuwe woningen te bouwen in de diepe polders in het westen, en meer op de hoge gronden in het oosten van Nederland. Dat schiet sommige waterexperts in het verkeerde keelgat. Zo ook bij Ties Rijcken, publicist en deskundige in waterveiligheid en waterbouw.

Genoeg dijken en dammen

Rijcken promoveerde in 2017 bij de TU Delft op het Nederlandse overstromingsrisicobeleid. Volgens Rijcken kunnen onze huidige dijken en dammen de zeespiegelstijging gemakkelijk aan. “Het idee dat we niet meer in diepe polders kunnen bouwen omdat de zee stijgt, ervaar ik als iemand met twintig jaar ervaring als vliegtuigbouwer die opeens te horen krijgt dat we niet meer kunnen vliegen omdat het harder gaat waaien”, stelt hij in zijn betoog ‘Het water komt, maar wees niet bang’ van De Correspondent.

Watermachine

Rijcken vergelijkt Nederland met een gigantische watermachine, waar natuur op groeit en mensen op wonen. Een van de functies van die machine is de kans op wateroverlast en overstromingen zo klein mogelijk maken, door stukken land die zo hoog liggen dat ze niet kunnen overstromen, en gebieden die wél kunnen overstromen. Overstroombaar gebied is weer onder te verdelen in binnendijks en buitendijks.
Rijcken: “Niet bouwen in diepe polders omdat die onveiliger zouden zijn, strookt niet met hoe de watermachine werkt. Ja, als een gebied relatief diep ligt, is er in potentie meer schade. Maar als dat gecompenseerd wordt door een lagere kans om te overstromen, functioneert de watermachine prima.”

Geen vertrouwen in technologie

“Wie niet meer in diepe polders wil bouwen vanwege de zeespiegelstijging, heeft geen goed beeld van de geometrie en de kostenstructuur van woningbouw en watermachine – of heeft dat wel, maar vertrouwt niet in technologie en instituties op de lange termijn”, aldus Rijcken. Kortom, niet meer in diepe polders bouwen is volgens Rijcken te kort door de bocht om ons voor te bereiden op het toekomstige hoogwater. Rijcken: “Belangrijker dan hoe diep een polder ligt, is waar de dijk doorbreekt, hoe snel het gat groeit, hoe het water door het landschap stroomt en hoelang de storm of de hoge rivierafvoer aanhoudt. Dit brengen we in kaart we met de meest geavanceerde geografische, hydraulische en geotechnische modellen ter wereld.” Hij legt verder uit dat het overstromingsrisico berekend wordt door de kans dat een dijk doorbreekt te vermenigvuldigen met de schade. De diepte is dus niet alleen bepalend voor de kans op overstroming.

Tweede advies Glas

Glas schreef zijn tweede advies over woningbouw en klimaatadaptatie aan de ministeries van BZ en IenW naar aanleiding van zijn conclusie dat er bij de woningbouwopgave onvoldoende wordt gekeken naar de langetermijngevolgen van klimaatverandering en de eisen die water en bodem stellen.
Deltacommissaris Glas reageert desgevraagd met: “Ik juich discussies en reacties van andere waterprofessionals over de manier waarop we klimaatbestendig kunnen bouwen alleen maar toe. De huizen die we nu gaan bouwen staan er over 50 tot 100 jaar nog. Op woningbouwlocaties die nu al zijn gekozen kunnen we rekening houden met klimaatverandering door een goede wateropvang en waterafwikkeling, gebruikmakend van slimme architectuur en duurzaam materiaalgebruik. Op de lange termijn kunnen we ook voor locaties kiezen die minder gevoelig zijn voor klimaatverandering en andere kwetsbaarheden als slappe bodems en bodemdaling. In dat kader heb ik eerder geadviseerd om te onderzoeken hoe we nieuwe investeringen op minder kwetsbare locaties kunnen gaan doen.”
Op 24 mei 2022 schreven ministers Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) en De Jonge (Volkshuisvesting) een reactie op het advies van Glas. Ze beschrijven de vele lijnen die er lopen om het vraagstuk over wel of niet bouwen in diepe polders te benaderen en maken nog geen keuze.

De werkelijke uitdaging

Tenslotte stelt Rijcken dat de discussie over wel of niet bouwen in lagergelegen gebieden juist afleidt van de werkelijke uitdaging: adaptatie aan klimaatverandering combineren met natuurbehoud en het herstel van de biodiversiteit. “Nu realiseer ik me dat afbrokkelend vertrouwen in de watermachine het échte monster is.”