De constructie van de levende golfbreker vanuit onderwaterperspectief: met in het midden de kooien waarin schelpdieren als oesters en mosselen kunnen groeien. Beeld: Team ReShore.

Mitchell Williams en Frej Gustafsson van de WUR kregen in de landelijke finale van de innovatiecampagne van de vier Nederlandse technische universiteiten de meeste publiekstemmen. Ze winnen 1.500 euro voor hun ‘levende’ golfbreker: een duurzame constructie die de betonnen constructies in zee moet vervangen en een alternatief voor zandwinning is. Het project combineert kustbescherming, restauratie van ecosystemen, én voedselproductie.

Met de Dutch 4TU Impact Challenge willen de vier technische universiteiten in Nederland – Delft, Twente, Eindhoven en Wageningen – studenten stimuleren om innovatieve ideeën te combineren met ondernemerschap. Na vier regionale voorrondes was donderdag 19 november 2020 de finale.

De twee afgestudeerden in de richting Aquaculture & Marine Resource Management van de WUR vielen in de prijzen met hun uitvinding ReShore. Deze drijvende constructie bestaat uit langbenige bouwwerken van 15 meter per stuik. Door er acht achter elkaar te plaatsen, ontstaat volgens de studenten een volwaardige vervanging van de robuuste bestaande betonnen constructies die nu de kust beschermen.

Bescherming ecosysteem

De ‘levende’ golfbreker beschermt ook het ecosysteem onder water en creëert een goede leefomgeving voor dier en plant: zoals oesters, mosselen en zeewier. “Soorten die de basis van een ecosysteem vormen: waardoor andere dieren en planten kunnen bestaan”, legt Gustafsson uit, die zich het meest op de biologische kant van het verhaal richt. Williams – het zakelijke brein – voegt daaraan toe: “De schelpdieren die aan de constructie groeien, kunnen ook voor consumptie dienen. Het hangt ervan af wat een klant wil. We denken bijvoorbeeld aan havens, overheden en waterbouwbedrijven.”

Proef in Oosterschelde

De studenten streven ernaar dat volgend jaar de eerste golfbreker op proef in de Oosterschelde ligt. Naast de kust denken ze dat hun uitvinding geschikt is voor extra kwetsbare plekken in de zee, zoals mangroves en koraalriffen. Frej: “Sowieso we willen we op maat gaan werken. Zo is er in de Noordzee een tekort aan zeegras waarin heel veel diertjes kunnen leven. Dan passen we de golfbreker zodanig aan dat juist zeegras eronder kan gaan groeien.”

Het exacte ontwerp en de materiaalkeuze zijn nog onderwerp van discussie. Duidelijk is wel dat de golfbreker niet vast zal zitten, in tegenstelling tot de huidige betonnen golfbrekers die als een muur in de zeebodem zijn bevestigd of drijven en met een anker ín de bodem zitten.

Verzwaarde poten

Het ReShore-ontwerp maakt gebruik van verzwaarde poten – een soort kisten van cement – die de golfbreker op zijn plek houden, maar de zeebodem sparen en door inkepingen en groeven juist planten en vissen kunnen herbergen”, zegt Williams. “Verder zullen er een soort kooien aan de golfbreker hangen, waarin oesters en mossels kunnen groeien, en lange lijnen waaraan planten als zeewier zich kunnen vastgrijpen.”

Alternatief voor zand opspuiten

De twee richten zich in hun businessplan in eerste instantie op Europa, waaronder Nederland. Hier zie je niet veel golfbrekers aan zee, terwijl in landen als Frankrijk en Portugal de kust er vol mee ligt. Williams: “Nederland beschermt de kust veelal door zand op te spuiten”. Gustafsson: “Dat onze golfbreker ook een optie is, willen we komend jaar in de Oosterschelde laten zien.”

Volgens de twee is de provincie Zeeland de ideale plek voor hun pilot: “De regio is innovatief en heeft een rijke oester-en mosselteelt. Bovendien is de kracht van de golven minder, waardoor onze proefversie minder te verduren krijgt.” Na Zeeland komen het Verenigd Koninkrijk en Zweden in beeld, waar de jonge ondernemers al contacten hebben gelegd. “Ons netwerk wordt steeds steviger, zeker omdat we dit jaar al meer prijzen hebben gewonnen zoals de INNO Student Challenge van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Bedrijven en deskundigen bellen óns nu, in plaats van dat wij de boer op moeten.”