Waterinfodag
Een vertrouwd beeld op de Waterinfodag, waar de ICT’ers in de watersector elkaar na twee coronajaren weer konden ontmoeten (foto: Waterinfodag).

Eindelijk kon het weer. De Waterinfodag, die door corona meerdere keren moest worden uitgesteld, verwelkomde op 23 juni haar bezoekers in de Brabanthallen in Den Bosch. De ICT’ers in de watersector toonden hun nieuwste producten aan waterbeheerders. Veel aandacht ging uit naar producten die de extreme neerslag sneller kunnen vertalen naar het waterbeheer. Er worden op dat terrein grote stappen gezet.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

Meten en dataverwerkingen maken in de watersector een snelle ontwikkeling door. Waar de watersector in eerste instantie nog huiverig was voor een stortvloed van betekenisloze data, komen er nu steeds slimmere producten op de markt die inspelen op de behoeften van de waterbeheerders bij gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat. Data op het gebied van waterbeheer vindt steeds sneller een weg in de eigen automatiseringssystemen
van de organisaties en de vertaalslag van al die data sluit steeds beter aan bij de besluitvorming. Iedere editie van de Waterinfodag is daar weer een goede graadmeter voor. Dit jaar waren ruim 50 exposanten aanwezig en vonden evenveel sessies plaats over de meest uiteenlopende onderwerpen, zoals cybersecurity, inzet van drones, voorspellen van
onderhoud met machine learning en landelijke datacentralisatie bij organisaties als het Informatiehuis Water. Merkbaar waren ook de nasleep van het waterramp vorig jaar in Limburg en de behoefte bij waterschappen aan nauwkeurigere voorspellingen van zomerse clusterbuien. Waar en wanneer valt zo’n bui, dat wil een waterschap weten. Zodat het een gebied nog snel ‘leeg’ kan krijgen om de hoeveelheid neerslag maximaal te kunnen accommoderen en wateroverlast voorkomen kan worden.

Piekafvoer
Een heel mooi voorbeeld hiervan is de ondersteuning door Nelen & Schuurmans aan het Waterschap Limburg om op het niveau van kleine beeksystemen berekeningen te maken van bepaalde maatregelen. Het waterschap wil tot op pandniveau weten wat de piekverlagende effecten zijn van mogelijke maatregelen die naar voren komen uit het overleg met betrokken bovenstroomse landgebruikers. Leendert van Wolfswinkel van Nelen & Schuurmans gaf daar op de Waterinfodag, samen met Maurice de Wit van het waterschap, een presentatie over.

“We hebben de toepassing van de 3Di-modeltechnologie verder ontwikkeld om op pandniveau de waterrisico’s van piekafvoeren in beekdalen te kunnen berekenen”, legde Van Wolfswinkel uit. “Zonder verlies van details kunnen wij met onze hydraulische simulaties de afstromingen berekenen en per pand bepalen hoe hoog het water tegen de gevel komt te staan. Als het waterschap in overleg met gemeenten, boeren of burgers
bepaalde maatregelen bespreekt, kunnen wij doorrekenen wat de effecten daarvan zijn. Zo kunnen we inzichtelijk maken wat de effecten zijn van de uitbreiding van bovenstroomse
waterbuffers. Maar ook een boer die overweegt zijn akker anders in te richten zodat het regenwater minder snel naar het beekdal afstroomt, heeft iets aan onze hydraulische simulaties. Het zal immers helpen als die boer ziet wat zijn bijdrage is in het verminderen
van de piekafvoer.” Volgens Van Wolfswinkel is de 3Di-rekentechnologie al zover ontwikkeld dat deze ook voor toepassing in hellende gebieden stabiel is geworden.

Zware buien
Een ander voorbeeld van een nieuw product dat waterschappen helpt beter voorbereid te zijn op extreme zomerse buien, is het W2O waarschuwingssysteem dat HydroLogic en Weather Impact samen hebben ontwikkeld. Het systeem voorspelt 2 uur, 24 uur en 48 uur vooraf waar zware buien worden verwacht en koppelt dit aan de actuele stand van de hoeveelheid bodemvocht. Bij weinig bodemvocht kan de bodem nog veel regen bergen maar als die ruimte minder wordt, kan de bodem op enig moment niets meer opnemen en gaat er wateroverlast ontstaan. “De tool biedt gemeenten en waterschappen een kansverwachting en een handelsperspectief”, vertelde Bram Schnitzler van HydroLogic op de Waterinfodag. “Aan de hand van kaarten kunnen we met W2O laten zien waar wateroverlast te verwachten is. Enkele gemeenten en waterschappen hebben het al in
gebruik genomen en met machine learning kunnen we de voorspelling nog verder verbeteren.”

Toekomstige rekencapaciteit
Volgens Schnitzler is er bewust nog geen hydraulische data in verwerkt. “Het gaat om een systeem dat landelijk kan worden toegepast. Als we daarin ook nog eens de lokale hydraulische data gaan verwerken, dan schiet de rekencapaciteit tekort.” Het rekenwerk
duurt dan te lang om de voorspellingen te kunnen doen. De ontwikkelingen met grote computers gaan nu zo snel dat het volgens hem over enkele jaren wél mogelijk is om snel gedetailleerde berekeningen te maken waarin ook hydraulische data is verwerkt. Aan
de hand daarvan kunnen dan voorspellingen gedaan worden voor de te verwachten afvoeren.

Data als een service
Enkele leveranciers van meetapparatuur blijken de stap te hebben gemaakt van het verkopen van sensoren naar een integrale dienstverlening voor het leveren van data. Zo’n bedrijf is River Insight, dat een debietmeter heeft om de afvoer van watergangen te meten. Het bedrijf heeft voor waterschap Vallei en Veluwe rond de hoge zandgronden van de Veluwe een dertigtal debietmeters in de watergangen geplaatst. “Wij leveren geen debietmeters maar complete meetreeksen”, lichtte directeur Sicco Kamminga toe. “We controleren onze meters en bij een eventueel defect kunnen we heel snel een nieuwe meter plaatsen, zodat de meetreeksen niet onderbroken worden. De levering van data ontzorgt het waterschap, maar voor onszelf betekent het dat we goed zicht houden op de werking van onze meetapparatuur en de informatiebehoefte van onze klant.”

Nieuwe datareeksen
Een heel ander onderwerp waarmee de ICT’ers op de Waterinfodag zich bezighouden, is de betrouwbaarheid en vooral de continuïteit van datareeksen. Nieuwe apparatuur, nieuwe softwareprogramma’s en nieuwe inzichten zorgen voor veranderingen in de data en altijd rijst dan de vraag of de oude data daarop moet worden aangepast. Die vraag stelde Robert
Slomp, softwarecoördinator flood risk management bij Rijkswaterstaat, aan de orde bij de workshop over het beter begrijpen van weersverwachtingen en de veranderingen van het weer. Hij vertelde dat er nu eindelijk een basisdataset is met synthetische weergegevens (een set van 8500 jaar) over ons huidige weer. Deze dataset geeft de mogelijkheid om de maximale stormopzet langs de kust beter in te schatten.

Andere kijk op 1953
Slomp vertelde dat de nieuwe dataset tot een andere kijk heeft geleid op het extreme hoogwater in 1953. “In de nieuwe dataset past de weersituatie van toen beter in de modellen en daardoor is ze minder extreem dan waar we tot nu toe vanuit gingen. De vraag is dan hoe we de bestaande datareeks moeten duiden in onze statistische modellen.” De nieuwe inzichten over wind en stormopzet worden volgens Slomp meegenomen in de modellen voor de kustveiligheid en de bijhorende hoogte van dijken en duinen. De volgende Waterinfodag staat gepland voor het voorjaar 2023.