Vier varianten voor hoogwaterdam in Gulp bij Slenaken

In 2012 stond een deel van Slenaken blank na een wolkbreuk boven België. Dat leverde voor een aantal horecabedrijven tonnen schade op. De dam in de Gulp moet dat soort situaties in de toekomst voorkomen. Waterschap, provincie, gemeente en Staatsbosbeheer hebben de omwonenden vier varianten voorgelegd. Daarbij stroomt per seconde respectievelijk 8, 10, 12 of 14 kubieke meter water onder de brug bij Slenaken door.

Geen dure maatregelen

De uiteindelijke keuze voor een van die vier opties heeft uiteraard gevolgen voor de maatregelen die achter de brug genomen moeten worden. „Als gekozen wordt voor de minimale variant, overstroomt de Gulp benedenstrooms van de brug bij hoogwater alleen op plekken waar niemand woont”, legt Keulers uit. „Daar hoeven dus in principe geen dure maatregelen te worden genomen om extra water tijdelijk op te vangen.”
In dat geval zal echter wel achter de dam meer water moeten worden geborgen. Dat betekent volgens Keulers dat er vóór Slenaken een hogere dam nodig is. „Als we meer water doorlaten, kunnen we volstaan met een lagere dam, maar dan moeten we stroomafwaarts meer doen”, verduidelijkt hij.

Definitieve beslissing

De reacties van de omwonenden op de verschillende mogelijkheden worden doorgeleid naar de besturen van de vier betrokken instanties. Die nemen eind april, begin mei een definitieve beslissing over de dam bij Slenaken.
Tegen de bouw van een hoogwaterdam in de Gulp, die bescherming zou moeten bieden tegen wateroverlast in Slenaken, alsmede bebouwing benedenstrooms van Slenaken tot en met Gulpen,  bestaat veel weerstand vanwege aantasting van het fraaie landschap ter plekke. De Natuur en Milieufederatie Limburg stapte in 2016 samen met bewoners naar de Raad van State om de aanleg van de dam tegen te houden. 

Alternatieve maatregelen

Uit eigen onderzoek van Staatsbosbeheer, deels eigenaar van de grond waarop de hoogwaterdam zou moeten komen, blijkt dat er langs de Gulp alternatieve maatregelen genomen kunnen worden, die de aanleg van een vier meter hoge dam  mogelijk overbodig maakt. Daarbij kan gedacht worden aan het beplanten van kale hellingen en het verlagen van weilanden langs de beek tot overloopgebied.