VN stelt nieuwe doelen voor water en sanitatie: hoe maak je het waar?

Ik heb een paar jaar in New York gewerkt bij het secretariaat van de UNSG’s Advisory Board on Water and Sanitation (UNSGAB), een onafhankelijk adviesorgaan van de VN dat in 2004 is opgericht door de toenmalige Secretaris-Generaal, Kofi Annan. Koning Willem-Alexander was, als Kroonprins, van 2006 tot 2013 voorzitter van de UNSGAB. Nu is Mevrouw Uschi Eid (voormalig Duits parlementslid) voorzitter van UNSGAB en Koos Wieriks (Min I&M) is lid namens Nederland.

Doel was ondersteuning te geven bij het bereiken van de millenniumdoelen op het gebied van water en sanitatie. Nu de nieuwe SDG’s voor water en sanitatie eraan komen, houdt de UNSGAB op te bestaan. In november is er een slotbijeenkomst waar de UNSGAB zijn ‘legacy’ presenteert en met een aantal aanbevelingen zal komen voor het bereiken van de nieuwe doelen. Daarvoor ga ik dit najaar ruim een maand naar New York. 

Er was tijdens de World Water Week in Stockholm een kakafonie van meningen en voorstellen over de manier waarop je het allemaal moet structureren en monitoren, hoe je het intergouvernementele proces moet gaan inrichten ter ondersteuning van de SDG’s en hoe je landen, instellingen en bedrijven kunt aanspreken op de opdrachten die ze mee krijgen, zodat er geen vrijblijvendheid is. Dat is best ingewikkeld, want iedereen heeft eigen ideeën over de manier waarop je het zou moeten aanpakken. Terwijl lidstaten straks in New York tijdens de algemene vergadering van de VN afspreken dat de doelen in 2030 bereikt moeten zijn. Bovendien zijn er Sustainable Development Goals op veel meer terreinen, in totaal zeventien. En daarbinnen zijn er maar liefst 169 targets. De ambitie is dus hoog, het is een enorme opgave. De UNSGAB buigt zich daarover en probeert de discussie aan te zwengelen.
We geven ook aan dat je niet alleen in Noord-Zuid termen moet denken. In tegenstelling tot de MDG’s, gelden de SDG doelen net zo goed voor Nederland. Veel is bij ons prima geregeld, maar op het vlak van grensoverschrijdend waterbeheer, financiering en ook kijkend naar al het water dat we via voedingsmiddelen en producten importeren (water footprint) uit landen waar water schaars is, heeft Nederland wel degelijk een rol te vervullen bij het behalen van de SDG’s.
De World Water Week in Stockholm, waar vooral beleid, onderzoek en NGO’s bij elkaar kwamen, was helemaal gericht op de nieuwe SDG’s. Veel organisaties en kopstukken uit de waterwereld waren aanwezig en het was dus dé gelegenheid om elkaar weer eens te spreken. We waren er als Nederland goed vertegenwoordigd in heel veel sessies en ook in de high level panels, met bijvoorbeeld onze watergezant Henk Ovink. Nederland heeft ook het idee van de Delta Coalitie gepresenteerd, waarin deltalanden op verschillende terreinen samen kunnen optrekken. Wellicht kan dat in de toekomst ook in VN-verband worden ingericht. Het is goed dat deltalanden niet alleen op het gebied van kennis en handel maar ook qua politiek en bestuur de samenwerking zoeken. 
Het werk bij de VN klinkt natuurlijk als erg bureaucratisch en dat is het ook.  Ik weet het, de afspraken worden in hogere sferen gemaakt en je moet altijd maar afwachten wat voor impact het in de praktijk heeft. Ik heb jaren in New York gewerkt en het is een enorm bureaucratisch apparaat, maar tegelijkertijd zie je bewegingen die wereldwijd toch heel bepalend kunnen zijn. 
Dat zag je ook bij de Millennium Goals. Die waren misschien onvolledig en er zaten veel haken en ogen aan, maar ze hebben wél wat in gang gezet. Ze hebben mede de agenda bepaald voor heel veel landen en instituties zoals de Wereldbank, ook op het gebied van water en sanitatie: hoe formuleer je het beleid, hoe zorg je voor investeringsprogramma’s die het ook haalbaar maken. Van dat hele proces hebben we veel geleerd, en al die lessen zijn meegenomen bij het formuleren van de Sustainable Development Goals. Die zijn weer een stuk ambitieuzer en uitgebreider.  
UNSGAB had de luxe om een beetje door al die processen heen te kunnen banjeren, dankzij zijn onafhankelijke positie. UNSGAB was in de gelegenheid om landen, VN-organisaties en ontwikkelingsbanken aan te spreken en adviezen te geven. En vaak is daar ook gehoor aan gegeven. Met name ook onder voorzitterschap van de Kroonprins zijn veel spelers aangesproken op hun verantwoordelijkheid en dat heeft zeker een positieve bijdrage geleverd.
Meedenken over wat je op het wereldniveau nodig hebt om op regionaal, nationaal en lokaal niveau dingen in gang te zetten, zodat de ambities leiden tot resultaten. Dat vind ik ontzettend boeiend.