Onderzoekers van de TU Delft ontwikkelden een drone die snel verse watermonsters kan nemen, gecombineerd met een meetinstrument voor directe analyse van de waterkwaliteit (foto TU Delft)

Drones voor recreatief gebruik mogen niet meer binnen een horizontale afstand van 150 meter van 25 Nederlandse productielocaties voor de drinkwatervoorziening vliegen. Het verbod geldt ook voor het vliegen boven innamepunten in oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater. Dat is het resultaat van een jarenlange lobby van Vewin en andere belangenbehartigers van vitale sectoren.

Vanaf 31 december 2020 zijn er nieuwe Europese regels voor drones. Deze regels geven aan lidstaten de ruimte om zones vast te stellen waar – bepaalde- drones niet mogen vliegen. Lidstaten mogen deze zogeheten geografische ‘Unmanned Aircraft System-zones’ afbakenen om redenen van veiligheid, beveiliging, privacy of milieu. Denk bijvoorbeeld aan het hoogspanningsnetwerk voor het landelijke en regionale transport en de distributie van elektriciteit.

Risico continuïteit drinkwatervoorziening

Ook de drinkwatervoorziening is volgens Vewin kwetsbaar voor drones door de vele open infrastructuur. Denk aan waterspaarbekkens, infiltratieplassen en -kanalen in duingebied en innamepunten in oppervlaktewateren. Drinkwaterbedrijven willen niet dat drones over deze gebieden vliegen om problemen te voorkomen.
Daarom pleitte Vewin jarenlang voor een verbod. Zo gaf Arjen Frentz, plaatsvervangend directeur van de branchevereniging, in 2018 tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer aan dat drones een risico voor de continuïteit van de drinkwatervoorziening zijn. Zo kan de accu van een in een spaarbekken neergestorte drone de kwaliteit van het water aantasten. En wie kwaad in de zin heeft, kan met een drone giftige stoffen of organismen in het water dumpen en daarmee de spaarbekkens beschadigen.

Vewin boekt succes

De lobby van Vewin en andere belangenbehartigers van vitale sectoren, zoals de energiesector, heeft succes gehad. Zo mogen recreanten voortaan niet met drones – tot 25 kg- binnen een horizontale afstand van 150 meter van 25 Nederlandse productielocaties voor de drinkwatervoorziening vliegen. Dat geldt ook voor innamepunten in oppervlaktewater. De gebieden zijn zo essentieel voor de Nederlandse samenleving dat uitval of verstoring tot ernstige maatschappelijke ontwrichting leidt. Drinkwaterbedrijven zijn volgens Vewin bereid een rol te spelen in de handhaving van een vliegverbod

Exploitatievergunning

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat moet de gebieden nog wel opnemen in de Ministeriele Regeling Zonering onbemande luchtvaartuigen en zogeheten zoneringskaarten voor drones. Op deze kaarten zien drone-gebruikers waar ze wel en niet mogen vliegen. Voor drones in de twee overige categorieën, ‘specifiek’ en ‘gecertificeerd’, komen geen nadere nationale regels.

Reden is dat piloten van drone-vluchten in deze twee categorieën een exploitatievergunning bij de ILT moeten aanvragen. ILT voert als onderdeel van de vergunningsaanvraag een risicoanalyse uit.

Drinkwaterbedrijven willen dat ze bij de risicoanalyse door de ILT worden gehoord als derden een vergunning aanvragen om boven de drinkwatervoorziening te vliegen. Wanneer drinkwaterbedrijven zélf drones willen gebruiken, bijvoorbeeld voor inspectie en monotoring, zullen ze ook bij de ILT een vergunning moeten aanvragen.